Slecht mens

Frank Rijkaard een slecht mens? De Kameroense spits van Barcelona, Samuel Eto’o, zei het met zoveel woorden. Hij zei het voor de camera. Je hoort weleens een voetballer treuren dat hij een trainer verdenkt van een hoog ‘ik mag je-gehalte’, maar een slecht mens? Heeft iemand dat van Louis van Gaal gezegd, of van Ronald Koeman, laat staan van Marco van Basten? Met de kwalificatie ‘een slecht mens’ kom je in een categorie terecht van Hitler, Stalin, Saddam, Bush. Dat verdient Rijkaard niet. Frenkie kan humeurig en nors zijn, maar er kleeft geen bloed aan zijn handen. Ook niet in gedachten.

Ik zie hem nog huilend in de spelersbus zitten, na de uitschakeling van het Nederlands elftal op het EK 2000. Helemaal stuk. De spelers hadden hun coach voor het oprapen. Rijkaard voelde zich schuldig, nam ontslag en ging later, bij wijze van zelftuchtiging, Sparta helpen degraderen. Zo is hij altijd geweest: monument in zelfkritiek. Het verlangen om er niet te zijn, krijgt soms iets dweperigs. Als ware hij zijn eigen doodsschop.

Zoals in de politiek is alles in de sport persoonlijk geworden. Voetballers en trainers worden niet meer alleen afgerekend op deskundigheid, maar ook op taalgebruik, fatsoensnormen, morele standaard. Nog erger: op hun pr-gehalte. Voetbal als etalage.

Daar kan Frank niets mee. Ik heb in de sport niemand gekend die zich zo vakkundig wist te verduisteren als Frank Rijkaard. Bij AC Milan liet hij de rode loper uitrollen voor Van Basten en Gullit. Zelf verdween hij altijd áchter langs de velden. Als coach gaf hij het woord aan zijn assistenten. Henk ten Cate heeft daar listig misbruik van gemaakt. Altijd weer zag je hoe Henk de vedetten van Barcelona kuste. In de nek, op het hoofd, in de hamstring. In de ranzige verwachting dat Eto’o en Ronaldinho zouden zeggen: „Ziedaar, mijn vriend, Henk ten Cate!” Rijkaard is van een andere vriendschap. Niet in functie van een geregisseerd charmeoffensief voor een tv-zender. Dan geeft hij niet thuis, juist niet. In het diepst van zijn gedachten is Frank een allochtoon. TV, publiek, bombarie van vlag en wimpel, ze bekijken het maar. Hij wil lucht.

Spaanse sportbladen meenden te weten dat Rijkaard opstapt als coach van Barcelona. Spaanse sportbladen zijn voyeurs van het onbekende. Ook nog met de pretentie van een soort Hoge Raad. Ik denk niet dat Rijkaard wakker ligt van dit soort schrijfsels. Maar hij kan niet ontkennen dat hij moe is. Moe van prestatiedwang, moe van bestuurlijk gekonkel, moe van regionale oorlogen, moe van zichzelf. Rijkaard met een fluitje in de mond: niemand wil het zien. Hijzelf ook niet.

Metaalmoeheid.

Ik kan er mij iets bij voorstellen. Als middelbare veertiger wil je wat anders dan aan krijtlijnen gebonden gedachten en emoties. Dan weet je stilaan dat het strafschopgebied van de dood niet in kalk te berekenen is. Dan weet je ook dat vedetten als Eto’o en Ronaldinho hun eigen gang gaan. Met dank aan de sponsors: je kan beter sponsor zijn van animositeit en rellen dan van een bidprentje. Moeder Theresa zou het in de sport nooit hebben gered. Te eenvorming met gewetensvol geluk.

In Spanje is het normaal dat spelers hun coach afvallen, en omgekeerd. Beckham, Ronaldo, Robinho, zij lusten coach Fabio Capello rauw. Dat zeggen ze ook, al dan niet uitgenodigd door de Spaanse sensatiepers. Uiteindelijk weet je in Spanje nooit wie nou precies wat heeft gezegd. In Nederland gaan we dezelfde weg op, op zijn RTL Boulevard-achtigs. Geruchten, niets dan geruchten. En wat dan nog?

Een enkeling doet er niet aan mee. Ik weet dat Bert van Marwijk een roman kan schrijven over de caprices en schunnigheden van Robin van Persie. Hij zal het niet doen. Bert heeft beroepsgeheim, ook als dat tegen hem werkt. In Spanje zijn ze minder scrupuleus in beroepsgeheimen. Het aangekondigde ontslag van Rijkaard werd gekoppeld aan persoonlijke omstandigheden. Dat wil zeggen: aan ongeluk, aan heimwee, aan weemoed en wanhoop. Aan een sentimenteel deficit.

Het leest lekker weg, dat zeker. Maar moet je het ook opschrijven? Rijkaard is kwetsbaar, in werk en gezin, in droom en daad. Zo heeft hij zich altijd gepresenteerd. Juist die kwetsbaarheid is zijn charme. Hij weet niet wat hij moet met de Champions League, of met de liefde, of met vrouw en kinderen.

Ik denk dan toch aan Sparta.