Een beetje diervriendelijk

Driekwart van de Nederlanders wil diervriendelijk vlees. Maar bijna niemand koopt het. Het is te duur. ‘Compromisvlees’ moet het gat dichten tussen droom en daad. Over politieke onwil en vleesgeworden pragmatisme.

De kippen van pluimveehouders Willy en Ardi van Erp in Sint Antonis hebben een overdekte ren en kunnen naar buiten op een betonnen platje Foto Flip Franssen Nederland, St. Anthonis, 6-2-2007 De kippen van de Fam. van Erp hebben een overdekte ren waardoor zij altijd naar buiten kunnen. Foto: Flip Franssen Franssen, Flip

In het kippenhok van pluimveehouders Willy en Ardi van Erp in Sint Antonis passen ongeveer zeventien vleeskippen op een vierkante meter. Om daglicht te zien moeten zij zich verdringen op een betonnen platje met wat zaagsel. Ze hebben geen gras om wormpjes te pikken. Na 56 dagen zijn ze klaar voor de slacht.

Toch krijgen ze een pluim van de Dierenbescherming. Hun vlees – onder de naam Volwaard-kip – ligt in de supermarkt met op de verpakking ‘De Dierenbescherming ondersteunt dit initiatief’. Want deze Volwaard-kip heeft meer ruimte gehad dan zijn soortgenoten in de bio-industrie. Daar zitten 25 kippen op een vierkante meter die nooit het daglicht zien en die bijna uit elkaar ploffen omdat ze in veertig dagen vet genoeg moeten zijn voor de slacht. Als niet al voor die tijd hun hart of hun poten het hebben begeven.

In een stal van veehouder Cobbens in Ulestraten heeft elk varken ongeveer een vierkante meter vloeroppervlakte. De dieren komen nooit buiten. Hun staartjes en balletjes worden onverdoofd verwijderd. Toch krijgen ze een poot van de Dierenbescherming. Ook hun vlees – onder de naam Jumbo Bewust – ligt in de supermarkt met het logo van de Dierenbescherming. Want dit Jumbo Bewust-varken heeft het nog altijd beter gehad dan zijn soortgenoten uit de bio-industrie die elk ongeveer 0,65 vierkante meter vloeroppervlakte hebben en geen vloer met zaagsel om een beetje in te wroeten.

De Volwaard-kip en het Jumbo Bewust-varken zijn de voorlopers van een nieuwe trend in dierenwelzijnsland: het compromis-dier. Dit compromis-dier moet het gapende gat vullen tussen het ideaal van de biologische veehouderij en de praktijk van de vleesindustrie. Driekwart van de Nederlanders vindt wel dat de veehouderij dier- en milieuvriendelijker moet, volgens een NIPO-enquête in opdracht van Milieudefensie, maar bijna niemand koopt diervriendelijk vlees. Slechts twee procent van al het vlees dat in Nederland wordt verkocht is biologisch. Omdat het zo duur is.

Voordat het logo van de Dierenbescherming op de verpakking van de Volwaard-kip en het Jumbo-Bewust varken kwam te staan, is er volgens woordvoerder Niels Dorland „een flinke discussie tussen de rekkelijken en de preciezen geweest”. Maar uiteindelijk is de opvatting dat het de moeite waard is om het dierenwelzijn van een heleboel dieren een beetje te verbeteren, in plaats van alleen maar te hameren op de ideale situatie die maar voor weinig dieren is weggelegd. „We willen een nieuw product voor klanten die nu hun vlees zonder na te denken bij de kiloknaller kopen.”

„We moeten ons niet blindstaren op biologisch vlees”, zegt D66-kamerlid Boris van der Ham. „De gemiddelde consument kan biologisch vlees niet betalen. Je moet realistisch zijn.” Natuurlijk moet de overheid de productie en de consumptie van biologisch vlees stimuleren, zegt hij. „Maar de grote kostenpost voor biologische landbouw is het voer voor de dieren. Als je nu accepteert dat de dieren bijvoorbeeld wel genetisch gemodificeerde soja of bespoten producten eten, maar ook in grotere hokken lopen met een uitloop naar buiten, dan kun je redelijk diervriendelijk vlees produceren dat wel te betalen is. Zo beteken je uiteindelijk meer voor het dierenwelzijn.” Zelf koopt Van der Ham overigens alleen maar biologisch vlees.

Biologisch vlees is ook het ideaal van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteitj. „Het zou Nederland sieren als in 2010 biologische landbouw tien procent van het totale landbouwareaal bedraagt”, staat in de beleidsnota Biologische Landbouw 2005-2007. Nu is het aandeel biologische landbouwgrond 2,5 procent.

