Regeerakkoord?

Het regeerakkoord van het nieuwe kabinet-Balkenende is gereed. Is er in de kabinetsplannen voldoende aandacht voor sport?

Erica Terpstra, oud-staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), voorzitter sportkoepel NOC*NSF: „Alle partijen hadden een stevige sportparagraaf in hun verkiezingsprogramma. In het regeerakkoord zie je er weinig van terug. De maatschappelijke rol van sport wordt erkend, maar niet geconcretiseerd. Een gemiste kans. Er zijn genoeg pijlers in het regeerakkoord waar sport naadloos in past, zoals talentontwikkeling en maatschappelijke stages. Bij de verbetering van wijken wordt de rol van de sportclub niet expliciet genoemd. Sport hoort bij het tegengaan van vandalisme en bevorderen van sociale cohesie. Verder komt het woord topsport niet voor, terwijl het een maatschappelijke waarde en uitstraling heeft. Investeren in sport is een investering in fitte werknemers en de maatschappij. Ik zie graag een verdubbeling van het sportbudget van VWS naar 200 miljoen euro per jaar. Om de samenwerking tussen sport en scholen op poten te zetten, is bij Onderwijs 200 tot 300 miljoen per jaar nodig. We willen graag een minister met sport in de portefeuille. Van belang is dat die met collega’s in de ministerraad meer ‘sport-inclusief’ denkt.”

Henk Kesler, directeur betaald voetbal KNVB: „Het is nogal mager. Vooral topsport komt er bekaaid vanaf. Daarvoor is een beperkt bedrag beschikbaar, terwijl het vorige kabinet inzag welke drive topsport – met zijn rolmodellen – kan hebben voor bijvoorbeeld integratie. Ook amateurclubs kun je daarvoor gebruiken. Verder is het teleurstellend dat het regeerakkoord geen passage wijdt aan de wenselijkheid van een voetbalwet. Voor de formatie zeiden PvdA en VVD: ‘We gaan voor die voetbalwet.’ Ook bij het CDA, in de persoon van Joop Atsma, was er steun voor. Wij steunen de wens van Terpstra voor een minister met Sport in de portefeuille. Een minister heeft meer gezag dan een staatssecretaris en meer zeggenschap in het kabinet. Voordeel is ook dat je onderwerpen zelfstandig op de agenda kunt zetten. Nu is sport meer een afgeleide van onderwerpen uit andere gebieden.”

Johan Wakkie, directeur hockeybond: „In de verkiezingsprogramma’s was er meer aandacht voor. Ik heb niet het idee dat dit kabinet sport hoog in het vaandel heeft. Van de plannen voor een alliantie tussen scholen en sport heb ik weinig teruggezien. De samenwerking tussen scholen en sportclubs – met mensen die parttime bij een school én een vereniging werken – heeft de hoogste prioriteit. Sportclubs hebben een rol in maatschappelijke thema’s als integratie en omgangsvormen en moeten structureel ondersteund worden. Dat kun je niet met alleen vrijwilligers doen. Er is geld nodig voor professionals. Verder moet de voorbereiding in de aanloop naar een WK of Olympische Spelen – zeker bij grote toernooien in eigen land – structureel ondersteund worden. Een minister van Sport is niet nodig. Staatssecretaris Ross-van Dorp was juist bezig met het verbinden van ministeries. Je moet sport op verschillende fronten verbinden en de rol van sport ook inbrengen bij de ministers van Onderwijs en – nu – Jeugd en Gezin.”

Jan Rijpstra, oud-lid Tweede Kamer, voorzitter honkbalbond: „De aandacht voor sport is mondjesmaat. Je moet in het regeerakkoord tussen de regels door lezen en hopen dat het er staat. Bij de initiatieven om de wijken te verbeteren, heb ik het gevoel dat het geld niet richting sportclubs gaat, maar naar welzijnsinstellingen. Wat betreft de bewegingsarmoede van de jeugd had concreet geregeld moeten zijn dat kinderen in de leerplichtige leeftijd drie uur per week gymnastiek moeten krijgen van vakleerkrachten.”

Margo Vliegenthart, staatssecretaris VWS in kabinet-Kok II (1998-2002): „Bij de uitwerking van de details van het regeerakkoord had meer gezegd kunnen worden over sport. Ik heb met de nieuwe staatssecretaris voor Sport (PvdA-er Jet Bussemaker, red.) gesproken over mogelijke initiatieven en heb er vertrouwen in dat er de komende jaren een goed sportbeleid komt. Er komt jaarlijks 20 miljoen euro bij voor sport. De accenten in het regeerakkoord op zaken als preventie en het belang van integratie zijn goed.”