Hongarije is een land van nachtmerries geworden

Na de woede over de leugens van de Hongaarse premier afgelopen najaar, dreigen nieuwe rellen in Boedapest. ‘Politici worden met de dood bedreigd.’

Op een video die op internet circuleert vertelt een gemaskerde man hoe hij en zijn medestanders zich opmaken voor een nieuwe, ditmaal gewapende strijd. Dranghekken en agenten hebben van het parlementsgebouw aan de Donau een onneembare vesting gemaakt. Vol afschuw noemen passanten de afzetting ‘het ijzeren gordijn’.

Huizen van politici worden permanent bewaakt. Als premier Ferenc Gyurcsány ’s ochtends de deur uit gaat, wordt hij begeleid door gepantserde wagens die met loeiende sirenes door de stad gaan. „Hoe legitiem is het vermoorden van een premier?” luidt de hamvraag op een populaire radicale website waaraan ook gevestigde columnisten van de reguliere media hun bijdragen leveren. Dinsdag schoot een onbekende vanaf een viaduct zijn kalasjnikov leeg op de voorgevel van het hoofdbureau van politie in Boedapest. „We kunnen het niet langer verzwijgen: er is sprake van een proces van radicalisering”, reageerde een aangeslagen Gyurcsány. Het groeiend extremisme wijt de premier aan de oppositie die blijft zeggen dat de regering niet legitiem is.

Dit is Hongarije anno 2007 – „een land van nachtmerries”, verzucht een analist in het toonaangevende weekblad HVG. Bijna drie jaar na toetreding tot de Europese Unie is Hongarije, dat in de eerste jaren na de omwentelingen in 1989 als ‘veelbelovend’ te boek stond, een gespleten natie waar niemand elkaar meer vertrouwt. Ook een opiniepeiling deze week gaf aan dat 72 procent van de Hongaren vindt dat het land naar de knoppen gaat.

Al een half jaar verkeert het land in een politieke en sociale crisis die begon met een schandaal rond de socialistische premier Gyurcsány. Die kwam september vorig jaar in diskrediet na het uitlekken van een geheime toespraak waarin hij toegaf aan de vooravond van zijn herverkiezing, in april 2006, te hebben gelogen over de economische situatie in zijn land: „We hebben gelogen, dag en nacht.” De leugens en de woede over het hervormingsbeleid bleken de opmaat naar weken van demonstraties en rellen die op 23 oktober 2006, bij de vijftigjarige herdenking van de opstand van 1956, uitmondden in een ware veldslag op straat.

Tegenover Gyurcsány staat de conservatieve oppositieleider Viktor Orbán die de premier ten val wil brengen. Orbán, zelf premier van 1998 tot 2002, wil terug aan de macht. De tweekamp heeft een verwoestende werking op de Hongaarse samenleving die gepolariseerder is dan ooit, en waar lege, haatdragende slogans het debat overstemmen, want ‘wie Gyurcsány steunt is een communist’ en ‘wie achter Orbán aanloopt is een ultra-nationalist’.

Een commissie die onderzocht wie verantwoordelijk was voor de gebeurtenissen in oktober 2006 concludeerde dat alle partijen – relschoppers, politie, regering, president en oppositie – schuldig zijn aan de escalatie. Het rapport had geen politieke consequenties.

De Hongaarse autoriteiten houden er rekening mee dat geweldplegers zich opnieuw zullen manifesteren, naar verwachting op 15 maart, een nationale feestdag waarop Hongarije de onafhankelijkheidsstrijd uit 1848 tegen de Habsburgers herdenkt. „Extremisten bereiden zich voor op nieuwe straatgevechten,” meldt de kanselier van de premier die zich baseert op onderzoek van de nationale veiligheidsdienst. „Er zijn aanwijzingen dat ze het parlementsgebouw willen bestormen. Meerdere politici worden met de dood bedreigd.”

Op een video, te zien op de Hongaarse nieuwswebsite Index, zegt een gemaskerde man: „Onze groep is georganiseerd zoals de IRA. We zijn met drieduizend man, opgedeeld in cellen. De wapens komen uit Frankrijk, Duitsland en Amerika. Wij zijn straks beter bewapend dan de politie.” De gemaskerde jongen is inmiddels gearresteerd. In zijn huis vond de politie geen wapens.

De vertrouwenscrisis heeft zich de afgelopen maanden alleen maar verdiept, zegt János Pelle, politiek-analist van HVG. „Achteraf had Gyurcsány herfst vorig jaar beter kunnen aftreden. Hij mist de geloofwaardigheid om ons land streng te hervormen. Tegelijk rommelt het in de top van de conservatieve oppositiepartij Fidesz. Orbán zou eveneens vervangen moeten worden.”

Pelle durft niet te voorspellen wat er komen gaat. „De situatie is explosief. En je mag niet uitsluiten dat de regering-Gyurcsány zélf achter de beschieting van het politiebureau zit. Het past in het paranoïde klimaat in Hongarije.”

Bij de dranghekken rond het parlement zegt mensenrechtenadvocaat Balász Dénes: „Deze muur rond onze zetel der democratie is in strijd met de wet.” Hij verleent juridische bijstand aan mensen die tijdens de rellen van vorig jaar gewond raakten. „Sommigen verloren een oog, als gevolg van het gebruik van rubberkogels door de politie. Het geweld van afgelopen herfst is veroorzaakt door voetbalhooligans en stuurloze ME-agenten die onnodig hard optraden.” De regering beschikt over informatie dat het juist extremistische groepen zijn die voetbalhooligans rekruteren.

Dénes noemt dit zwaar overdreven. „De regering is blij met de Index-video, omdat die haar ‘ijzeren gordijn’ legitimeert. Maar de gevolgen zijn dramatisch: de muur symboliseert de gespletenheid van dit land en ontneemt mensen het recht om te demonstreren.”

Veel Hongaren hadden meer verwacht van de veranderingen na de val van het communisme, zegt Dénes. „Ik begrijp hun onvrede. Maar tegelijk moeten we allemaal de realiteit onder ogen zien: de economische en sociale hervormingen zijn nodig. Nu worden eindelijk de eerste stappen gezet, met goedkeuring van de Europese Unie. Als dat betekent dat de premier nog een paar jaar zeer impopulair is, dan moet dat maar.”

Om geweld te voorkomen moet volgens HVG-analist János Pelle oppositiepartij Fidesz het hoofd koel houden. „Fidesz moet voor haar manifestatie op 15 maart een locatie uitzoeken op grote afstand van het parlement, want daar worden de relschoppers verwacht. Alleen zó kan Fidesz zich duidelijk distantiëren van extremistische groeperingen.”

Maar volgens Index-uitgever Gábor Kardos is dat ijdele hoop. „De wanhoop binnen beide politieke kampen is groot. Zowel de regerende socialisten als de conservatieven zijn hopeloos op zoek naar hun betekenis. Het hek rond het parlement zal blijven staan. En Fidesz zal zich op 15 maart pontificaal en mediageniek achter dat hek opstellen.”