Octrooi hoeft niet meer Nederlands

Octrooien hoeven straks niet langer in het Nederlands te worden ingediend. Ook Engelstalige patenten worden geldig in Nederland.

Dat voorstel is gisteren door de ministerraad aangenomen en zal binnenkort naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Daarmee is Nederland het eerste land in Europa dat de eigen taal als verplichte taal voor octrooien loslaat. Het belangrijkste deel van het patent – de claims – moet nog wel in het Nederlands worden opgesteld.

De zogeheten vertaalplicht is een groot struikelblok voor het komen tot één gemeenschapsoctrooi voor de Europese Unie. Nu moet een octrooi opgesteld zijn in de taal van het land, om daar geldig te zijn. Ook als het een Europees octrooi is. Dus wie patent wil aanvragen in heel Europa, moet zijn octrooi in 27 talen laten vertalen: een kostbare en tijdrovende zaak. Tot nu toe willen verschillende staten hun taal echter niet als verplichte taal laten schrappen.

Met deze stap loopt Nederland vooruit op de invoering van het zogeheten vertalingenprotocol. Daarin willen acht landen – waaronder Nederland, Duitsland en Frankrijk – alvast afspreken dat patenten voortaan in het Engels, Duits of Frans kunnen worden opgesteld. Dit protocol is inmiddels door alle acht landen ondertekend, behalve Frankrijk, waar het nog gevoelig ligt.

In de Europese Unie wordt al jaren gepraat over een gemeenschapsoctrooi dat in alle lidstaten geldig is. Het is de vraag of dit er ooit komt. Er is al een Europees Octrooibureau, maar dat staat los van de Europese Unie. Het is een initiatief van de Europese Octrooigemeenschap – een samenwerkingsverband van 32 Europese landen.

Naast het vertalingprotocol is de Europese Octrooigemeenschap ook bezig de rechtspraak over patenten gelijk te trekken. Zo wil ze voorkomen dat een octrooi door de rechter in Nederland ongeldig wordt verklaard, en vervolgens in Zweden wel wordt toegekend. Volgens de regeling waar nu over wordt gesproken, zou een uitspraak over een octrooi in één land in alle deelnemende landen gelden.