‘Schieten zag ik als de laatste optie’

Kees Mors wordt gek van de duiven in zijn tuin. „Bij voetbalwedstrijden zie je soms een pop die staat te zwieren doordat een ventilator er hete lucht in blaast. Die moet ik hebben.”

„Ik heb geen hekel aan vogels, maar ik ben wel een duivenhater. Dat is toch niet zo gek?” Foto Merlin Daleman De 'vogelman'. 15-01-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

‘Spijt? Nee, spijt heeft hij niet. Wel een ‘rotgevoel’ over de gevolgen van zijn daad. Op het moment dat hij zijn buks pakte en „’t een en ander neerhaalde”, stond hij er naar zijn zeggen niet bij stil dat hij een strafbaar feit pleegde. „Ik was het zo zat. Het gebeurde gewoon, pats, in één keer. Ze zien je nu als een dierenbeul, maar het was geen moordlust. Ik zou bijvoorbeeld nooit een kat schieten, dat is een huisdier. Ik heb ook geen hekel aan vogels, maar ik ben wel een duivenhater. Dat is toch niet zo gek?”

Kees Mors is een getergd mens. Al jaren heeft hij last van het lawaai van vogels die, gelokt door het voer dat de buren strooien, massaal zijn tuin en het buurerf bezoeken. Vooral het ochtendlijk gekoer van de duiven maakt hem ‘stapelgek’. Hij liet het er echter niet bij zitten. Met niet aflatende strijdlust ondernam hij de afgelopen jaren actie tegen zijn kwelgeesten. Maar ondanks alle creatieve inspanningen die hij zich getroostte, bleef een bevredigend resultaat tot nu toe uit. De enige werkelijke oplossing, beseft hij dan ook, is dat de buren stoppen met voeren, „maar daar valt niet over te praten”, constateert hij. Het contact is verbroken. „‘Je bestaat voor ons niet meer’, zeggen ze.”

Toch is het tussen Mors en de buren niet altijd ‘oorlog’ geweest, vertelt hij in zijn rijtjeswoning in de gemeente Nederlek waar een forse opgezette buizerd het pronkstuk op tafel is. Vroeger dronk hij er nog weleens ‘een bakkie’ en knipten zij ook zijn kant van de heg. Nu heeft hij tegen de buurman gezegd dat hij de heg aan de bovenkant maar moet laten groeien zodat ze elkaar niet meer hoeven te zien.

,,Ik woon hier nu ongeveer acht, negen jaar. In het begin had ik het niet zo door, maar op den duur begon me op te vallen dat hier achter wel erg veel vogels waren. Toen ik erop ging letten, merkte ik dat ze gevoerd worden door de buren. Een paar keer per dag zie je daar de keukendeur opengaan en dan komt er weer een hand met blokjes brood naar buiten. Ze gooien ook echt duivenvoer: maïs en zaadjes. Het hele jaar door is het feest voor die beesten, daar in die tuin. Ze doen niets om aan eten te komen, dat kunnen ze altijd zo pakken, bijna vierentwintig uur per etmaal.

„Ik begrijp dat ze wat extra’s nodig hebben als het sneeuwt of vriest. Dat is ook wel aardig: een vetbol met koolmeesjes eraan. Ik krijg binnenkort een opgezette koolmees, dat vind ik leuk. Zo’n buizerd vind ik ook mooi, die heb ik gekocht bij een preparateur. Op de kast staat een opgezette parkiet: ik had er vroeger zelf één. Maar daar werd ik ook weleens gek van, ja.

„Als je op een boerderij woont is het best leuk, al die vogels, maar dat kan toch niet in een woonwijk? Zodra ik in m’n handen klap of met een theedoek zwaai om de tuin even te legen, vliegen er zeker vijftien spreeuwen en dertig mussen op. Je hoort wel dat de mussen met uitsterven zijn bedreigd, nou, die zitten allemaal hier.

„Maar de meeste last heb ik van duiven: dat koeren gaat eindeloos door en als ze vliegen geven ze een schreeuw. In de winter heb je er weinig hinder van, maar in het voorjaar, de paringstijd en de zomer is het hier een gekkenhuis. Ze beginnen dan als het licht wordt, vanaf kwart voor vijf. Ze zitten op de schoorsteen zo je huis in te koeren. Als ik het hoor ben ik meteen wakker. Op den duur ga je er op liggen wachten. Ik ben er nu gevoelig voor geworden, maar ik ben echt niet de enige die het vervelend vindt. Een vrouw aan de overkant slaapt met oordopjes in. Ik vertik dat.

„Ik heb weleens tegen de buurvrouw gezegd dat ik wakker werd van die duiven. ‘Nou en? Je moet wel wat van mekaar kunnen hebben hoor’, zei ze. Ik moest dat maar accepteren. Ik heb hier achter, op vijf meter afstand van het huis, een soort conifeer staan. Het is de favoriete boom van al die beesten. Hij is heel geschikt om nesten in te bouwen. Als ik hem zou omhalen is het probleem voor een deel opgelost, maar dat ben ik dus niet van plan. Dan geef ik toe dat ik heb verloren.

