Europeanen, koester jullie traditie en schuw de overtuiging niet

Aan weerszijden van de Atlantische Oceaan wordt de relatie tussen secularisme en christendom niet goed meer begrepen. In Europa woedt een niet-verklaarde ‘burgeroorlog’ tussen klerikalen en antiklerikalen. Die is tragisch en onnodig, omdat hij berust op een misvatting over de aard van het secularisme. Amerikanen lijken te vallen voor een simplistische variant van hun geloof.

Larry Siedentop

Emeritus hoogleraar politieke ideeëngeschiedenis aan de Universiteit van Oxford. Auteur van onder meer Tocqueville (1994) en Democracy in Europe (2000), waarin hij pleit voor een meer gefederaliseerd Europa.

Had in het ontwerpverdrag voor een Europese grondwet iets moeten staan over de christelijke wortels van Europa? Het is duidelijk dat die wortels veel Europeanen dwarszitten. Waarom wijzen zij liever op de rol van het oude Griekenland en Rome dan op de rol van de kerk als grondslag van hun cultuur? Het antwoord ligt in de allengs in Europa gegroeide opvattingen – en misvattingen – over het secularisme.

De opvattingen over het secularisme zijn gevormd door het antiklerikalisme van de achttiende en negentiende eeuw. Vooral de Franse Revolutie heeft op die opvattingen een ingrijpende uitwerking gehad. Zij schiep twee vijandige kampen. Aan de ene kant de volgelingen van Voltaire, wier doel was ‘écraser l’infâme’: de schandelijke – zoals zij de kerk aanduidden – te vermorzelen. Aan de andere kant de mensen die de scheiding van kerk en staat beschouwden als een rebellie tegen God.

Natuurlijk zijn in de afgelopen honderd jaar de scherpe kantjes van de vijandschap tussen de twee kampen afgesleten. Het religieuze kamp is zo zoetjesaan de burgerlijke vrijheid en het religieus pluralisme gaan accepteren. De antiklerikalen hebben – op steile marxisten en schrijvers als Richard Dawkins na – hun pogingen om het geloof uit te roeien gestaakt.

Maar onder het oppervlak sluimeren de oude tegenstellingen. De instinctmatige reactie van Frans links op de te verwachten erkenning van de christelijke wortels van Europa heeft haar pendant in veel retoriek van kerkelijke zijde waarin de toename van het ‘goddeloze’ secularisme wordt betreurd. Zelfs Benedictus XVI, de intelligentste en geleerdste paus sinds vele jaren, heeft er last van: hij heeft onlangs opgeroepen tot samenwerking tussen de godsdiensten ter bestrijding van het secularisme.

Dát is de niet-verklaarde Europese ‘burgeroorlog’, die zowel tragisch als onnodig is. Hij is tragisch omdat hij, door het Europese secularisme gelijk te stellen aan ongelovigheid en materialisme, het morele gezag van Europa aantast en zo de mensen in de kaart speelt die dit werelddeel maar al te graag afschilderen als decadent en ongelovig. Hij is onnodig omdat hij berust op een misvatting over de aard van het secularisme.

Het secularisme kan, indien juist begrepen, worden beschouwd als een van Europa’s nobelste verworvenheden – de verworvenheid die de voornaamste bijdrage van Europa zou moeten zijn tot een wereldorde, terwijl verschillende godsdiensten blijven proberen elkaars volgelingen af te vangen.

Wat is de essentie van het secularisme? Het is het geloof in een fundamentele of morele gelijkheid van de mensen. Dat houdt in dat er een domein is waarin ieder vrij zou moeten zijn om zelf zijn of haar besluiten te nemen. Een domein van zedelijk besef en van vrijheid om te handelen. Dat geloof ligt besloten in de kernwaarde van het klassieke liberalisme, namelijk de ‘gelijke vrijheid’.

Is dat onverschilligheid of ongelovigheid? Volstrekt niet. Het berust op de vaste overtuiging dat mens-zijn inhoudt dat men rationeel en moreel handelt, dat men keuzevrijheid heeft en verantwoordelijk is voor zijn daden. Het slaat het geweten hoger aan dan het ‘blindelings’ volgen van regels. Het koppelt rechten aan plichten jegens anderen.

Dit is ook het wezenlijke, egalitaire ethische inzicht van het christendom, zoals duidelijk blijkt uit de tegenstelling die Paulus constateert tussen de ‘christelijke vrijheid’ en de naleving van de joodse wet. Afgedwongen geloof was voor Paulus en voor vele vroege christenen een contradictio in terminis. Frappant is dat het christendom zich in zijn eerste eeuwen heeft verbreid door overreding, niet door wapengeweld – bij de vroege verbreiding van de islam ging het anders toe.

