Sinds Breugel floreert het Nederlandse gezin

Over het Nederlandse gezin valt veel goed nieuws te melden. Volgens onderzoek van de VN-organisatie Unicef voelt het Nederlandse kind zich het gelukkigst, vergeleken met kinderen uit twintig andere rijke landen. Op punten als gezondheid, familierelaties en vrienden, verantwoord gedrag en welbevinden staat het Nederlandse kind zeer hoog op de ranglijst. Wat lager scoort het op onderwijs en economisch welvaren.

Van een crisis in het gezin, gedefinieerd als leefeenheid met kinderen, is geen sprake. Nederland is al vele jaren gezinsland bij uitstek, met grote vrijheid voor kinderen, onder andere dankzij de fiets. Ouders of verzorgers hebben relatief veel tijd voor hen over. Dat is nu niet anders dan in de zestiende en zeventiende eeuw, toen kinderen door de taferelen op schilderijen van Breugel en Jan Steen dartelden. Veel ouders gaan minder werken of geven hun baan op om voor de kinderen te zorgen. Dat zijn legitieme keuzes, net als fulltime werken.

De vraag is dan waar een nieuwe ministerspost voor Jeugd en Gezin toe dient. Naar welk probleem is deze oplossing op zoek? Zeker, er zijn ouders die niet kunnen opvoeden of die na emigratie uit een andere cultuur onzeker zijn. Kinderen kunnen zwaar ontsporen. De verkokerde jeugdzorg kan deze ernstige problemen niet aan. Het is echter onduidelijk of, en in hoeverre, de nieuwe minister daar greep op krijgt, of dat hij alleen nieuwe projecten mag beginnen.

De Nederlandse overheid houdt zich niet zo afzijdig van kind en gezin als die in Groot-Brittannië of de Verenigde Staten. Kinderen in die landen staan onderaan de internationale ladder van welbevinden. Amerikaanse en Britse kinderen zijn arm, omdat de overheid er gezinnen, anders dan in Nederland, nauwelijks extra financiële ruimte geeft. De politiek richt zich daar sterker op degenen die stemmen, de ouderen. Het andere uiterste zijn de Scandinavische landen, die hoge geboortecijfers hebben en die ook hoog staan op de lijst van kinderlijk welbevinden, maar ten koste van veel belastinggeld. De hoge kosten van levensonderhoud verhinderen ouders er meer tijd aan zorg te besteden, maar daar staan kinderopvang en royale gesubsidieerde verlofregelingen tegenover.

Nederland staat tussen de Angelsaksische en door de overheid gedomineerde Scandinavische stelsels in. Nederlandse ouders hechten eraan zelf te kunnen bepalen hoe ze hun kinderen groot brengen. Sinds toenmalig CDA-fractieleider Heerma in 1995 met vooruitziende blik het gezin op de politieke agenda zette, hebben alle partijen zich erop gestort. Kabinetten hebben de financiële en sociale omstandigheden voor gezinnen verbeterd. Er is dit jaar meer subsidie voor kindercrèches.

Het zal niettemin een hele toer worden om per 1 augustus zonder brokken en lange wachtlijsten het nieuwe recht op naschoolse opvang te verwerkelijken. Verder is het zaak ervoor te zorgen dat kinderen onder schooltijd ook werkelijk les hebben en niet naar buiten worden gestuurd. Het stroomlijnen van de zorg voor probleemgezinnen is een herculestaak. Voordat tot meer opvoedingsondersteuning en eerder preventief ingrijpen wordt besloten, wat wenselijk kan zijn, moet de jeugdzorg zelf op orde zijn, zodat grote missers zich minder voordoen – zoals het beruchte geval met het vermoorde kind Savanna.

De overheid heeft meer dan genoeg gereedschap, nu komt het aan op het juiste gebruik. Een nieuwe ministerspost voor Jeugd en Gezin, met vele nieuwe plannetjes, is niet nodig, wel een goede uitvoering van al aanvaarde plannen.