Vermarkting en uitverkoop van geborgen VOC-schatten

Afgelopen zomer ontaardde de door Financiën gefiatteerde schatgraverij in het 18de-eeuwse schip de Rooswijk zelfs in een spreekverbod voor de betrokken ambtenaren. In NRC Handelsblad van 13 februari lezen we dat de ministeriële ruzie tussen geld en culturele waarde zou zijn bijgelegd.

Op de televisie zien we de ministers Zalm en Van der Hoeven verlekkerd en hongerig kijken naar vitrines met zilveren broodjes en andere goodies, door schatzoeker Rex Cowan uit de Rooswijk geborgen. ”We hadden eerste keus” meende ik te horen, en ook: ”eenvierde deel van de waarde vloeit in de staatskas”, of soortgelijks. ”Anders was het schip leeggeroofd”. Angst spreekt uit de ogen van Zalm en oprechte blijdschap uit die van Van der Hoeven.

Het VOC-schip de Rooswijk ligt onder water in Engelse bodem en de rechtmatige VOC-erfgenaam is de Nederlandse Staat. Het schip met inhoud is bovendien onvervangbaar archeologisch erfgoed en ook dat is van ons allen, van niemand in het bijzonder. Met eurotekens in de ogen is gemeenschappelijk eigendom ingeruild voor winstdeling in een schatgraversbedrijf: zilverlingen in de staatskas en `eerste keus` in een vitrine. De rest van de vondsten wordt verpatst; driekwart van de waarde is geprivatiseerd.

De bijna ex-ministers hebben elkaar beterschap beloofd. Waren ze aangebleven, dan had ik geen vertrouwen in die afspraak. Vermarkting en uitverkoop waren gisteren het motto, samenleving en zorg zijn de thema`s van morgen. Ik verwacht dat onder Wouter Bos en Ronald Plasterk de zorg voor wat van én voor ons allemaal is, gewetensvoller wordt opgevat.