Iran maakt zich niet veel zorgen over de Amerikanen

Temidden van speculaties over een Amerikaanse militaire aanval op de Iraanse nucleaire installaties maken de Iraniërs zelf zich weinig zorgen.

Niemand zou het zeggen, maar de als drogisterij vermomde pijpenla van Ibrahim Najafi is een illegale bank. Vanuit dit kantoortje in een van de drukste straten van de Iraanse hoofdstad Teheran stuurt hij brommerkoeriertjes met soms duizenden euro’s naar klanten. Veilige beleggingen als gouden munten en buitenlandse valuta zijn Najafi’s specialiteit. Met de Amerikaanse oorlogsdreiging zou hij het druk moeten hebben, maar Najafi verkoopt geen gouden munt extra.

„Niemand in Iran maakt zich grote zorgen over een Amerikaanse aanval”, zegt de geldwisselaar. Een man die zich met moeite voor de minuscule toonbank heeft gewurmd, vult hem aan. „Ach, in theorie praat ik er wel eens over, thuis met vrienden. Maar ik zou echt verbaasd zijn als er iets zou gebeuren”, zegt de man, die als purser voor Iran Air werkt.

Met een tweede Amerikaanse vliegdekschip in de Golf en Amerikaanse beschuldigingen van Iraanse betrokkenheid bij aanslagen in Irak, neemt in Europa en de Verenigde Staten de discussie over een Amerikaanse aanval op Iran serieuze vormen aan. Maar in Iran zelf neemt niemand de dreiging echt ernstig.

Er is geen merkbare militaire activiteit. Er wordt niet aantoonbaar extra voedsel ingekocht. Verkopers van generatoren merken geen omzetstijging. Wisselkoersen zijn redelijk stabiel. Veel mensen maken zich op voor de viering van het Iraanse nieuwjaar, Nowruz, dat op 21 maart wordt gevierd.

„Als ik zo die beelden van Irak zie, denk ik: die Amerikanen hebben het veel te druk om ons aan te vallen”, zegt de purser in het wisselkantoor. Het staatsnieuws heeft altijd veel aandacht voor de situatie in Irak. In het nieuws over het Iraanse nucleaire programma krijgen positieve berichten de meeste aandacht. Diplomatieke steunbetuigingen uit andere derdewereldlanden geven soms het idee alsof de hele wereld, op het Westen na, Iran steunt.

„Niet dat ik het Iraanse nieuws altijd geloof”, zegt de purser. „Wij Iraniërs gaan af op geruchten. Maar ik hoor ook geen geruchten over een mogelijke aanval of voorbereidingen daarvoor. Dus ik maak me geen zorgen.”

Verscheidene Iraanse leiders hebben de Amerikaanse dreiging als „psychologische oorlogvoering” afgedaan. Desondanks waarschuwde de invloedrijke, conservatieve krant Kayhan het regime om de dreiging serieus te nemen. „De mogelijkheid – hoe klein ook – moet niet worden genegeerd. De leiders van de islamitische republiek Iran moeten al het noodzakelijke voorbereiden voor die mogelijke dag.”

In een internetcafé aan de Ferdowsistraat zit Behnousi Gohazian (20) te chatten met vriendinnen elders in de stad. „Ik ben wel bang dat er iets gebeurt”, zegt ze. Haar vriendin – net als Gohazian met zwarte mascara en de hoofddoek losjes op het achterhoofd – knikt instemmend. „Maar in mijn familie bereidt niemand zich ergens op voor”, vervolgt Gohazian.

Het Museum van de martelaren is een permanente tentoonstelling van Iraanse paraatheid. Rijen etalagekasten met daarin kleren en andere overblijfselen van bekende Iraanse oorlogshelden staan langs de muren. In de oorlog tegen Irak (1980-1988) vonden honderdduizenden Iraniërs in loopgraven en mijnenvelden de dood.

„Dit is de foto van Hussein Fahmideh, die op zijn dertiende voor een Iraakse tank sprong met granaten om zijn middel”, zegt Ali Asgar Vafai (50). Op de foto staart een vriendelijke jongen met een dik gezicht de museumbezoekers aan. „De geschiedenis leert ons dat het Iraanse volk in goede tijden wellicht verdeeld is, maar dat als er dreiging is iedereen samenkomt tegen de vijand”, zegt Vafai. Zelf vocht hij in de oorlog vijftien dagen aan het front. „Er was een wachtlijst”, verklaart hij.

Op de afdeling van de internationale martelaren (voornamelijk Palestijnen), slentert Amin Ghassemi (19, hippe sik) langs de kasten. Hij heeft zich net aangemeld bij de universiteit en had tijd over. „Het nieuws van de Amerikanen is al 28 jaar hetzelfde. Ze bedreigen ons land. Ik maak me er absoluut geen zorgen over”, zegt hij. Ghassemi’s vader is brigade-generaal in de Revolutionaire Garde. „Van hem weet ik dat we die twee vliegdekschepen makkelijk kunnen vernietigen”, zegt Ghassemi.

„Als we voor iedere dreiging bang zouden moeten zijn, dan waren we allang overgenomen door buitenlandse machten”, zegt Ghassemi. „Geloof me, Amerika gaat Iran echt niet aanvallen. Dat kunnen ze niet.”