Afrika per opera volgens prins Claus

Prins Claus wilde een Afrikaanse opera over Afrika en het Westen. „Als je arm bent en de regering bekommert zich niet om je, moet je vertrekken”, zingt het koor. Première in Mali.

Dit weekeinde ging in aanwezigheid van de prinsen Friso en Constantijn in de Malinese hoofdstad Bamako de Sahel-opera Bintou-Were in première. Foto Diango Cissé Cissé, Diango

Koert Lindijer

De kleren wassende vrouwen aan de oever van de Niger gaan huiswaarts, de koninklijke wereldpremière van de Sahel-Opera Bintou-Were kan beginnen.

Vanaf het speciaal gebouwde podium langs de rivier bij het Cultuurpaleis in de Malinese hoofdstad Bamako klinkt aan het begin van de opera een zagend snaarinstrument. De dag op de dorpsmarkt begint, vrouwen in door de Senegalese Ouman Sy ontworpen kostuums spreiden hun kleurige doeken uit.

Het idee voor deze opera kwam jaren geleden van de in 2002 overleden prins Claus, die zeer begaan was met Afrika. Hij wilde een Afrikaanse opera produceren met voorstellingen in Afrika en Europa om de verhouding tussen Afrika en het Westen aan de orde te stellen. Twee zonen van prins Claus, de prinsen Friso en Constantijn waren zaterdagavond als erevoorzitters van het Prins Claus Fonds aanwezig bij de première in Mali. In juni zijn er drie voorstellingen van de opera in Amsterdam, tijdens het Holland Festival.

De opera beschouwt de dag die de verjaardag is van de onafhankelijkheid, en de griot, de traditionele verhalenverteller, looft de roem van het verleden. Het koor luistert het feest op, hoogwaardigheidsbekleders beginnen te dansen. Een prachtige dag in Afrika.

Maar Afrika stelt zijn bewoners op de proef. „De aarde verdroogt en regeringen doen te weinig om werk te scheppen voor de jeugd”, vertelt de Tsjadische librettist Koulsy Lamko over het thema van de opera. „Migratie van Afrikanen naar Europa is het sterkste symbool van de relatie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden.”

Instrumenten van de Sahel – fluiten, kalebassen, harpen, percussie – kunnen verbazend klinken. Rammelende peulen klinken als duizenden sprinkhanen: de grote apenbroodboom in het dorp is kaalgevreten, de oogst vernietigd. Alweer een Afrikaanse ramp, de dorpelingen raken in paniek, de percussie schept de wanorde.

De hoofdfiguur Bintou-Were, ‘dwarsligger’ in de lokale taal, komt het podium opstormen en slaat op de heilige trommel. Bintu-Were is een voormalige kindsoldaat. Ze beschuldigt de machthebbers van het dorp van verkrachting en daagt hen uit in dans. De Malinezen in het publiek giechelen, want zelden zetten Afrikanen hun meerderen voor joker. Zangers beginnen te ruziën over de oorzaak van Afrika’s ellende en de basstem van de mensensmokkelaar Diallo nodigt de dorpelingen uit om te emigreren naar Europa.

Geweld en geld. De ex-kindsoldaat probeert de geldwolf Diallo te verleiden om haar gratis naar Europa te brengen. Ze onthult zwanger te zijn, maar ze weet niet van wie en vele dorpelingen melden zich als de minnaar.

„Wanneer je arm bent en je regering bekommert zich niet om je, moet je vertrekken”, zingt het koor onder applaus van Malinese toeschouwers. Talrijke Afrikaanse asielzoekers kwamen vorig jaar om toen zij de hoge hekken rond de Spaanse enclave Melilla in Marokko wilden beklimmen. Ze verkommerden in de woestijn. De televisiebeelden van deze door dorst gestorven slachtoffers inspireerden Koulsy Lamko tot het verhaal van de opera. Als Bintou-Were erin slaagt haar baby in Europa ter wereld te brengen, krijgen zij, haar kind en haar minnaar het recht op asiel, houdt mensensmokkelaar Diallo de dorpelingen voor. De jongeren uit het dorp, Diallo, Bintou-Were en haar vele geliefden beginnen aan wat librettist Koulsy Lamko noemt een moderne odyssee naar het paradijselijke Europa.

