‘Kale zangeres’ al vijftig jaar absurd

In een Parijs’ theater werd gisteravond het jubileum gevierd van ‘De kale zangeres’ van Ionesco, dat hier al vijftig jaar lang te zien is: „Yoghurt is goed voor de apotheose.”

Jubileumvoorstelling van ‘De Kale Zangeres’ in Parijs. Foto AFP POUR ILLUSTRER LE PAPIER : "Depuis 50 ans, la leçon de longévité d'un spectacle Ionesco à Paris". (GàD) Les comédiens Claude Darvy, Roger Défossez, Claude Leblond, Nicolas Bataille et Simone Mozet interprètent la pièce "La Cantatrice Chauve" d'Eugène Ionesco, le 12 février 2007 au Théâtre de la Huchette à Paris. Le 16 février 1957, "La Cantatrice chauve" et "La Leçon" étaient données au Théâtre de la Huchette à Paris. Cinquante ans plus tard, le spectacle Ionesco fait toujours les beaux soirs de cette petite salle du Quartier latin, un record mondial de présence à l'affiche d'un même lieu. AFP PHOTO PIERRE VERDY AFP

In de krappe kleedkamer van het Théâtre de la Huchette staan vijf identieke hoedendozen met brandweerhelmen, elk met een andere naam. Er hoort een briefje van een oude theaterdirecteur op het prikbord bij: „De brandweercommandanten wordt verzocht hun helmen in de juiste dozen achter te laten, die ik daarvoor met zorg en liefde heb klaargezet en gemarkeerd.” Vijf brandweerhelmen, gedragen door tientallen acteurs: na meer dan 15.000 voorstellingen kun je de draad kwijtraken.

Voor de acteurs die zich hier gisteravond uit de kostuums en in de kleren hijsen, is de kleedkamer een tweede huiskamer. Het vestzaktheatertje (90 stoelen) in het Parijse Quartier Latin vierde het vijftigjarig jubileum van Eugène Ionesco’s De kale zangeres deze week met een opvoering door de oorspronkelijke bezetting. Op 16 februari 1957 ging het hier in première, samen met De Les, Ionesco’s tweede stuk. Het werd de langstlopende toneelvoorstelling ter wereld, afgezien van Agatha Christie’s De muizenval, die al vanaf 1952 in Londen te zien is. Met een belangrijk verschil, zegt Jacques Legré, brandweerman en sinds 1961 betrokken bij het stuk: „De muizenval is nog steeds de detective die het eerst was. Wij hebben ons door de jaren heen ontwikkeld van een avant-gardistisch stuk tot een klassieker.”

Toen Ionesco in 1950 met zijn script in de literaire en theaterwereld ging leuren, kreeg hij er niemand warm voor. Het absurdistische ‘anti-pièce’, zoals de Roemeens-Franse schrijver zijn eersteling gedoopt had, tartte alle toneelwetten. De personages, meneer en mevrouw Smith en meneer en mevrouw Martin, de brandweerman en de meid spreken met elkaar in clichés, twee van hen zijn met elkaar getrouwd zonder het te weten, en het stuk eindigt met het begin. In de tussentijd stellen ze vast dat een week zeven dagen heeft, dat als de bel gaat, het betekent dat er niemand aan de deur is, en dat yoghurt goed is voor „de buik, de nieren, de blindedarmontsteking, en de apotheose”.

Ionesco’s ‘parodie op de taal’ ontstond naar aanleiding van een cursus Engels. Gegrepen door de platitudes die de personages in het lesboek met elkaar uitwisselden, begon de schrijver de dialogen uit te werken tot een script. In een interview verklaarde hij dat het stuk ging over de verbazing die hij voelde als hij mensen hoorde praten zonder dat zij over het ‘allerbelangrijkste’ spraken: de ondraaglijkheid van het menselijk leven.

Toevallig kwam de tekst onder ogen van Nicolas Bataille, die op 21-jarige leeftijd een experimentele theatergroep was begonnen. „Wij lazen het in een café en vonden het meteen hilarisch”, vertelt Odette Barrois, toen een 18-jarige toneelstudente, vanavond te zien als meid. Toen het stuk op 10 mei 1950 in première ging, trok het nauwelijks publiek. Alleen van gelijkgezinden als Samuel Beckett en Arthur Adamov kreeg het bijval. „Voor reclame was geen geld, en dus gingen we ’s middags met sandwichborden de Boulevard Saint Michel op”, zegt Barrois.

De groep bleef reprises houden. „In 1953 hadden we een maand met goede kritieken. En in 1957 leende de filmer Louis Malle ons 10.000 franc om La Huchette een maand mee te huren. Het was alsof het publiek het opeens begreep. Eén maand werden er twee, dat werden er drie, en nu zijn het vijftig jaar.” De groep acteurs, in de loop der jaren uitgegroeid tot 120 man, werd een hechte familie waaruit huwelijken ontstonden, en waar kinderen en kleinkinderen uit voortkwamen, die op hun beurt ook weer in La Huchette op de planken stonden. En ver daarbuiten: Bataille en de zijnen speelden van Zweden tot Japan.

Is De kale zangeres nog actueel? De Belgische scholieren die er vanavond door hun leraren naartoe zijn gesleept, kunnen erom lachen. Maar de voor het jubileum belegde reünie heeft iets routineus. De wenkbrauwen gaan werktuigelijk omhoog, de gebaren zijn even groots en theatraal als de bordkartonnen decorstukken. Maar de stemmen van de acteurs kraken en, lijkt het, sommige ledematen ook.

In de kleedkamer dissen de bejaarde acteurs vermoeid hun anekdotes op aan radio- en televisiejournalisten: op een spiekbriefje hebben ze de antwoorden op standaardvragen opgeschreven. De ooit avant-gardistische regisseur schiet zijn jas aan en de artiesteningang uit. „Meneer Bataille! Mag ik nog…”, roept een journalist. „Hij wil naar huis”, verklaart de huidige theaterdirecteur. „De man is eenentachtig.”