Laat ze geloven dat intelligentie groeit, dan leren ze beter

Kinderen die te horen kregen dat intelligentie veranderbaar is, gingen harder werken. Hun wiskundeprestaties werden op slag beter. foto AP High school student Brandon Sisk works on an algebra question in his class at the Harrisburg University of Science and Technology program Friday, Oct 17, 2003 in Harrisburg, Pa. (AP Photo/Brad C Bower) Associated Press

Bij scholieren die denken dat intelligentie aangeboren is en dus vastligt, blijven de wiskundecijfers tussen hun twaalfde en veertiende gemiddeld ongeveer gelijk, terwijl de wiskundecijfers van scholieren die denken dat intelligentie kan veranderen, in die eerste twee jaar van hun middelbareschooltijd stijgen.

Dat blijkt uit onderzoek van Amerikaanse psychologen onder leiding van Carol Dweck van Stanford University. De onderzoekers hebben ook aangetoond dat het mogelijk is om scholieren te leren dat intelligentie veranderlijk is, en dat dat gunstige effecten heeft op motivatie en prestaties. Ze publiceren hun resultaten in het nieuwste nummer van Child Development Journal.

De overgang naar de middelbare school is voor kinderen een tijd vol onzekerheid en competitiedrang, schrijven de onderzoekers, en sommige (ook de intelligente) scholieren maken in deze periode een terugval in schoolprestaties door, waar ze niet meer overheen komen. Scholieren die denken dat hun intelligentie te ontwikkelen valt en dat het dus zin heeft als ze erg hun best doen, zijn volgens de psychologen minder vatbaar voor zo’n terugval. Die gedachte werkt als een soort buffer en geeft hun een gevoel van controle. Als ze een keer een slecht cijfer halen, denken ze dat ze harder hadden moeten werken, niet dat ze het blijkbaar toch niet kunnen. Scholieren die denken dat hun intelligentie vastligt voelen zich op zo’n moment dom en hulpeloos, en zijn daardoor dan geneigd om op te geven.

Om te onderzoeken of dat patroon gekeerd kan worden, gaven de psychologen 91 scholieren in New York een cursus over de werking van de hersenen. Deelname was vrijwillig. Het waren kinderen die het relatief slecht deden op school: hun wiskundecijfers zaten bij de laagste 35 procent van hun klas en vertoonden een dalende lijn.

De helft van de kinderen kreeg een cursus waarin gedemonstreerd werd hoe je je eigen intelligentie kunt laten groeien door te leren; in de controlegroep waren die lessen vervangen door lesstof en oefeningen over het geheugen.

De cijfers in de controlegroep bleken een half jaar na de cursus gestaag omlaag te zijn gegaan, maar in de ‘groeigroep’ begonnen de cijfers na de cursus juist te stijgen. Ook merkten de leraren van de kinderen in die groep op dat ze meer gemotiveerd waren om te leren: de scholieren vroegen vaker om hulp en leverden werkstukken extra vroeg in, zodat ze er eventueel voor de echte deadline nog iets aan konden verbeteren.

Carol Dweck publiceerde vorig jaar een populair-wetenschappelijk boek over de verschillen tussen mensen die denken dat hun persoonlijkheid veranderlijk is of juist vastligt: Mindset. The New Psychology of Success (uitg. Random House). Uit haar onderzoek blijkt dat de eerste groep vrijwel altijd beter af is.

Ellen de Bruin