Gezellig koffieleuten

Riet houdt van het levenslied, kabouters en haar overleden man. ‘Kijk, dit is Arie met mijn bikini aan.’

Laaf

‘Ach kijk, daar heb je Jan Smit. Hij is weer alleen, hè!’ Riet (68) bladert door de Story. Ze vindt de zanger een leuke jongen en sinds ze alleen woont – haar man is een paar jaar geleden overleden – vrolijken zijn liedjes haar op. „Hij heeft het te druk met zijn werk om een meisje tegen te komen, denk ik. Maar hij heeft nog de tijd toch?” Riet loodst me trots naar haar enorme verzameling kabouterbeelden. „Heb je mijn Laven al gezien?” Ik herken ze uit de Efteling. Grote opgezwollen mannetjes in korte broeken met bolle wangen alsof ze te veel gedronken hebben. Keurig opgesteld staan ze in het wandmeubel. Een beetje stout lachen ze Riet toe. „Ik praat ook wel eens tegen ze hoor. Daar hoef ik me toch niet voor te schamen?” Ik ben bij Riet om te kijken of ze wil meewerken aan een televisieportret over de liefde.

„Wil je nog een kopje koffie?” Vanuit de keuken verstoort Riets dochter Anja (37) de rondleiding. „Hij is vers hoor, we hebben een Senseo-apparaat!” Anja is vanmiddag ‘toevallig’ langs gekomen, ‘nieuwsgierig’ naar moeders bezoek, maar van Riet begrijp ik dat ze iedere dag bij haar in de keuken te vinden is. „Ze heeft het niet makkelijk, hoor. De deur staat altijd open”, zegt Riet.

„Mijn zus had nooit genoeg aan één man. Die zag altijd weer leukere. Maar voor mij was er maar één! Zo zie ik het hoor, maar ja, wie ben ik.” Riets overleden man Arie bracht haar iedere ochtend – hij moest al vroeg naar zijn werk – koffie op bed. „Waar vind je nog zo’n man, hè! Ik stond pas op als de koffie op was.” Ze laat een foto van de overleden Arie zien. Twee Laven houden het fotolijstje op het dressoir vast. Arie lacht ons toe. „Als -ie er nog geweest was had -ie vast bloemen meegenomen voor Valentijn. Want zo was ie wel, hoor.” Ze bladert door een stapel fotoalbums. Vanuit de keuken houdt dochter Anja ons in de gaten.

Ik bekijk oude foto’s van Arie en ook van Riets kleinkinderen. De drie kinderen van Anja poseren met een ijsje in de hand. Ze zitten in een bootje in een Eftelingattractie. „Dat is de jongste en die was net geboren toen -ie wegging. Mijn schoonzoon bedoel ik dan, hè. De man van Anja.”

Riet zet de radio harder – Jan Smit zingt een levenslied – en Anja brengt de koffie binnen. Ze lijkt opgelucht dat haar moeder over haar man is begonnen. „Hij was een harde werker maar zijn levensmiddelenzaak ging twee keer failliet en toen is -ie in de containers gegaan.” Anja zoekt in een album naar een foto van haar man. „Toen is -ie begonnen met het opsturen van tweedehands spullen naar Afrika. Fietsbanden, koelkasten, brommers. Hij wilde daar een zaak opbouwen en als alles goed zou gaan dan hoefde hij er maar vier keer per jaar een week te zijn. De mensen daar hebben veel belangstelling voor oude spullen.” Riet zucht. Ze lijkt het verhaal uit haar hoofd te kennen, maar Anja maakt het graag af. „Ik had hem gezegd dat ik het goed vond maar dat ik daar niet naar toe wilde, naar Afrika, en de kinderen ook niet. Je weet gewoon niet hoe het daar is. Toen is -ie met een container vol spullen vertrokken om het allemaal op te zetten daar.” Zes weken zou Anja’s echtgenoot in Afrika blijven, maar met de Kerst kwam hij niet opdagen. „Het ging allemaal veel langer duren en hij had er schulden gemaakt en die moest -ie eerst afbetalen, maar met Pasen was -ie nog niet terug.” Ik bekijk de foto van haar man, ook in de Efteling, samen met Arie. Ik bespeur niets ongewoons.

Riet vraagt vanuit de gang of ik de Laaf op het toilet al bekeken heb. „Een hele grote met een closetrol in zijn handjes!” Anja negeert de stem van haar moeder, ze kent de Laven al langer neem ik aan. „Ik zei hem dat de kinderen op hem aan het wachten waren en dat we het samen wel op zouden lossen als -ie maar terug kwam. Dat we er heus wel uit zouden komen, maar op een gegeven moment kon ik de telefoon niet meer betalen, want ik had geen inkomen, dus die heb ik toen opgezegd. Sindsdien is contact heel erg moeilijk en dat is nu zeven jaar geleden.” Riet schiet in de lach. Ze heeft een vergeelde tienerfoto gevonden van haar man Arie op de hei. „Kijk, dit is Arie met mijn bikini aan. Hij had er twee sinaasappelen in gedaan. Gelachen dat we hebben.” Anja staat op, trekt haar jas aan en neemt in de gang afscheid van haar moeder. „Nou, dan kom je morgenmiddag gezellig maar weer langs, hè. Gaan we gezellig koffieleuten. Kunnen we de rest van de foto’s nog eens bekijken.”

Terwijl ik in het toilet sta, samen met een bolle Laaf, hoor ik Riet praten. „Het valt allemaal niet mee hoor, voor haar, met alleen maar een uitkering van sociale zaken!” Ik geef geen antwoord want ik weet niet zeker of ze het tegen de Laven heeft of tegen mij. „Petje af, zeg ik dan! Petje af voor Anja! Shampoo, hoor!”

    • Michiel van Erp