Wat doet de overheid om dit doel te bereiken? Er is een publiekscampagne. (,,Uh ....de naam van die campagne is me even ontschoten”, zegt VVD-kamerlid Snijder-Hazelhoff, die biologische landbouw in haar portefeuille heeft.) Die campagne heet ‘Biologisch eigenlijk heel logisch’. Vorig jaar was er een consumentenactie: klanten die drie biologische producten tegelijk kochten, maakten kans op een thuisbezoek van een beroemde kok die voor de hele familie (maximaal 20 personen) zou komen koken. En er waren wat luxe kookschorten en kookboeken te winnen.

Ook neemt het ministerie van LNV deel aan de zogenoemde Task Force Marktontwikkeling biologische landbouw. Die presenteerde onlangs de resultaten van een prijsexperiment. In supermarkten in tien plaatsen in Nederland waren de prijzen van biologische producten vier maanden lang verlaagd, en klanten werden geïnterviewd. Conclusie: consumenten zeggen 20 tot 25 procent meer te willen betalen voor biologische producten. Ter info: een biologische kip is anderhalf keer zo duur dan een kip uit de bio-industrie. Verder bleek dat consumenten eerder biologische producten kopen als de prijs omlaag gaat, maar nog lang niet in die mate dat de beleidsdoelstelling wordt gehaald dat 5 procent van alle spullen in de boodschappenmand biologisch is. „Door een prijsverlaging alleen zal die doelstelling niet worden bereikt”, schrijven de onderzoekers.

En het ministerie financiert smaaklessen op basisscholen. ,,In die lessen kunnen we dan aan kinderen uitleggen dat zuurkool niet aan de boom groeit,” zegt de Haagse kok Pierre Wind, de geestelijke vader van de smaaklessen.„We proberen kinderen bewust te maken van wat ze eten. We vertellen bijvoorbeeld over kistkalveren en laten een filmpje van een legbatterij zien.” Maar het liefst zou Pierre Wind in de klas een lapje bio-industrievlees en een lapje biologisch vlees braden. „Kinderen weten niet meer hoe vlees moet smaken. Kipfilet uit de bio-industrie, daar hoef je amper op te kauwen, dat valt in je mond uit elkaar. Op biologisch vlees moet je een beetje je best doen. Dat is even wennen, maar het is wel veel lekkerder.”

Een campagne, een task force en smaaklessen; dat is alles wat de overheid doet om haar ideaal te bereiken. En in de Tweede Kamer wordt de schuld voor het kleine marktaandeel van biologisch vlees beurtelings bij de consument en de overheid gelegd. ,,We moeten toch met een verwijtende vinger naar de consument wijzenopsteken”, zegt CDA-Kamerlid Atsma, ,,De consument vertikt het eenvoudigweg om extra geld te betalen.” „De consument moet het doen”, zegt ook VVD-kamerlid Snijder-Hazelhoff. Maar ze zegt ook: „Het vlees uit de gangbare industrie is tegenwoordig ook al van goede kwaliteit. Per se biologisch willen eten is ook iets wat tussen de oren zit.”

De overheid doet veel te weinig, vinden partijen als PvdA, D66, SP, GroenLinks en de Partij voor de Dieren. „Waarom niet een omschakelsubsidie voor boeren en boerinnen die de overstap naar biologisch willen maken?”, zegt PvdA-kamerlid Waalkens die zelf een biologisch vleesveebedrijf heeft. De minister wil daar niet aan, zegt Waalkens, omdat Brussel deze vorm van ‘concurrentievervalsing’ niet zou goedkeuren. „Maar de torenhoge kosten dan die biologische boeren moeten maken om milieu – en diervriendelijk te produceren? Is dat soms geen concurrentievervalsing?”

Volgens PvdD-kamerlid Marianne Thieme ontbreekt het eenvoudigweg aan „politieke wil”. „Waarom geen btw-nultarief voor biologisch vlees en accijns op bio-industrievlees? Altijd maar Europa als excuus om niets te doen. Je kunt als lidstaat ook voorop willen lopen.”

Het nieuwe regeerakkoord geeft de voorstanders van biologische landbouw goede hoop: „Grote nadruk zal liggen op het stimuleren van innovaties en investeringen in diervriendelijke houderijsystemen en van de consumentenvraag naar diervriendelijke en duurzame producten.” En volgens het regeerakkoord moeten Europese toeslagen worden gekoppeld „aan het realiseren van maatschappelijke waarden, zoals voedselveiligheid en voedselzekerheid (...) en de zorg voor milieu en dierenwelzijn”. Dat betekent dus: meer geld voor biologische boeren.

