Een kathedraal voor jezelf

Na de repetitie verlaten de leden van het koor van de kathedraal van Winchester snel het gebouw. Zo snel, dat de enige toehoorder voor een dichte deur staat.

Om half zes ’s avonds bezoek ik de evensong van de parochianen van de kathedraal van Winchester, voorheen de hoofdstad van Engeland. Het mooiste onderdeel van ’s werelds langste middeleeuwse kathedraal is het retrochoir, nog achter het koor, 170 meter van de hoofdingang. Alleen al de tegelvloer uit 1260 is de reis waard. Ik nam plaats in een twaalfde-eeuwse zijkapel, omdat het retrochoir bij optredens gesloten is voor toeristen. Ik was de enige toehoorder.

Meevaller: na de dienst en een korte pauze volgde een repetitie. Van dit koor zijn zelfs de oefeningen prachtig en ik had geen haast. Zij na afloop wel. Ik maakte net aanstalten toen in één keer alle lichten uit gingen en een zware deur, 55 meter bij mij vandaan, dichtviel. Op de tast vond ik mijn weg naar het schip. De schijnwerpers op het gazon beschenen het plafondgewelf, 35 meter boven me. Beneden resteerde slechts een vaag blauw schijnsel, alleen op het middenpad van het schip viel nog te lopen zonder het gevaar te vallen.

Een klein lichtpunt was het altaar met een paar flakkerende waxinepitjes, precies waar op 25 juli 1554 Philips II en Mary I in de echt werden verbonden. Daar koop je op zo’n moment niks voor, maar ik kon er wel mijn horloge aflezen: tien voor zeven. Ik herinnerde me dat bij de hoofdingang een bord met het dagprogramma stond. Door het bord richting plafond te draaien viel net te lezen: Matins & Eucharist 7:40 8:00. De Matins was vast in de ochtend. En twee diensten met twintig minuten ertussen was onwaarschijnlijk, dus die Eucharist was gegarandeerd om 8:00 PM. Heel goed!

Bij een spookachtige lichtval had ik mijn favoriete kathedraal zeker een half uur voor mezelf, afgezien van een paar honderd doden. De heiligen en bisschoppen hielden zich rustig, alleen mijn behoedzame voetstappen doorbraken de stilte in de enorme klankkast. In het zuidelijke dwarsschip brandde nog één kaars. Light a prayer, zei een bordje. En: Please place donations for candles here.

Ik doneerde wat kleingeld en ontstak twee kaarsen. Goed idee. Zo ontstond een gezellige ruimte voor mij en de marmeren editie van bisschop Samuel Wilberforce (1869-1873). Beter idee: Light a cathedral. Beschenen door aardig wat kaarsen wandelde ik behoedzaam richting altaar. Dat ik daar ooit nog een lichtje voor mezelf zou branden! Nou ja, één... tien. When locked in, no donations are requested, leek me.

Op naar het retrochoir, voor die Eucharist begon. De kaarsen in de gezellige ruimte verlichtten de brede stenen trap omhoog. Daarachter was het op de tast, vijfentwintig meter tot het begin van het retrochoir, waar het bovenwerk van het plafondhoge graf van bisschop Wayneflete (1395-1486) helder oplichtte in schijnwerperlicht. De roodbruine tegelvloer was zwart als de nacht. Met een iets minder accurate mental map was ik gestruikeld over de kniehoge tombe van Godfrey de Lucy, bisschop van 1189-1204, en had ik het kruis met het relikwie van heilige Birinus (600-649) in mijn val kunnen meesleuren.

Om tien voor acht was er nog niemand en om acht uur evenmin. Geen dienst vanavond, ik zat echt opgesloten. Met een kaars liep ik honderd meter naar een uitgang met een ijzeren vergrendeling. Die kon open, maar er resteerde een slot en forceren leek geen goed idee. Andere deur, zelfde probleem. Mijn mobiel had ik niet bij me, dus ik vatte post bij een deur.

Na een tijdje klonken voetstappen. Van een dame, zo te horen. Ik hield me stil. Je zal maar ’s avonds langs een donkere, gesloten kathedraal vol graven lopen, en dan ineens gebonk horen, gevolgd door Hello, can you help me? Iets later passeerde een gezelschap. Zij zouden niet zo schrikken.

Om twintig over acht baadde het interieur weer in het licht, en spoedde custos Daren Gibb zich gegeneerd naar binnen. „I am not the one who locked you in!” garandeerde hij. Voor zover hem bekend ben ik de enige bezoeker die dit ooit overkwam.