Weeffout in aftrek van de hypotheekrente

De Belastingdienst moet regelmatig teruggrijpen op een reparatiewetje omdat de fiscale wetgeving veel te ingewikkeld is geworden.

De belastingwetgeving is zo ingewikkeld dat de wetgever zelf geen compleet zicht meer heeft op de uitwerking van nieuwe wetten. Dan is er altijd wel een slimme belastingadviseur die een profijtelijke sluiproute weet te vinden. De fiscus komt in het kat-en-muisspel dan met een reparatiewetje om de zaak recht te trekken.

Die nieuwe bepaling gaat in sommige gevallen dan net te ver waardoor bonafide belastingbetalers de dupe worden van de reparatiemaatregel, zodat voor hen iets aparts geregeld moet worden. Het is allemaal zo complex dat alleen fiscalisten het nog begrijpen. Een mooi voorbeeld van dat proces zien we dezer dagen.

In het staartje van zijn regeerperiode maakt minister Zalm (Financiën) een eind aan een fiscale constructie die al mogelijk is sinds 1 januari 2001, de ingangsdatum van een fundamentele herziening van de inkomstenbelasting (IB2001), waarbij een boxenstelsel werd ingevoerd. In box 1 zitten alle inkomsten die worden belast naar het normale progressieve tarief, vooral looninkomsten.

De bijbehorende aftrekposten zijn in box 1 tegen hetzelfde progressieve tarief verrekenbaar. De meest fameuze is de hypotheekrenteaftrek. De eigen woning en alles wat daarmee samenhangt, zit namelijk in box 1. Dat is een weeffout in de heffing want alle andere gebouwen, effecten en waardevolle zaken zitten in box 3 samen met de bijbehorende schulden.

Box 3 geldt ook voor spaarrekeningen en de daarop gelijkende levensverzekeringen die een kapitaal uitkeren. In plaats van een (maandelijkse) storting op een spaarrekening betaalt men een (maandelijkse) verzekeringspremie. Het eindresultaat is hetzelfde: een zak met geld. Alleen kapitaalverzekeringen voor een eigen woning zitten met de rest van de eigen woning in box 1.

Dat heeft fiscale gevolgen: box 1 rekent met inkomsten en aftrekposten; voor box 3 geldt een vast tarief dat uitgaat van de waarde van het vermogen ongeacht de werkelijke inkomsten of kosten.

Die indeling in boxen gooide het tot 2001 bestaande systeem grondig overhoop. Dat ligt bij de belastingheffing over het eigen huis erg gevoelig. Daarom is bepaald dat de belastingherziening niet geldt voor kapitaalverzekeringen ten behoeve van het eigen huis die op 1 januari 2001 al liepen. Daarvoor blijft de oude wet van kracht. Eigenlijk gelden er op dit punt twee wetten naast elkaar. Onder de oude – soms dus nog geldende – wet was in deze situatie de premie aftrekbaar maar de uitkering belast; onder de nieuwe wet is de premie niet aftrekbaar en de uitkering onbelast.

Zo’n tegenovergestelde behandeling is een merkwaardig fenomeen maar het wordt nog gecompliceerder voor mensen met een eigen bv, de directeur-grootaandeelhouders. Ook zij brengen hun kapitaalverzekering doorgaans bij een bank of verzekeraar onder. Maar ze mogen die ook bij hun eigen bv afsluiten. Dat spaart hun de winstopslag van de verzekeraar uit. Bovendien kan de bv het opgebouwde kapitaal voor het bedrijf inzetten, ook al is dat geen gezond financieel beleid.

Voor een dergelijke oude kapitaalverzekering gekoppeld aan de eigen woning gelden weer wel de bepalingen van de nieuwe wet IB2001. In deze hier versimpeld weergegeven situatie kan iemand van twee kanten fiscaal worden gebeten. De wet kwam daarom met een zogeheten anticumulatieregeling die voorkomt dat men enerzijds de premie niet kan aftrekken maar wel belasting over de uitkering moet betalen.

Maar ook het omgekeerde blijkt mogelijk. Men kan de hele tijd tegen het progressieve tarief aftrek voor de normaal betaalde premies krijgen (het oude systeem dat soms ook na 2001 blijft doorlopen) om vervolgens de verzekering vlak voor de uitkeringsdatum weg te halen bij de verzekeraar en over te brengen naar de eigen bv.

De enige reden is belastingontwijking. Het effect is namelijk dat de uitkering geheel onbelast blijft ondanks de genoten premieaftrek. De betrokkenen pakken op die manier onbedoeld en onterecht het beste van twee werelden. In spaartermen vertaald: van het ingelegde geld een aftrekpost maken, maar geen belasting betalen over de ontvangen rente.

Minister Zalm voorkomt dit met zijn wetsvoorstel dat teruggaand tot 2001 het lek repareert. Ondertussen komen door een te strikte wetgeving sommige mensen die wel te goeder trouw waren fiscaal in de knel omdat ze dubbel belasting gaan betalen. Om het niet nog ingewikkelder te maken, belooft de minister dat de fiscus in die situaties de wet niet naar de letter zal toepassen maar met één keer belastingheffing zal volstaan.

Aertjan Grotenhuis