Zo bezien komt het secularisme niet neer op ongelovigheid of onverschilligheid. Het is niet ontbloot van moraal – het is geen neutraal, ‘waardenvrij’ kader, zoals de taal van de huidige sociale wetenschappen soms suggereert. Nee, het secularisme geeft aan onder welke voorwaarden authentieke geloofsovertuigingen moeten worden gevormd en verdedigd. Het biedt toegang tot geloofsovertuigingen die die naam waardig zijn, en maakt zo een onderscheid mogelijk tussen innerlijke overtuiging en uiterlijk conformisme.

En dit is niet zomaar een theoretische opvatting van het secularisme.

Nee, in de Verenigde Staten is het secularisme altijd zo opgevat. Men zag het als een noodzakelijke voorwaarde voor authentiek geloof, als uitgangspunt voor het christendom. In tegenstelling tot de opvattingen die de Europese ‘burgeroorlog’ heeft gevormd, werd het secularisme in de Verenigde Staten geassocieerd met gevoelsmatige ethische opvattingen die hun oorsprong hebben in het christendom.

Waarom zag men het in Europa niet zo? De Europeanen hebben eeuwenlang te maken gehad met een bevoorrechte, monolithische kerk, die praktisch onlosmakelijk verbonden was met een aristocratische samenleving. Daardoor is men de kerk gaan associëren met maatschappelijke hiërarchie en dwang, met ongelijke rechten en omstandigheden, in plaats van met de morele gelijkwaardigheid die eigenlijk aan zijn leer ten grondslag ligt.

Het gevolg hiervan was een zekere morele incoherentie, vooral in het katholieke deel van Europa. Religieus ingestelde mensen verzetten zich tegen de aanspraken van de burgerlijke vrijheid omdat die een bedreiging zou zijn voor de kerk, terwijl de voorvechters van de vrijheid de kerk zagen als hun vijand. Geen van beide kampen onderkende hoezeer steun aan het secularisme de uit het christendom voortgekomen intuïtieve ethische opvattingen in het geweer bracht tegen een bevoorrechte, dwingende rol voor de kerk.

In Amerika daarentegen bracht de afwezigheid van zowel een monolithische kerk als een aristocratie mee dat de Amerikanen welhaast instinctief de morele symmetrie onderkenden tussen het secularisme, met zijn burgerlijke vrijheid, en het christendom. Die symmetrie wordt tegenwoordig soms ook door islamitische commentatoren opgemerkt, die in dat verband spreken van het ‘christelijke secularisme’.

Hoe zal het verder gaan met wat ik de Europese ‘burgeroorlog’ noem, nu Europa geconfronteerd wordt met de islam? Zullen de Europeanen meer oog krijgen voor de morele logica die het christendom verbindt met de burgerlijke vrijheid? Dat is noodzakelijk, als zij tenminste de aantijging willen ontzenuwen dat het Europese secularisme een vorm van ongelovigheid of onverschilligheid zou zijn. Hun zelfbeeld staat op het spel. Als de Europeanen het secularisme louter opvatten zoals zijn critici doen – als consumentisme, materialisme, amoralisme –, verliezen zij het contact met hun traditionele ethische intuïtie. Zij zullen vergeten waarom zij de vrijheid liefhebben.

En de Verenigde Staten? Daar hoeft men zich niet op de borst te kloppen. De snelle groei van het christelijke fundamentalisme – deels een reactie op de dreiging van de radicale islam – zou de traditionele Amerikaanse opvatting van het secularisme als belichaming van de intuïtieve christelijke ethiek kunnen ondermijnen. Vooral in de zuidelijke en westelijke staten zien born-again-christenen het secularisme meer en meer als een vijand dan als een metgezel. In hun strijd tegen anticonceptie, abortus en homoseksualiteit dreigen zij de voeling met de diepste morele wijsheid van hun geloof te verliezen. Wanneer goed en kwaad op manicheïstische wijze ál te simpel tegenover elkaar worden gezet, is de naastenliefde het kind van de rekening. Dan loopt het principe van de gelijke vrijheid gevaar.

Het is een vreemd, verontrustend moment in de westerse geschiedenis. Het lijkt de Europeanen – die het contact met de wortels van hun traditie kwijt zijn – veelal te ontbreken aan overtuiging, terwijl de Amerikanen lijken te vallen voor een simplistische variant van hun geloof. Aan weerszijden van de Atlantische Oceaan wordt de relatie tussen het secularisme en het christendom niet goed meer begrepen.