Het ministerschap als ‘bonus-instrument’

Redacteur NRC Handelsblad

De blijdschap op de gezichten was echt. De een droeg een nieuwe jas, de ander probeerde zo gewoon mogelijk te doen. Maar alle ‘beoogd ministers’ kwamen in een staat van opgetogenheid de Eerste Kamer uit, na het sollicitatiegesprek met hun nieuwe baas. Wilt u het akkoord hier even tekenen? Ook het deel waar u tegen was. Maar al te graag. Het ministerschap is een hoofdprijs.

Zonder iemand zijn droom te misgunnen is er toch aanleiding een ogenblik stil te staan bij dit banenfestijn. Door insiders die naast een hoofdprijs grepen of als staatssecretaris een kanskaart voor de volgende ronde kregen, wordt het proces vergoelijkend omschreven als een tombola. Een gezellig en misleidend beeld. Op de uitkomst van een eerlijke tombola heeft de organisator geen invloed. Hier gaat het om niets dan invloed.

De prijsuitreikers, de drie coalitiechefs, willen een sterk kabinet vormen, dat hun samen visie omzet in pakkend beleid. Acute kwesties genoeg. Maar in de praktijk jongleren zij met instinctieve overwegingen en vooral machts- en beloningsverplichtingen binnen hun club. Maxime Verhagen mocht ‘als dank voor zijn hondenbaan als fractievoorzitter’ van het CDA kiezen welk ministerie hij begeerde. Geen kritiek op Bot, maar Maxime heeft er recht op.

Verhagen heeft jaren buitenlandervaring. Dat treft. Ervaring lijkt niet de hoofdreden waarom de voorzitster en de penningmeester van het CDA, Van Bijsterveldt en De Jager, een staatssecretariaat toeviel, op OCW, respectievelijk Financiën. De nieuwe staatssecretaris voor belastingzaken blijkt bij nader inzien toch enige ervaring te hebben met het inhalen van achterstanden. En wat te denken van Sharon Dijksma, de kersverse PvdA-staatssecretaris van Emancipatie en nog zo wat, die haar bestuurlijke ervaring voor honderd procent op het ministerie van Onderwijs mag opdoen. Alsof minister Plasterk niet al genoeg omhanden heeft op Onderwijs en binnen het sociaal-economische kernkabinet.

Sommige wegens partijverdiensten gepromoveerde politici hebben zich in het verleden ontpopt als goede bewindspersonen, maar middelmatige resultaten zijn waarschijnlijker in deze politieke airmilescultuur. Juist in een tijd waarin de trefzekerheid en het aanzien van de overheid matig zijn en de Fortuynse en anti-Europese veenbranden vragen om aantoonbaar effectief beleid, zijn er belangrijker overwegingen dan het belonen van getrouwen en het neutraliseren van stoorzenders.

Ab Klink op Volksgezondheid mag een kompaan van de premier uit zijn tijd op het CDA-denkbureau zijn, hij lijkt over een prima stel hersens te beschikken en hij heeft goed nagedacht over het onderwerp. Maar wat was het sterk geweest als de knappe jurist, denker en debater Donner zich bijvoorbeeld aan het hoofd van de CDA-Kamerfractie had geplaatst. Het parlement zou aan ernst hebben gewonnen. Nu lijkt zijn overstap naar Sociale Zaken, vijf maanden na zijn aftreden bij Justitie wegens de Schipholbrand, op een handigheidje. Justitie kon niet, SoZa wel. Ministeriële verantwoordelijkheid teruggebracht tot een ijshockeystrafbankje.

Minstens zo verrassend: welke prestaties bezorgden Maria van der Hoeven het ministerie van Economische Zaken? Is het Balkenende menens met die „innovatieve, concurrerende en ondernemende economie” waar het Akkoord op mikt? De Nederlandse economie zal opveren. Op onderwijs was Van der Hoevens hoogste wijsheid ‘rust in de tent’. Verstandig voor de eerste maanden, maar daarna had zij kunnen beginnen met wat de Kamer nu overweegt: nagaan wat er mis is gegaan in het Nederlandse onderwijs.

En op grond van welke prestaties ‘krijgt’ Karla Peijs het commissariaat van de koningin in Zeeland? Deze week nog stond de minister van vertraging en waterstaat met de mond vol tanden in de Kamer. Zij legde haar zoveelste verklaring van bestuurlijke onmacht af over de miljardenprojecten Betuweroute en Hoge Snelheidslijn-Zuid. Op de valreep gaf zij haar ambtenaren de schuld. Als een minister niet weet waarom haar ministerie niet weet wat er misgaat, waar hebben we het dan nog over? Houdt Balkenende niet meer van Zeeland?

Verkeer is meer dan een paar kilometer asfalt en duizend uur discussie over dingen die niet doorgaan. Gaat Joop Wijns opvolger als meest veelbelovende CDA’er onder de veertig, Camiel Eurlings, ook weer knelpuntjes asfalteren tot de dagelijkse file 500 kilometer lang is? Als hij slim is zet deze nieuwe minister, een van de interessante kredietbenoemingen, zijn welbespraaktheid in om de ruimschoots uitonderhandelde oplossing, kilometerbeprijzing, zo snel in te voeren als menselijk mogelijk is. In het rapport-Duijvestein staat hoe hij daarbij voldoende deskundigheid kan inschakelen.

Sommige van de blije gezichten van deze week beseffen heel goed dat zij een schitterend en onmogelijk ambt aanvaarden. Een goed minister of staatssecretaris moet een paar veeleisende en van nature tegenstrijdige functies vervullen. Zij moet namens haar partij symbool zijn van een mentaliteit die zichtbaar wordt in paar politieke hoofdlijnen. Als het goed is vallen die samen met maatschappelijke vraagstukken die schreeuwen om een oplossing. Zij moet ook een departement met vele duizenden ambtenaren inspireren. Ten slotte is zij deel van de ministerraad, die collectief verantwoordelijk is voor een sfeer van optimistische verstandigheid.

De nieuwe fractievoorzitter van de PvdA, Jacques Tichelaar, zei het al: het coalitieakkoord is een mooi document, maar na een week of vier, vijf neemt de werkelijkheid de discussie over. Dan komt het er op aan dat de ministers het hoofd koel houden en alle tegenstrijdige adviezen methodisch en met gevoel voor de stemming in het land omzetten in beleid. Dan moeten de vertegenwoordigers van die drie partijen zich herinneren waarom hun leiders bij oom Wijffels vertrouwen in elkaar uitspraken.

Wat dat betreft is het misschien een geluk bij een ongeluk dat Balkenende zoveel getrouwen om zich heen heeft verzameld. Die weten tenminste hoe de hazen lopen in Den Haag. Wouter Bos heeft riskanter maar ook interessanter genomineerd met een aantal ministers die buiten de Kamer hun sporen hebben verdiend. Wat zij aan politiek vakmanschap eventueel missen kan door de CDA’ers met veel parlementaire en bestuurlijke dienstjaren worden aangevuld. Als het maar niet bij voorbaat iedere originaliteit dempt.

Te hopen valt dat deze vier maanden geleden nog ondenkbare mix van karakters genoeg samen fris blijft om het vele dat in het coalitieakkoord niet staat beschreven aan te pakken. En om wat er te stellig staat beschreven beter aan te pakken. Het is zo'n aardig land.

opklaringen@nrc.nl