Column

Stout

Of hij meeging? Ze keek hem aan met een vernietigende blik. Als hij nee zou zeggen brak de traditionele pleuris uit. Dan kreeg hij de storm van voren. Dan zou ze foeteren dat hij een slappe zak was, dat hij zich alleen maar schaamde tegenover zijn vrienden, die zelf ook wel eens mee waren geweest en dat er heel veel andere mannen rondliepen. Dus hij zei maar ja. Ja tegen de Huishoudbeurs. Met zijn vrouw en schoonouders een dagje uit naar de Huishoudbeurs!

Het beeld dat hij het meest haatte was de indeling van de auto. Zijn schoonvader en hij voorin en de dames kakelend op de achterbank. En dat in de file voor de afslag Rai. Vijfduizend auto’s en allemaal op dezelfde manier gevuld. Voorin de mannen en achterin de vrouwen. In verband met de drukte moesten ze de auto op het parkeerterrein bij een voetbalclub zetten. Vandaar werden ze met een pendelveewagen naar de Rai gebracht. Gratis nog wel. Alle mannen keken in de bus naar elkaar. Ze keken en zwegen solidair. Allemaal in hetzelfde schuitje en allemaal maar hopen dat ze geen bekenden zouden tegenkomen.

De vrouwen waren opgewonden. Beetje koortsig door het thema van de Huishoudbeurs. Het motto was Stout. En dat begrip Stout moest je breed zien. Ze hadden goed gekeken en geluisterd naar een zekere Heleen en Marlies, twee vrijgevochten brutaaltjes zonder een blad voor de mond. Vooral die beetje hese Heleen kenden ze goed. Dat was pas een vrouw. Die durfde tenminste. Terwijl ze al lang door de vervaldatum was, ging ze onlangs nog zonder kleren in een blad voor dikke mannen staan. Met haar blote echtgenoot. Een zoete krullenbol die dat van haar moest.

Bij de ingang van de RAI was het behoorlijk dringen. Opgewonden dringen. De dames maakten voor de hand liggende en nogal dubbelzinnige grapjes. De mannen zwegen vooral en de meesten keken naar de grond. Maar wat moest je?

„Mijn maat zit er toch niet bij”, sprak een man met een zwartleren billentikker en van die stijve piekjes gel in zijn haar. Hij lachte daarna zelf heel hard, maar niemand lachte mee. Zijn slechte grap maakte de situatie alleen maar pijnlijker.

Eenmaal binnen was de chaos compleet. De meeste dames deden nog een poging om te laten zien dat ze niet voor het louter stoute kwamen en brachten een onrustig alibibezoekje aan de Calvé-mayonaisestand, het Croma-paviljoen en de Blokker-bazaar, maar de meesten gingen schaamteloos recht op hun doel af. Het stoute hoekje met het opwindende ondergoed, de libidoverhogende middeltjes en de plastic penisprotheses met meerdere trilstanden.

Giechelend, opgewonden en kirrend hielden ze de dildo’s vast. Buiten de uitgebreide stand stond hij te kijken naar zijn vrouw, de moeder van hun kinderen, die zich schaamteloos liet voorlichten door een wulpse bijklusstudente, die bij de uitleg ook een beetje geil keek. Of was dat inbeelding? Hij durfde het er met zijn schoonvader niet over te hebben. Hij werd zo droef van al dat in dildo’s graaiende vinexvulsel en vroeg zich af of dit een mooie plek was voor een eerlijke suïcide.

Ze liepen uiteindelijk nog wat rond bij de paviljoens van vakantieboeren, schoonheidsnichten en botoxmaffiosi, maar eigenlijk was de missie volbracht en wilden ze allemaal wel naar huis. Op weg naar de uitgang kocht ze nog wat onzin als een elektrische piepersjasser en een volslagen overbodige flessenopener op batterijen, maar dat was meer om haar tas te vullen. Thuiskomen met alleen drie dildo’s, een trilei met afstandbediening en een kilo opwindchocola staat ook zo ordi.

De tas werd thuis gestald onder de kapstok en omdat ze geen tijd hadden gehad om te koken haalden ze plastic bakjes viezigheid bij de afhaalchinees. De kinderen werden vroeg in bed gestopt, waarna ze nog naar op schaatsen krabbelende sterren keken.

Toen zei ze een beetje hees: „Zullen we gaan slapen?”

Somber bromde hij: „Ik kom zo!”

Beetje droef keek ze hem aan en sprak de meedogenloze woorden:

„Ik had het niet tegen jou, maar tegen mijn tas!”

Daarna vertrok hij moedeloos naar zijn computer.