Langer jong en dom

De schooltijd neemt toe, maar mínder lang naar school gaan verlicht maatschappelijke problemen, vindt Rob Knoppert.

Al vele jaren voltrekt zich sluipend een verandering in het Nederlandse onderwijs die van veel groter belang is dan aandacht trekkende vernieuwingen zoals basisvorming en studiehuis. Het aantal jaren dat een jong mens deelneemt aan het onderwijs stijgt gestaag. Uit CBS-gegevens kan worden afgeleid dat de onderwijsverblijftijd, het aantal jaren dat de gemiddelde leerling op school doorbrengt, is gestegen van circa 10 in 1962 tot circa 17 in 2005. In een halve eeuw is de gemiddelde schooltijd bijna verdubbeld.

In de jaren zestig begon de schooltijd op de leeftijd van zes jaar. Een klein deel van de kinderen ging naar de kleuterschool. Nu stuurt zowat iedereen zijn kind van vier naar groep 1. Daar wordt wel degelijk geleerd, al is het over het algemeen geen lezen en schrijven. In de naoorlogse jaren gingen velen op hun veertiende werken. Tegenwoordig verlaat de jeugd de school of dagopleiding op een leeftijd van gemiddeld 21 jaar. Om enige kans op werk te hebben is minstens een opleiding nodig van vmbo en enkele jaren middelbaar beroepsonderwijs, de zogenoemde startkwalificatie. Veel meer jongeren dan vroeger gaan studeren aan een universiteit. Wil iemand zich echt onderscheiden dan volgt een tweede studie.

Deze groei in het onderwijs is fenomenaal. De mensen die nu met pensioen gaan, de mensen dank zij wie Nederland een grote economische groei heeft beleefd, hebben gemiddeld niet het niveau van de startkwalificatie. Darwin en Einstein volgden beiden een voor die tijd uitzonderlijke universitaire opleiding. Zij zaten respectievelijk 14 en 15 jaar op school, dat is korter dan de gemiddelde schooltijd nu.

Toch wordt groei van de onderwijstijd door de overheid voortdurend gepropageerd. Volgens het advies van de Onderwijsraad ‘2020: de helft van Nederland hoogopgeleid’ moeten meer leerlingen naar hoger beroepsonderwijs en universiteit. Het ministerie van Onderwijs reageert enthousiast want de groei in onderwijs leidt tot economische groei. In de studie Kansrijk Kennisbeleid stelt het Centraal Plan Bureau inderdaad dat meer onderwijs goed is voor de economie. Er is er ook een relativerende opmerking te vinden: ‘Mogelijk is niet sprake van een causaal effect van onderwijs op economische groei vanwege reverse causality’. Dat betekent dat oorzaak en gevolg omgewisseld moeten worden: economische groei leidt tot meer deelname aan onderwijs. Minister van der Hoeven pleitte onlangs op een andere manier voor langer onderwijs: de leerplichtige leeftijd zou moeten worden verhoogd om het aantal drop-outs te verminderen.

korter werken

De steeds langere schooltijd heeft vervelende gevolgen. Het heeft in de afgelopen halve eeuw een grotere invloed op het aantal arbeidsjaren per persoon gehad dan de VUT-regelingen. De overheid wil mensen aan het werk houden, tot of liever na, het 65ste levensjaar. Anders zouden de kosten van vergrijzing niet betaald kunnen worden. Maar aan de onderkant van de arbeidsjaren van een mensenleven zijn er in een halve eeuw zo’n 5 jaar afgeknabbeld. Tot dusverre wordt dit effect genegeerd.

Langere schooltijd kost geld. Een jaar kost per leerling/student gemiddeld ongeveer 5.000 euro. Bovendien wordt met ieder extra schooljaar de carrière een jaar korter, met het bijbehorende verlies van jaarinkomen.

Veel minder zichtbaar maar mogelijk veel ingrijpender zijn andere consequenties voor de maatschappij. Met de schooltijd in de laatste halve eeuw is de duur van de jeugd langer geworden. In de jaren vijftig was de 20-jarige een jong volwassene die al begonnen was aan zijn carrière en een gezin. Zijn leeftijdgenoot nu is student die zijn vrije tijd doorbrengt met jeugdige activiteiten, zoals sport en langdurige partnerselectie in de horeca. De maatschappij wordt in beslag genomen door de jeugdcultuur. Televisieberoemdheden als Bridget Maasland en Katja Schuurman presenteren zich als opgroeiend kind. Televisiepersoonlijkheid Paul de Leeuw profileert zich met puberaal pesten. Voor sommige jongeren – zoals de drop-outs die wachten op betere tijden – duurt de jeugd zo lang, dat deze soms ongemerkt overgaat in de oude dag.

De groei in schooljaren is voor een klein deel toe te schrijven aan maatregelen van de overheid. De leerplichtige leeftijd is verhoogd. Het algemeen vormend onderwijs heeft een deel van het beroepsonderwijs ‘verdrongen’. Maar de meeste groei is autonoom. Socioloog H. Ganzeboom verklaart dit verschijnsel op elegante wijze met wat hij de ‘wachtrijtheorie van de arbeidsmarkt’ noemt. Werkgevers zijn niet geïnteresseerd in iemand met bepaalde kwalificaties, maar in iemand met betere kwalificaties dan een ander. Werknemers staan in een lange rij gerangschikt naar onderwijsniveau. De werkgever neemt de voorsten in dienst. Iedereen probeert dus zoveel mogelijk opleiding binnen te halen, maar steeds krijgen de hoger opgeleiden de beste banen.

Voor leerlingen op het vmbo is de langere schooltijd geen genoegen. Zij leren zonder plezier. Jonge mensen verbeuzelen zo jaren van hun leven. Het schoolleven bestaat voor een groot deel uit wachten: wachten op het einde van de les, op de pauze, op hulp. Eerder van school gaan is geen optie vanwege de concurrentiepositie op de arbeidsmarkt.

buiten school

Het nut van veel kennis verworven op school is te betwijfelen.

Het afremmen van de groei van de onderwijstijd zou op meerdere terreinen veel lucht verschaffen. Het tekort aan leraren zal minder snel toenemen, de begroting van onderwijs blijft van beheersbare omvang en de problemen rond de vergrijzing nemen af. En veel jongeren zullen waarschijnlijk alleen maar blij zijn. Zij willen werken en een inkomen genieten, terwijl veel 65-jarigen ertoe gedwongen moeten worden.

Toch wil de onderwijsraad vijftig procent van de jongeren naar het hoger onderwijs hebben. Niet kunnen rekenen, slecht Nederlands, onvoldoende beheersing van de moderne vreemde talen en wiskunde, te weinig kennis in het algemeen alles levert argumenten om het onderwijs langer te maken. Blijkbaar leerden we vroeger in minder schooljaren meer.

Velen verlaten tegenwoordig de schoolbanken op een leeftijd dat zij biologisch al vele jaren volwassen zijn. Zou het niet verstandig zijn om wat meer naar onze biologische klok te luisteren?

Van Rob Knoppert verschijnt dit jaar het boek ‘Edutopia’. De groei van de schooltijd is een van de onderwerpen die daarin aan de orde komen.