Verjaringstermijn niet toepassen op roofkunst

Maarten Huygen heeft met zijn bijdrage in Opinie & Debat van 10 februari het rechtsherstel van geroofde vermogens een slechte dienst bewezen. Terecht krijgt aandacht dat roofkunst intussen een booming business is geworden. Zijn conclusie, het vasthouden aan verjaringstermijnen, is echter gevaarlijk. Verjaring vormt - naar bekwame juristen mij voorhouden - ook in de gewone rechtspraktijk een heikel punt. Je zult je rechten maar verliezen, terwijl je niet eens weet of je rechten hebt en waar je spullen gebleven zijn. Bij roofkunst is dit heel dikwijls het geval.

Dat een belangrijk deel van de beroemde Koenigscollectie in Dresden, Rusland en Oekraïne te vinden was, werd pas kortgeleden ontdekt. Voorts is het nog niet zo lang geleden dat de staat verplicht was de archieven te openen. Eerst onderzoek kan dan duidelijk maken of de staat zich na de oorlog niet misdragen heeft.

Pas kortgeleden ook werd ontdekt dat Van Beuningen lang voor de inval door de Duitsers de Koenigscollectie - althans ten dele - aan de Führer verkocht had. De restitutiecommissie droeg van dit feit geen kennis, althans hield er geen rekening mee. Er is dan ook alle reden als het gaat om op roofkunst, maar ook heel in het algemeen, verjaringstermijnen niet toe te passen. Er zijn ook rechtsstelsels, zoals de common law, die heel lang een afkeer van verjaring hadden. Het beste lijkt mij dat leken van moeilijke juridische kwesties afblijven en vooral de lezer niet in verwarring brengen.