Schakers als spionnen

Schaakmeesters waren betrokken bij spionage en codes breken. De Engelse schaakmeester Graham Mitchell werd er van verdacht een dubbelspion te zijn.

Er zijn verschillende anekdotes over schakers die in tijden van oorlog in moeilijkheden kwamen doordat hun schaakliteratuur door de autoriteiten beschouwd werd als verdacht materiaal in een onbegrijpelijke code. Of die anekdotes op waarheid berusten weet ik niet, maar wel is het zeker dat in 2001 een gedetineerde in een Amerikaanse gevangenis het onschuldige boek Standard Chess Openings van Eric Schiller niet mocht lezen. Hij had het besteld bij de uitgever, maar die kreeg het teruggestuurd omdat het boek de veiligheid in de gevangenis in gevaar zou brengen. De motivering was simpel: „Bevat overal code.”

Er waren ook schakers die echt bij spionage en codes betrokken waren. Bij de groep die in de Tweede Wereldoorlog de codes van het Duitse leger brak waren drie schaakmeesters, Alexander, Golombek en Milner Barry. Het begaafdste brein van de codebrekers was wiskundige Alan Turing. Die schaakte ook, maar niet erg sterk.

Er is ook een Engelse schaakmeester geweest die een hoge positie had bij de Britse inlichtingendienst MI5 en er een tijdje van verdacht werd een dubbelspion te zijn die in feite voor de Sovjet-Unie werkte. Dat was Graham Mitchell, internationaal meester in het correspondentieschaak en tot zijn pensionering in 1963 de tweede man van MI5. Zijn baas was Roger Hollis, de vader van de bekende schaker Adrian Hollis, die internationaal meester en grootmeester was in correspondentieschaak.

De beroemde Britse dubbelspionnen waren Burgess, Maclean, Philby en Blunt. Toen ze alle vier ontmaskerd waren en onschadelijk gemaakt, bleef er binnen de inlichtingendienst het vermoeden dat er nog een vijfde belangrijke mol van de Sovjet-Unie moest zijn. De verdenking ging uit naar Mitchell en later vooral naar zijn baas, Roger Hollis. Mitchell ging vroegtijdig met pensioen, maar Hollis bleef tot 1965 op zijn post.

In 1974 kwam een officiële onderzoekscommissie tot de conclusie dat er geen bewijzen waren dat Hollis een verrader was geweest. Peter Wright, een MI5 spion met een wat lagere rang, was het daar niet mee eens en in zijn geruchtmakende boek Spycatcher, dat in 1987 verscheen, bleef hij er bij dat Roger Hollis de vijfde man was geweest van de bende van dubbelspionnen.

Op de Russische website chesspro.ru staat nu een artikel van Vladimir Neistadt waarin deze oude geschiedenis weer eens uit de doeken wordt gedaan. Het gaat vooral over Graham Mitchell, maar omdat er van hem geen foto gevonden kon worden, is het geïllustreerd met een foto van Adrian Hollis, alsof die ook bij de zaak betrokken zou zijn. Hij was dan wel de zoon van de verdachte Roger Hollis en bevriend met Mitchell, maar zelf doceerde Adrian oude talen aan de universiteit van Oxford en met spionage heeft hij zich niet bemoeid.

C.E. Lord Mitchell, Brits correspondentiekampioenschap 1944-1945

1. e4 c6 2. d4 d5 3. Pc3 dxe4 4. Pxe4 Lf5 5. Pg3 Lg6 6. Pf3 Pd7 7. Ld3 e6 8. 0-0 Pgf6 9. b3 Dc7 10. Lb2 0-0-0 11. c4 Ld6 12. De2 Lxd3 13. Dxd3 h5 14. Tfd1 c5 15. De2 h4 16. Pf1 Ph5 17. Pe5 Pdf6 18. a3 Pf4 19. De3 g5 Door wits tamme spel staat zwart uitstekend. 20. b4 En na deze fout komt zwart in groot voordeel. 20...Lxe5 21. dxe5 Na 21. Dxe5 zou wit direct verliezen door 21...Dxe5 22. dxe5 Txd1 23. Txd1 Pe2+ 24. Kh1 Pe4. Zwart dreigt dan een aardig mat met zijn twee paarden, zodat wit zijn toren kwijtraakt. 21...Dc6 22. f3 De beste verdediging was 22. Df3, al zou het eindspel slecht staan voor wit. 22...Pg4 23. De1 cxb4 24. axb4 Db6+ 25. c5 Dxb4

Als wit nu de dame neemt volgt weer het mat met de twee paarden: 26. Dxb4 Pe2+ 27. Kh1 Pf2 mat. 26. La3 Txd1 27. Lxb4 Txa1 28. De4 Td8 29. c6 Tdd1 Nu krijgt wit een kans om te ontsnappen. Er was een geforceerde winst voor zwart door 29...Txf1+ 30. Kxf1 Td1+ 31. Le1 Pd3 30. cxb7+ Kd7 31. b8P+Wit mist zijn kans. Hij kon remise maken met 31. Le1 Txe1 32. Dd4+ Pd5 33. Dxa1 Txa1 34. b8D Pge3 35. Db7+ en wit redt zich. Geen simpele variant, maar de computer ziet het in een seconde. Je beseft hoe het correspondentieschaak veranderd is door de computer. De fouten van toen zouden tegenwoordig niet meer voorkomen. 31...Kd8 Wit heeft drie aanvalsstukken tegen de zwarte koning en het lijkt alsof hij daar iets mee moet kunnen doen, bijvoorbeeld met 32. Pc6+. Maar ook hier ziet de computer meteen dat zwarts koning altijd in veiligheid komt. 32. Le7+ Kxe7 33. Db4+ Ke8 34. Db5+ Kf8 35. fxg4 Pd3 Wit gaf op. Hij moet zijn dame geven om niet mat te gaan.

Lees de columns van Hans Ree ook op nrc.nl/schaken.