Opdringerige politici

Iedereen wordt geacht de wet te kennen. Dat is algemeen bekend, maar staat nergens in de wet. Na het lezen van wetsartikelen weet iedereen dat hij onmogelijk alle wetten kan lezen, laat staan kennen.

Wetteksten blinken immers uit in degelijkheid, compleetheid en eenduidigheid. De ambtelijke schrijvers gebruiken niet alleen lange zinnen, tussenzinnen, bijzinnen, en verwijzingen, maar ook termen en woorden die in de gewone mensentaal onbekend zijn.

Daardoor begrijpen weinig mensen de wetteksten en moeten zij voor uitleg de hulp van een jurist, een vrijwilliger bij een wetswinkel of een advocaat inroepen. Wie eerst of in plaats van een (duur) verzoek om uitleg een vertaling van de juristentaal in begrijpelijk Nederlands wil doornemen, moet het pas verschenen boek De wet in gewoon Nederlands van Douwe Brongers eens lezen. Een jargonloze pil van 640 pagina’s voor 17,50 euro. Daarin staan de belangrijkste wetten waar je mee te maken kan krijgen.

Het goede nieuws is dus dat we de wet niet hoeven te kennen. Toch mag je niet blind, doof en gehandicapt door het leven gaan, in de veronderstelling dat anderen (liefst de overheid) je gratis helpen wanneer je verdwaald bent in de financiële jungle. De Brongers kan een welkome hulp zijn, maar niet meer dan dat.

De werkelijkheid is namelijk grimmiger dan je denkt. Daar helpt geen advies of boekje bij. Wij lijden in geldzaken aan en onder onwetendheid, hebzucht, gemakzucht, onnozelheid, goedgelovigheid en andere slechte eigenschappen.

De overheid stimuleert dat gedrag met (onnodige) belastingvoordelen en te ingewikkelde regelgeving, die in de loop van de jaren vaak wordt aangepast, zonder dat iemand het in de gaten heeft.

Neem de leaseplannen (beleggen in aandelen met geleend geld). Die kregen begin jaren negentig een vliegende start, omdat de leningsrente (soms wel 18 procent) aftrekbaar was van je belastbare inkomen. Daardoor boden die plannen mensen in de hoogste belastingtarieven een voordelige wijze van beleggen.

Zo kregen de leaseplannen een goede naam, mede doordat de aandelenkoersen opliepen. Jaren later verdween de renteaftrek en namen honderdduizenden mensen een of meer plannen. Die liepen met verlies af toen de koersen daalden. De schadeafwikkeling is bijna afgerond.

Neem de levensverzekeringen met een van aandelen afhankelijke uitkering, dus zonder garantie. Ook deze beleggingspolissen kregen de fiscale wind mee. Bijvoorbeeld als onderdeel van een beleggingshypotheek; een lening gecombineerd met een aflosverzekering.

Deze polissen liggen (on)terecht onder vuur door de misschien hoge kosten die sommige verzekeraars rekenen. Die aanbieders profiteren zo misschien van het belastingvoordeel dat de overheid aan de verzekerden biedt.

Zo zijn er meer voorbeelden van regelingen met overheidssteun die na verloop van tijd op een fiasco uitlopen. Het is nu al zover dat de Belastingdienst de politiek smeekt om geen nieuwe plannen meer te bedenken, anders raken de systemen van slag en zijn de belastingplichtigen de dupe.

Zal de nieuwe ploeg opdringerige politici deze smeekbede verhoren? Nee. Dus raakt het Belastingsysteem 2001 verder in de knoei. Wanorde alom. De nieuwe staatssecretaris Jan Kees de Jager (CDA) kan zich onsterfelijk maken door allerlei nieuwe belastingideeën te weerstaan en flink te kappen in de jungle van de belastingregels.

De moraal? Staar je niet blind op de belastingvoordelen van een (nieuwe) regeling. Ongemerkt loopt het slecht af.