Kritiek op ‘de kleine indiaan’ zwelt aan

Na een jaar socialistische revolutie lopen de spanningen in Bolivia hoog op. ‘Het radicale, linkse beleid van Morales zet groepen tegen elkaar op.’

Op het centrale plein van de Boliviaanse stad Camiri lopen de ijsverkopers met hun karretjes onafgebroken rondjes. Knijpend in het rubberen handvat van hun toeter trekken ze de aandacht. Maar de handel verloopt moeizaam. Rond het middaguur zijn er bijna net zo veel ijshandelaren als potentiële klanten die zich op schaduwrijke bankjes verstoppen voor de gemeen warme zon.

Mirko Orgáz, de leider van de lokale burgerbeweging, bekijkt vanaf een terrasje het spektakel met een zekere gêne. De voormalige hoofdstad van de brandstofindustrie Camiri (30.000 inwoners) in de zuidoostelijke streek Chaco is volgens hem een van de vele „spooksteden” van Bolivia geworden. „Bijna 60 procent van de jongeren is er werkloos. Er is een ware stampede, een stormloop, gaande. Tot enkele enkele jaren geleden zochten dagelijks zo’n honderd Bolivianen hun heil in het buitenland. Nu is dat aantal zeshonderd”, zegt Orgáz.

Het afgelopen jaar emigreerden zijn broer, een neef en verschillende vrienden naar Spanje. „Er is geen perspectief in Bolivia. Er is veel alcoholmisbruik onder jongeren.” En ze slaan hun tijd stuk in een van de vele internetcafés. Daar trotseren ze de bordjes aan de wand waarop staat dat het strikt is verboden pornografie te bekijken.

Deze maand leidde Orgáz tien dagen lang een blokkade van de doorgangsweg naar Argentinië. Ook werd de gastransporteur Transredes – voor een kwart eigendom van Shell – bezet om onteigeningen van internationale bedrijven en werkgelegenheid te eisen. „Tot nu toe is het zogenaamde nationaliseren van multinationals door de regering van Evo Morales niet meer dan een mediashow. Af en toe bezetten militairen een bedrijf, houdt Morales een patriottische toespraak, worden er foto’s gemaakt en daarna gaat iedereen weer weg. Wij eisen de onmiddellijke en volledige overname van alle buitenlandse bedrijven in de brandstofindustrie”, zegt Orgáz.

„Deze kleine indiaan is nog niet weg”, zei de eerste indiaanse president van Bolivia Evo Morales vorige maand in het parlement, waar hij trots verantwoording aflegde over één jaar regeringsbeleid. Maar de onvrede groeit in het armste land van Zuid-Amerika. Steeds meer groeperingen zetten met geweld hun financiële en politieke eisen kracht bij. Vorige maand bestormden cocaboeren regeringsgebouwen in Cochabamba en in regeringscentrum La Paz protesteerden mijnwerkers met het gooien van dynamietstaven tegen een belastingverhoging.

President Morales weet de onvrede tot nu toe te bezweren door doorgaans alle verlangens van de demonstranten in te willigen. Maar die tactiek leidt tot nieuwe acties. Net zoals tijdens het bewind van de twee vorige Boliviaanse presidenten – die door aanhoudende onlusten hun mandaat niet konden afmaken – lopen de spanningen tussen arm en rijk, links en rechts en oost en west gevaarlijk hoog op.

Veel vroegere aanhangers van Morales hebben het vertrouwen in de van lamaherder tot president opgeklommen leider verloren. De voormalige Boliviaanse veeboer Jorge Castedo (56 jaar) stemde in december 2005 op Morales omdat hij het hoog tijd vond dat aan vijfhonderd jaar uitsluiting van grote groepen mensen een einde kwam. Want eigenlijk is het land er volgens hem nog niet zo heel veel op vooruit gegaan in vergelijking met zijn kindertijd toen in zijn provincie Concepción de indiaanse knechten in slavernij leefden. „Ze werkten zich kapot en kregen als salaris alleen te eten en één keer per jaar een nieuwe pantalon en een hemd.”

Maar in de wandelgangen van een vergadering van de burgerbeweging van het relatief rijke oostelijke departement Santa Cruz vertelt Castedo gloeiende spijt te hebben van zijn keuze. „Ik wilde verandering, maar geen burgeroorlog. Het radicale, linkse beleid van Morales zet groepen tegen elkaar op. Evo blijkt niet meer dan een marxistische marionet van president Hugo Chávez in Venezuela. Hij heeft zich teruggetrokken in La Paz en laat zich door voormalige guerrillastrijders adviseren.”

Volgens de oppositie laat Morales te veel zijn oren hangen naar omstreden radicale politici zoals de vicepresident Álvaro García Linera, een voormalig lid van de terroristische organisatie Tupac Katari. Een andere voorname medewerker van Morales in het paleis is de Peruaan Walter Chávez. Peru heeft deze maand om uitlevering gevraagd van Chávez omdat hij in eigen land wordt gezocht wegens terrorisme. Bolivia weigert uitlevering en beschouwt Walter Chávez als politieke vluchteling.

„Een van de substantiële problemen van de huidige regering is het gebrek aan professionaliteit. De leden van regeringspartij MAS (Beweging naar het Socialisme) hebben geen kennis van het openbare bestuur. Hun beleid wordt vooral ingegeven door een gedateerd links discours”, zegt Cecilia Moreno, beleidsmedewerkster van de Nederlandse hulporganisatie SNV. Toch betekent de regering van Morales volgens haar ook een grote doorbraak. „De uitsluiting van de arme indianen is voorbij. Ze participeren nu in de politiek en in het maatschappelijke leven. Laatst zag ik zelfs een indianenfamilie in de McDonald’s. Dat was vroeger ondenkbaar.”

Ook een gemeenteraadslid van de MAS in Santa Cruz, Osvaldo Peredo, ziet de emancipatie van de indianen als een enorme verbetering in Bolivia. „En voor het eerst in mijn leven heb ik het gevoel in een soeverein land te leven. Het buitenland en de multinationals moeten ons nu met respect behandelen.”

Op de boekenplank in het kantoor van de 66-jarige medicus en communist Peredo staan de 55 delen met de verzamelde werken van Lenin op een prominente plek. In 1967 wierf Peredo nog latino-studenten voor de revolutionaire strijd die Che Guevara in zijn land aanvoerde. Hij geldt als een belangrijke adviseur van Morales.

Dat de kritiek op Morales aanzwelt, is volgens hem deels de schuld van „de fascistische media in dit land. Zij zijn antirevolutionair en roepen voortdurend op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat veroorzaakt het geweld.” Maar eerlijk is eerlijk, zegt hij, ook zijn politieke vrienden maken fouten. „De regering in La Paz verzet zich onnodig fel tegen de departementale autonomiebewegingen. Het verlangen naar meer regionaal zelfbestuur ís niet strijdig met de revolutie en hoeft dus niet per se een exclusief streven te zijn van de rechtse politieke en economische krachten. Morales moet de autonomie juist steunen. Dan nemen de spanningen ook af.”

Zie ook www.nrc.nl/tango: Een vrouw als president