Vermomd vliegveld behouden

Militair Vliegveld Deelen is in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gebouwd. Om de vijand te misleiden werd het vermomd als boerenhoeve. Het is nu een rijksmonument.

Interieur van een werkplaats op vliegveld Deelen. Foto Flip Franssen Nederland, Deelen, 13-2-2007 Voormalig militair vliegveld Deelen is rijksmonument geworden. De gebouwen zijn als camouflage uitgevoerd als boerderijen en schuren, om herkenning vanuit de lucht te voorkomen. In een voormalige werkplaats staat nog in het Duits "roken verboden" op de muur. Foto: Flip Franssen Franssen, Flip

Voorbij het wachthuis van militair vliegveld Deelen in Schaarsberg begint een decor uit een vroege James Bond-film. Verscholen tussen bomen staan gebouwen die door hun rode baksteen, zadeldaken en groenwitte luiken doen denken aan oude boerderijen. Maar wie tegen de luiken tikt, hoort plaatstaal. Tussen de gebouwen door lopen mannen in camouflagepakken. Een slingerende asfaltweg voert naar een enorm open veld. Daar komen twee brede wegen met kapot asfalt samen in een punt. “Dat zijn de oude startbanen,” zegt Frits Niemeijer van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM).

De banen en gebouwen maakten vroeger deel uit van Fliegerhorst Deelen, een Duits militair vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog. Met een totale oppervlakte van ongeveer 4000 hectare was het groter dan Schiphol nu. Sinds kort is het een rijksmonument.

Het is de grootste beschermingsaanvraag die de RACM (voorheen RDMZ) ooit heeft behandeld. In totaal ging het om meer dan 225 gebouwen en structuren, verdeeld over negen complexen. Verder was het een zogenoemde Artikel 3- aanvraag, wat wil zeggen dat niet de Rijksdienst zelf maar een ‘belanghebbende’ het verzoek tot rijksbescherming heeft ingediend, in dit geval de Nederlandse Federatie van Lucht Archeologie (NALF). “Deelen steekt wat betreft compleetheid en architecturale kwaliteit met kop en schouders uit boven andere historische militaire vliegvelden in Europa,” vertelt René Vossebeld, drijvende kracht achter de aanvraag in 1997, over de telefoon.

Direct na de capitulatie van Nederland begonnen de Duitsers op de Kemper Heide, tien kilometer ten noorden van Arnhem, met de aanleg van het vliegveld.

In eerste instantie dienden hier vliegtuigen voor de aanval op Engeland te vertrekken. Later startten hier jachtvliegtuigen om het Ruhrgebied tegen Britse bommenwerpers te beschermen. Een 80 meter hoge stuwwal aan de noordoostzijde vormde een natuurlijke en daarmee onopvallende verkeerstoren. Garages, hangars en onderkomens voor manschappen en officieren waren gecamoufleerd en opgetrokken in de lokale bouwstijl: van baksteen, éénlaags, met zadeldak en voorzien van groenwitte luiken. Om herkenning uit de lucht verder te voorkomen waren de gebouwen in losse groepjes neergezet zodat ze pasten bij de verkaveling en inrichting van het landschap. De onderkomens voor de manschappen vormden bijvoorbeeld een dorpsbrink. Op delen van het open veld rond de startbanen werden zelfs echte gewassen geteeld en schapen gehouden. Alle camouflagepogingen ten spijt, hebben de geallieerden het vliegveld kort voor Operatie Market Garden hevig gebombardeerd.

Vossebeld is ondanks de recente rijksbescherming toch niet helemaal tevreden. “Ze hebben 191, en dus niet alle door ons voorgedragen gebouwen als rijksmonument aangewezen.” Een voorbeeld is het voormalige poortgebouw, de Hauptwache. “Te zeer aangetast,” stelt Niemeijer van de RACM. “Later is er een verdieping opgezet en een vleugel aangebouwd.” Klopt, zegt Vossebeld. “Maar je kunt de gelaagdheid van de geschiedenis nog herkennen. Verder was dit het enige poortgebouw en dus een onlosmakelijk deel van het geheel.”

Vossebeld maakt zich meer zorgen om de manier waarop Defensie met gebouwen en structuren omgaat. “Ze willen naar believen kunnen slopen en bijbouwen en wilden dus in het begin niet dat Deelen als monument werd aangewezen. ”

Vossebeld s grootste zorg is de Junkershalle, een brede hangar naar ontwerp van Hugo Junkers met een ingenieuze modulaire staalconstructie die bouw zonder hijskranen mogelijk maakte. “Defensie heeft de hangar twintig jaar aan zijn lot overgelaten, zodat het nu een beginnende ruïne is.” De hangar staat voorlopig op de monumentenlijst, maar of dat zo blijft hang af van de vraag of nuttig hergebruik nog mogelijk is.

De RACM zegt zelf goed met Defensie te hebben samengewerkt. De monumentenzorgers hebben dan ook rekening gehouden met het feit dat de Luchtmobiele Brigade de terreinen gebruikt. Enkele gebouwen zijn niet als monument aangewezen omdat dat ‘aantoonbare schade voor de gebruiker’ zou betekenen.

Op militair terrein zijn ongelukken niet uitgesloten. Zo is gebouw 63 recent geramd door een voertuig, vertelt Niemeijer. “Dakgoot kapot, dakpannen er af, maar het interieur, een van de gaafst bewaarde, is intact gebleven.” Het is echter de vraag of de RACM optreedt als Defensie met opzet iets kapot maakt, meent Vossebeld.