Autoritaire en zakelijke rondedirecteur

Dankzij Félix Lévitan ontwikkelde de Tour de France zich tot een van de grootste sportevenementen ter wereld. Een autoritaire man met een zakelijke visie.

In de Tourkaravaan heette oud-rondedirecteur Félix Lévitan Petit Napoléon. Félix’ wil was wet, decennia lang. De kleine Fransman was autoritair, bikkelhard en zakelijk. Sommigen van zijn (vele) critici zeggen dat hij het wielerspektakel aan de commercie heeft ‘verkocht’, anderen menen juist dat de gewiekste koopman La Grande Boucle van de dood heeft gered.

Lévitan (geboren 12 oktober 1911) overleed gisteren in zijn woonplaats Cannes. Als de naam van Lévitan valt, valt tegelijk vaak de naam van Jacques Goddet (1905-2000), met wie Lévitan zijn halve leven samenwerkte. De aristocraat Goddet was hoofdredacteur van de sportkrant L’Equipe, die na de oorlog de organisatie van de Tour in handen kreeg, samen met het populaire dagblad Le Parisien Libéré, waar Lévitan eerst chef sport en later hoofdredacteur was. Goddet werd in 1947 de nieuwe patron van de Tour, de jonge Lévitan zijn adjunct.

Lévitan, zoon van een schoenmaker uit Parijs, werd in 1928 wielerjournalist bij het blad La Pédale. Na een paar jaar trad hij in dienst van L’Auto, de krant die de Ronde van Frankrijk in 1903 lanceerde. In 1933 deed Lévitan, in zijn jonge jaren een weinig succesrijk voetballer en wielrenner, voor het eerst verslag van de Tour.

In 1941 werd Lévitan door de Duitse bezetters negen maanden lang opgesloten, nadat hij gaullistische pamfletten had uitgedeeld. Als jood liep hij grote kans naar Duitse gaskamers te worden gedeporteerd, maar dankzij zijn vrouw Geneviève, die officiële papieren vervalste, kwam hij vrij. In het boek Vreugde en verdriet in de Tour (1985) schrijft Robert Janssens dat Lévitan na zijn vrijlating onderdook in Zuid-Frankrijk en daar ,,als bij een wonder weer aan de dood ontsnapte’’. ,,Heel het dorpje waar hij vertoefde werd door de nazi’s omsingeld. Iedereen vluchtte in één richting, Lévitan stapte in de andere. Hij was de enige die aan de razzia zou ontkomen.’’

Begin jaren zestig maakte Lévitan de weg vrij voor merkenteams in de Ronde van Frankrijk: ‘de commercie’ kon oprukken. Hij was toen weliswaar de ondergeschikte van de grote Tourbaas Goddet, maar de leiding van de organiserende kranten gaf hem steeds meer macht, in het bijzonder als het om het grote geld ging. In 1993 sprak ik in Cannes met Lévitan over die periode, in zijn chique appartement met veel kitsch – Griekse namaakzuiltjes, porselein, marmeren eieren en bont gekleurde schalen – en een prachtig uitzicht op zee. Als altijd langzaam en articulerend pratend legde hij uit dat de financiële situatie van de Tour destijds door het gebrek aan grote sponsors ,,rampzalig’’ was.

„Van Emilien Amaury, de grote baas van onze uitgeverijen, kreeg ik in 1962 de opdracht voor stabilisering te zorgen”, vertelde hij. „Samen met Goddet, maar vanaf 1968 was ik alleen verantwoordelijk. Ik mag zeggen dat ik ben geslaagd – in 1987, het jaar dat ik uit de Tour vertrok, was er een winst van zeventig miljoen francs.” Eenvoudig was het gezond maken van het Tourbedrijf niet, zei Lévitan die zich in juli altijd de ‘koning van Frankrijk’ voelde. „Ik heb heel wat delicate problemen moeten oplossen. Met name over vergoedingen door de lastige Franse en buitenlandse televisie. Wat dat betreft had mijn opvolger Jean-Marie Leblanc het gemakkelijker. De commerciële stations stonden in de rij.”

Zaken doen, dat was altijd de favoriete bezigheid van Lévitan. Zijn critici zeggen dat hij een ‘geldwolf’ was, voor wie de reclamekaravaan in de Tour belangrijker was dan de renners. Bij mijn bezoek ontkende Lévitan – hij leek in het echt nog kleiner dan hij werkelijk was – dat heftig: „Ik ben altijd een echte wielerfan gebleven.” Maar haast elke ingreep die geld opleverde, kreeg zijn goedkeuring, zo leek het. Hij blééf vernieuwen. De aloude hoofdsponsor Perrier moest wijken voor het veel rijkere Coca-Cola en etappeplaatsen moesten méér en méér geld neertellen. Voorts stelde Lévitan de Tour ‘open’ voor amateurs, hij haalde de Colombianen naar de Tour en verwelkomde de eerste Amerikaanse ploeg. Onder zijn leiding dreigde de ronde aan de Amerikanen te worden verkocht.

Zijn ‘flirt’ met de organisatie van de eerste Ronde van Amerika leidde op vrijdag 13 maart 1987 tot zijn ontslag. Hij had van zijn superieur Philippe Amaury, de zoon van Emilien, toestemming de oceaan over te gaan om de wielerwereld te vergroten, maar in de VS zou hij buiten zijn boekje zijn gegaan, hetgeen de Société du Tour de France een verliespost van 549.000 dollar zou hebben bezorgd. Lévitan vocht zijn vertrek aan (in november 1997 werd hij vrijgesproken van fraude), maar voelde zich ernstig beschadigd.

Boos wees hij naar Jacques Goddet (in 2000 ook op 95-jarige leeftijd overleden). Deze koos in het conflict openlijk partij voor Amaury. „Hij heeft me verraden”, zei Lévitan bij mijn bezoek in 1993. En bij ons afscheid, toen hij op de boulevard zijn hondje ging uitlaten, riep hij nog: „Ik wil Goddet nooit meer zien. We kennen elkaar zowat ons hele leven, maar we zijn nooit vrienden geweest.”