Band op de omgekeerde weg

Op de derde cd, The 3rd Album, doet de band Coparck de dingen eens anders.

Wat betreft de titel en de werkwijze, en de toevoeging van een strijkersarrangement.

Coparck, van links naar rechts: drummer Marcel van As, basgitarist Rik Hansen, toetsenist Maurits de Lange en zanger, gitarist en liedjesschrijver Odilo Girod. Foto Lex van Rossen 23-01-2007, Rotterdam Coparck, Foto Lex van Rossen Rossen, Lex van

De vorige twee platen van de Amsterdamse groep Coparck droegen lange, lastig te onthouden titels, passend bij de melodieuze, prettig gekunstelde muziek die ze moesten helpen verkopen. Maar de nieuwe plaat heet ineens, simpel en overzichtelijk, The 3rd Album. „Je moet af en toe dingen anders doen, he”, zegt zanger, gitarist en liedjesschrijver Odilo Girod. „Je moet de mensen blijven verrassen.”

Dat geldt voor meer zaken dan alleen de titel. Girod en drummer Marcel van As leggen het uit in de kelder van een platenzaak ver van huis in Groningen, pal voor een promotie-optreden. Ontstonden de vorige platen grotendeels in simpele homestudio’s, onder andere op Girods woonboot in thuishaven Amsterdam, voor The 3rd Album trok de groep naar een heuse studio: die van Reyn Ouwehand in Katwijk. Met als resultaat een sterke plaat die opnieuw verre van simpel uitvalt, maar wellicht wel wat organischer: bezonken, fraai gestileerde melancholie met een filmische inslag en een lichte, late-Beatles-tic.

Eigenlijk bewandelde de groep zodoende de omgekeerde weg. Menigeen laat tegenwoordig immers zulke relatief dure studio’s links liggen om rustig thuis met de computer aan het knutselen te slaan. „Maar we hebben al twee platen op die manier gemaakt”, zegt Van As, „al namen we voor de vorige plaat wel de drumpartijen op bij Reyn. Bij die gelegenheid zagen we de mogelijkheden van die studio, en van die man. We hadden voor ogen dat het nog veel beter kon dan met dat huiskamergeknutsel.”

Het komt neer op een andere manier van werken, zegt Van As. „Eerder was het gewoon een kwestie van: ooh, dat is een cool loopje, dat is een leuk soundje. En daar werd dan een nummer omheen gebouwd. Dat was nooit klaar, je bleef echt knutselen. Deze keer hebben we echt twaalf liedjes gerepeteerd, en we mochten van Reyn eigenlijk niet opnemen voor we een begin en een eind hadden. En dat gingen we vervolgens inkleuren.”

Dat inkleuren gebeurde nog steeds voor een deel in alle rust thuis op de woonboot, „maar het stapelen, het schilderen met klank van de vorige platen was veel minder”, zegt Girod. Ouwehand diende bovendien als een soort gedelegeerde baas, die simpelweg knopen doorhakte voor de band. Van As: „Maurits de Lange, onze toetsenman, had een hele keuken vol met sounds opgestuurd, Reyn luisterde er dan naar en plakte eronder wat hij goed vond. Dan presenteerde hij ons een finished product. Waarover wij natuurlijk weer gingen zeuren. Vroeger discussieerden we met zijn allen uitbundig over dat ene loopje in maat zesendertig van liedje drie, wat op de vorige plaat heel goede dingen opleverde, maar dat werd toch te bewerkelijk. Het is goed om een katalysator te hebben, iemand die keuzes voor je maakt. Maar hij was niet de dictator. We hebben zijn eerste mix wel afgekeurd.”

De studio van Reyn Ouwehand staat vol met instrumenten, nieuw maar vooral oud. Van oude, „fantastisch klinkende” drumstellen tot spinet, vibrafoon, mellotron en de wereld aan bijkans antieke synthesizers. Odilo: „Alles staat daar gewoon klaar. En Reyn heeft de expertise, hij zegt gewoon: hee, als je nou dat harmonium door dat-en-dat effect heen haalt… Dat is geen knutselen, dat is zoeken naar de juiste sound.”

Girod, immers grafisch ontwerper van huis uit, vatte The 3rd Album in een bewerkelijk hoesje, losjes gebaseerd op het idee van een krant. Behalve de songteksten staan er ook nog maffe, eerder verwarrende dan toelichtende teksten op, die de ondertitel van de plaat, A Work Of Fiction?, recht doen. En dan nog per nummer een bijpassend beeld, doorgaans van Nederlandse kunstenaars. „Ik wilde dat muziek, tekst en beeld steeds bij elkaar een sfeer neerlegden. Een tentoonstellinkje op zich. Alle nummers hebben hun eigen wereldje, en dat vormt dan het Coparck-universum, waar ik die nummers schrijf. Ik hou van ontwerpen, dingen vormgeven.”

Van As: „Het Coparck-universum is niet zo eenvoudig als het lijkt. We zijn altijd op zoek naar een twist, het overgangsgebied tussen het gewone en het surreële. Wij kunnen nou nooit eens iets gewoon normaal doen. Mensen weten dat ze altijd even moeten opletten bij een Coparck-liedje, dat merk ik. We geven nooit honderd procent prijs wat er nou achter zit. Omdat we er zelf ook altijd over aan het nadenken zijn.”

Titels als A Good Year For The Robots, God Dress America („omdat ik geen zin had om ,,God bless America” te zingen”) en Funny, Dark, Iconoclastic verraden wel een lichtelijk arty blik op de werkelijkheid. „Die laatste titel vond ik in de back cover praise van een boek van Chuck Palahniuk, de schrijver van Fight Club,” zegt Girod, „en ik voelde me wel door hem beïnvloed. Die tekst heb ik samengesteld uit allerlei aantekeningen die ik al had, want ik schrijf altijd wel invalletjes op. En nee, het is geen liefdesliedje.”

Maar het kent wel een mooie strijkerspartij, die de band niets kostte. Van As: „Toen Reyn de ruwe demo hoorde, vond hij dat er een strijkersarrangement bij moest. Hij had de week daarna een strijkerssessie voor een andere klant, en bij die gelegenheid is het ingespeeld. Op kosten van iemand anders, inderdaad, maar we zeggen maar niet wie.”

Coparck treedt op: 3/3 Hedon Zwolle, 8/3 Speakers Delft, 10/3 LVC Leiden, 15/3 Doornroosje Nijmegen, 17/3 Gigant Apeldoorn, 22/3 Patronaat Haarlem 23/3 Vera Groningen, 24/3 Keut In Rock, Onderdijk. Zie ook: www.coparck.com