[Vervolg OPERA: pagina 8]

OPERA

‘Ons ideaal moet zijn onze problemen hier op te lossen’

[Vervolg van pagina 1] Eerst achter het podium over de rivier in wankele bootjes, dan naast het podium door het stof van zandhopen. Ze bouwen ladders in de woestijn. In het ballet van de ladders lijden ze honger, krijgen ruzie en voeren schijngevechten.

Choreografe Germaine Acogny van de Senegalese Dansschool van het Zand lacht: „Al dat gezang zit de dansers een beetje in de weg, maar verder is deze opera een geniaal idee om Afrika te laten zien. Doorgaans werk ik met poëzie of andere literatuur, maar nu staat de muziek centraal. Zie je daar de bolong, een Malinees instrument dat vrijwel niemand meer kent. Of de Guinese klarinet. We hebben bij het vooronderzoek zoveel instrumenten uit de Sahel leren herontdekken, deze opera verrijkt onze culturen van de Sahel.”

Ze strompelen, kreunen, kuchen en sterven op hun trek naar het beloofde land, terwijl Diallo blijft vragen om zijn geld. De rustieke Sahelwind wordt verdreven door het mechanische geraas van de autorally van Parijs naar Dakar. Er vallen doden en gewonden door de auto’s.

De laddermensen en hun muziek gaan in rouw, de podiumlichten worden blauw. Zwarte vogels en in felrood gestoken vrouwen zingen klaagliederen. De rituelen voor de doden vertonen vrouwen met veren van pauwen en weelderige kostuums met bevende wortels. Animistische, katholieke, islamitische en nomadische gewoontes passeren de revue, met maskers en dansende bomen. Een parade van de Sahel-tradities. De tachtig artiesten in de opera komen uit zeven landen in West-Afrika en zingen in vele talen, zoals het Wolof, het Bambara, het Malinke.

De kostuums komen van vele Sahel-volkeren, zoals de Peul, de Toeareg en de Bambara. De Sahelbewoners zijn arm, maar rijk in hun kunsten, met bijzondere architectuur, sieraden, muziek, film en literatuur.

Het einde komt in zicht, een blanke politieagent waakt over het hoge prikkeldraad rond Europa. Bintou-Were en haar minnaars lijken uitgeput, alleen uit de borstkas van de mensensmokkelaar Diallo buldert nog een volle zang met de oproep over te steken. Bintou-Were zingt: „We maakten schoenen uit heet zand.” Ze klimt op de ladder naar het paradijs maar krijgt haar weeën. Er heerst spanning, voor het eerst in de opera met een melodieuze zang. Ze werpt haar kind terug naar de Sahel: haar keuze voor waardigheid. in Afrika boven de vermeende luxe van Europa. Bintou-Were sterft in de wirwar van het prikkeldraad.

Het gemengde publiek lijkt in verwarring. Europeanen zijn nog niet vertrouwd met de verhalende stemmen van de Sahelmuziek, Sahelbewoners zijn onbekend met opera.

De Sahel Opera is helemaal Afrikaans gebleven, geen melodische aanpassing aan westerse wensen. Er is iets nieuws geboren. En welke kant gaat het uit met de relatie tussen Afrika en Europa?

„Eerst overwoog ik haar te laten bevallen van een tweeling, één voor Afrika, één voor Europa. Ik zag daar van af, want ons ideaal moet zijn om onze problemen hier op te lossen”, lacht librettist Koulsy Lamko. „Migratie moet mogen, maar ik vrees dat de erdoor veroorzaakte xenofobie in het Westen culturele uitwisseling moeilijker maakt.”

Bintou-Were: 7, 8, 9/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.