Leraren vinden discussie over onderwijs tijdverlies

Leraren wéten dat het niveau van het onderwijs is gedaald. Ze nemen het heft weer in handen. Derde en laatste deel van een serie.

„Ik heb geen zin om lang stil te staan bij wat er mis was aan de vernieuwingen van de afgelopen twintig jaar. Dat weten we allemaal wel. De kans de zaken nu weer recht te trekken, dáár maak ik me druk over”, zegt Harm Houwing, docent wiskunde in Schagen.

Daarmee verwoordt hij de mening van veel leraren. De sterk gepolariseerde discussie over de staat van het Nederlandse onderwijs gaat niet langs hen heen, maar ze hebben weinig behoefte zich erin te mengen. Het is tijdverlies, ze zijn allang bezig het heft weer in handen te nemen, en: het blijft toch het leukste vak dat er is.

Dat betekent niet dat leraren de problemen niet zien. Ze waren het bijna nooit met alle vernieuwingen eens. De missers kunnen ze zo opnoemen. De kaasschaaf van de basisvorming: meer vakken, maar wel voor elk vak minder uren. Geen verplichte aandacht meer voor woordkennis, spelling en grammatica in de bovenbouw. Thema’s zonder chronologie bij geschiedenis. „Het is toch logisch dat er vakinhoud verdwijnt als je van zeven naar dertien examenvakken gaat?”, zegt Houwing.

De verschuiving van kennis naar het aanleren van meer vaardigheden beoordelen docenten zeker niet alleen negatief. „De aandacht voor spreekvaardigheid en presentatie was goed”, vindt Margot de Wit, docent Nederlands in Den Bosch en voorzitter van de sectie Nederlands van de vereniging Levende Talen. „Zeker voor vwo-leerlingen. Daar zaten veel nerds bij. Ze kunnen zich nu zóveel beter uiten.”

Waar leraren wél vaak negatief over zijn, is het zwabberbeleid van de politiek. Bètaleraren die zich twee jaar lang enthousiast hadden bijgeschoold voor algemene natuurwetenschappen, zagen het vak binnen vier maanden door één enkel leerlingenprotest weer naar de achtergrond verdwijnen. „Dan krijg je natuurlijk de reactie: het zal mijn tijd wel duren”, zegt Harrie Frantzen, rector op het Minkema College in Woerden.

Gerrit Jan Fonk, leraar Frans in Zeist zegt: „In mijn vak is het niveau gedaald, absoluut. Maar dat komt doordat ik zoveel uren kwijt ben geraakt, niet door ‘het nieuwe leren’.” Hij heeft een hekel gekregen aan die „beladen” term. De nieuwe didactiek gebruikt hij juist om het niveau op te krikken. „De motivatie voor Frans is al niet hoog bij leerlingen. Dan lukt het echt niet als ik zelf vijftig minuten volpraat. Dat werkt alleen nog bij heel slimme leerlingen.”

Onderwijs Leraren willen kleinere klassen

De tijden en de kinderen zijn veranderd, stellen de leraren vast. Leerlingen luisteren niet meer naar de mooie verhalen van de aardrijkskundeleraar, want ze hebben het allemaal al zelf gezien. Wat moet de leraar dán doen om de aandacht te krijgen? „Aandacht géven”, zegt lerarenopleider in Amsterdam Annelien Haitink, die veel trainingen geeft op scholen. Een leraar moet kunnen uitdagen, inspireren, regisseren, aanmoedigen. „Alles wat Theo Thijssen ‘het flirten met de klas’ noemde.” Vooral academisch geschoolde leraren hebben daar moeite mee, zegt Haitink. „Sommigen van hen hebben het ontzettend moeilijk gehad. Ze waren gewend antwoorden te geven voordat er vragen waren. Nu moet het andersom.”

Bij talendocenten leeft volgens haar vaak de mythe: ik mag dus geen grammatica meer geven. „Maar zo is het niet. Je moet alleen weten wanneer je ermee moet komen, het zo ‘organiseren’ dat leerlingen doel en nut ervan inzien.”

Een complicatie is de enorme reductie in uren. Leraren gebruiken lesuren vaak om uit te leggen en instructie te geven en laten de leerlingen daarna weer zelfstandig werken. Dan kun je ze net zo goed een schriftelijke cursus geven, zegt Haitink. „Juist in de contacturen moet je ze met hun presentaties laten komen en ze vooral het gevoel geven dat ze het niet voor jou, maar voor elkáár doen.”

Grote misverstanden lijken er te bestaan over zelfstandig werken. Scholen ontwierpen prachtige planners en studiewijzers. Met het idee: dan kunnen de leerlingen het zelf wel uitvinden. Maar een studiewijzer is geen spoorboekje. De nieuwe didactiek vergt meer inzet van leraren. Kleinere klassen en meer leraren, dat is wat de leraren vragen van het nieuwe kabinet. Het kan zeker niet met mínder leraren, zoals nu vaak praktijk is.

Wiskundedocent Houwing blijft zich zorgen maken over de vakinhoud. Wiskunde B verliest dit jaar kansrekening en statistiek en ruimterekenen. Dat is dramatisch voor leerlingen die medicijnen of bouwkunde gaan studeren. Zijn school gaat als oplossing werken met ‘leergebieden’ waarbij leerlingen verplicht combinaties van vakken kiezen. De overlap in die vakken gebruiken ze voor onderwerpen die uit het curriculum zijn verdwenen.

Ook voor het dreigend tekort aan eerstegraads leraren bedacht Houwing een plan. „Ik zie slimme 6-vwo’ers achter de kassa zitten. Dan denk ik: kom maar bij mij hulp- en steunlessen geven en examentraining. Dan blijven ze bij het onderwijs betrokken.” Houwing: „Laat het kabinet dáár nou eens geld aan geven.”

Praat mee over onderwijs op nrc.nl/discussie

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Leraren vinden discussie over onderwijs tijdverlies (17 februari, pagina 1 en 2) staat dat wiskunde B het onderdeel ruimterekenen is kwijtgeraakt. Dit moet zijn: ruimtemeetkunde.