Weeralarm voor sneeuwval heeft zeer zeker geholpen

Het weeralarm dat het KNMI vorige week uitgaf, was onnodig volgens concurrent Meteo Consult in Wageningen. Directeur Harry Otten vond het achteraf zelfs ”onzin” (NRC Handelsblad, 9 januari). Daarbij werd gerefereerd aan het gebrek aan ”diepere kennis” bij het KNMI.

Uit het artikel blijkt echter dat het Wageningse weerbedrijf zelf niet geheel op de hoogte was van de situatie en de achterliggende fysica.

Voormalig hoofd gladheidsbestrijding van Rijkswaterstaat en huidig algemeen directeur van Meteo Consult Maarten Noort stelt dat ”de zon toen het begon te sneeuwen al zo sterk was dat het wegdek opwarmde tot 5 à 8 graden.” Dit is niet correct. Uit gegevens van het GMS (gladheidsmeldsysteem) van Rijkswaterstaat blijkt dat de temperatuur van het wegdek ten tijde van de sneeuwval varieerde van circa -1,5 graad Celsius tot +1 graden Celsius. Ook was de netto straling volgens waarnemingen van het weerstation van Wageningen Universiteit en Researchcentrum te laag om het wegdek significant op te warmen.

Er zijn twee redenen waarom er die donderdag geen grote verkeersproblemen zijn opgetreden. In de eerste plaats is dat het uitstekende preventieve strooien door de strooiploegen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van meteorologische ondersteuning. Voordat het begon te sneeuwen waren alle wegen preventief gestrooid. Vooral voor wegen met zoab-asfalt is dat cruciaal.

Daarnaast was er een ideaal verkeersaanbod (niet te veel en niet te weinig). Om strooizout goed te laten werken moet er op de weg gereden worden.

Blijkbaar hadden veel mensen ervoor gekozen hun agenda en dagindeling op de weersomstandigheden aan te passen. In beide gevallen heeft het weeralarm een belangrijke, zo niet doorslaggevende, rol gespeeld.