„Ik heb op internet gekeken: er blijken meer mensen last te hebben van duiven. Er zijn allerlei bedrijven die aan duivenbestrijding doen. Je kunt echt van alles kopen. Iemand gaf als tip: zet een roestvrij stalen windmolentje in je tuin. Zo’n ding draait en schittert, vogels houden daar niet van. Omdat ik als onderhoudsmonteur op een chemisch bedrijf werk kan ik zelf wel wat met metaal, dus ik heb zelf zo’n molentje gemaakt. Maar het werkt niet. Normale duiven, die in de stad vliegen, zouden daar wel van schrikken, maar die Turkse tortelduiven hier behoren tot het slimste soort. Zo’n duif kijkt er een paar dagen een beetje scheef naar en denkt dan: die doet me niks.”

Ook andere maatregelen die Kees Mors nam om de tuin duifvrij te houden sorteerden niet het gewenste effect. De duiven, vertelt hij gelaten, trokken zich weinig aan van de slierten rood-wit afzetlint in de boom, een kunstkraai op de dakkapel, een plastic valk op de schuur, een opgezette buizerd die over het muurtje bij de buren in de tuin kijkt, blikken in de boom met daarin knikkers aan een touwtje en alarmpistoolschoten. „O ja, ik had ook nog een stroboscoopflitser die voor discofeestjes wordt gebruikt. Hij was aangesloten op een tijdklok en vanaf de schemering flitste hij iedere seconde. Je had de buurt moeten zien kijken!”

„Je lacht erom hè, ik snap dat wel. Maar ik werd er echt knettergek van en toen heb ik een keer de fout begaan door te schieten. Ik zag het als de laatste optie. Schieten is een hobby. Ik heb een luchtbuks. Vanuit de keuken schiet ik op bierdopjes aan een draad en op dingen die ik achter tegen een oud kippenhok aan zet. In juni 2005 heb ik twee duiven geschoten en een kauw die vrolijk zijn nest aan het bouwen was in mijn schoorsteen. Als ik in bed lag hoorde ik het gekraak. Dat schieten was wel degelijk een oplossing: van die vogels werd ik in ieder geval niet meer wakker. Ik heb ook nog op een merel geschoten, die zat verder weg en ik wilde kijken of ik dat bereik had. Het was een toevalstreffer. Ik had het niet moeten doen, van dat beest had ik geen last.

„Iemand uit de buurt heeft het gezien en de politie gebeld. Toen de agent aan de deur kwam heb ik het niet ontkend. Ik kreeg een transactievoorstel van vijfhonderd euro. Ik heb bezwaar geschreven en niet betaald, maar dan wordt het een rechtszaak. Ik heb er heel lang tegenaan zitten hikken: de dagvaarding was pas anderhalf jaar later. Ik zag er als een berg tegenop, maar het was wel een mogelijkheid mijn verhaal te doen. De officier van justitie kon zich voorstellen dat ik er gek van word. Hij vond dat het absoluut moet stoppen en dat ik de gemeente moet inschakelen. De rechter maakte er uiteindelijk een boete van tweehonderdvijftig euro van.

„Er is nu sprake van een soort strafblad, daar ben ik niet echt blij mee. De agent is met de buren gaan praten, maar zij vinden dat ze niet overdreven veel voeren en volgens de wet is hij niet bij machte het te stoppen. Toch heb ik het gevoel dat ik nu moet doorzetten en bij de gemeente op zoek moet naar iemand van flora- en faunabeheer die weet hoe ik dit probleem moet aanpakken.

„Schieten doe ik praktisch niet meer, dat veroorzaakt te veel spanning. Het plezier is eraf. Afgelopen zomer had ik het niet makkelijk, toen zaten er weer duiven in de boom. Maar er is geen haar op m’n hoofd die eraan denkt mijn buks te pakken. Ik heb mijn lesje geleerd. Ik heb een apparaatje gemaakt dat ik vanuit mijn bed kan bedienen. Er springen vonken uit, het geeft licht en maakt lawaai. Het was een hele operatie: er gaat een draad van de boom langs de schutting, de regenpijp, onder de dakpannen naar de zolder en vandaar via de leidingen van de verwarming naar mijn nachtkastje. Met een keuzeschakelaar kan ik hem laten vonken in de boom of op de dakkapel, want daar staat ook zo’n apparaatje. Maar het werkt niet goed meer. De duiven denken: dat heb ik gisteren ook al gezien. Ze blijven nu gewoon zitten.

‘Ik heb wel een nieuw idee. Bij voetbalwedstrijden zie je soms een pop die staat te zwieren doordat een ventilator er hete lucht in blaast. Die moet ik hebben. Ik zou zo’n pop aansluiten op een tijdschakelaar zodat hij om half vijf ’s ochtends begint te waaieren, tot een uur of zes want dan sta ik toch op. Als dat niet helpt zal ik weer iets anders verzinnen. Ik geef het niet op. Het is een uitdaging, ik moet dit ooit kunnen winnen.”

Om privacyredenen is een gefingeerde naam gebruikt.