Op het erf van pluimveehouder Saalmink uit Doetinchem scharrelt de biologische Kemper Landhoen die een heel weiland tot haar beschikking heeft. Midden op het grasveld staat een perenboom waar de kippen ’s zomers kunnen schuilen voor de zon. „Zo’n schitterend gezicht als je ’s ochtends de luiken opengooit”, zegt Herman Kemper van Kemper Kip op het erf van Saalmink. „Net een schoolklas die uitzwermt over het speelplein.”

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de dieren in de zes jaar dat Saalmink biologische kippen houdt, nooit verder dan de perenboom zijn gekomen. „Ze blijven toch op een kluitje zitten. En als het een beetje grijs weer is, zitten ze het liefste binnen.” Maar daar krijgen ze dan wel een eersteklas maaltijd: voer dat voor 65 procent uit granen en dat zeker voor 80 procent uit biologisch geteelde grondstoffen bestaat.

Zo ziet het ideale leven van een vleeskip er volgens de Dierenbescherming uit. Maar in plaats van tevergeefs wachten op structurele maatregelen van de overheid om dat ideaal te bereiken, sluit de Dierenbescherming nu dus steeds vaker een pact met ‘de vijand’. Voor het houden van de Volwaard-kip vond de Dierenbescherming zes pluimveehouders bereid om in een ruim hok het Hubbard-kippenras te houden. Volgens de voorzitter van de Stuurgroep Volwaard, Ad Kemps, is de Hubbard een „robuust ras hoog op de poten” dat door zijn grootte meer vlees bij het bot heeft zitten (want langere botten), wat meer smaak geeft. Dat hij langer leven mag maakt hem volgens Kemps ook lekkerder. Sinds half januari ligt het vlees van deze Volwaard-kip, bij wijze van proef, in de vleesvakken van Albert Heijn XL, (Super)Coop, Jan Linders en Jumbo. Als de klant deze iets duurdere kip gaat kopen, terwijl de verkoop van biologische kip niet afneemt, is de proef wat betreft de Dierenbescherming geslaagd.

Eerder haalde de Dierenbescherming al een aantal varkenshouders over om voor het Jumbo Bewust-merk hun dieren in zogeheten strooiselstallen te houden. Daar staan de varkens niet op een rooster maar op een dichte vloer met strooisel zodat ze lekker een beetje kunnen liggen en wroeten. Sinds mei vorig jaar ligt het vlees van die varkens dus, bij wijze van proef, in elf Jumbo-supermarkten in Nederland. Na negen maanden noemt de Dierenbescherming het experiment geslaagd. „Het Jumbo Bewust-varkensvlees slaat aan bij de consument en de verkoop ervan is niet ten koste gegaan van de verkoop van biologisch varkensvlees.” Vanaf volgende maand zal het Jumbo Bewust-vlees daarom in 67 Jumbo-filialen liggen.

„We moeten de psychologische drempel van de klant overwinnen”, zegt beleidsmedewerker varkens en herkauwers Bert van den Berg van de Dierenbescherming. „Veel klanten denken bij het zien van de prijs van biologisch vlees toch: Hallo, ik ben gekke Gerritje niet!’’

Om de ogen van klanten te openen heeft Kamerlid Van der Ham een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat ervoor moet zorgen dat op alle vleesverpakkingen informatie over dierenwelzijn komt te staan. Uit consumentenonderzoek van het ministerie van LNV blijkt volgens Van der Ham dat consumenten meer informatie willen hebben over de achtergrond van hun vlees. Op een pakje varkensvlees zou de volgende informatie kunnen staan: ‘VOER: 50 procent afvalstoffen uit de voedingsmiddelen- en pharmaceutische industrie, met toegevoegde groeibevorderaars; RUIMTE: 0,65 meter per varken, roostervloer, geen buiten; BIJZONDERHEDEN: ballen, tanden en staart onverdoofd verwijderd’. Maar Van der Ham wil een etiket op de verpakking met daarop „een rapportcijfer” voor de mate van dierenwelzijn. „Dan kan de klant een eerlijke en bewuste keuze maken.”

Maar in een brief aan de Tweede Kamer over etikettering schreef de minister vorige maand nog dat „etikettering op vrijwillige basis in beginsel geen probleem is”, maar dat verplichte etikettering wel „een handelsbelemmerende maatregel is” En dan volgt weer een verwijzing naar de Europese Commissie en de Wereldhandelsorganisatie.

Van biologisch vlees weet de geïnteresseerde consument al wel bijna alles. Als het EKO-keurmerk op de verpakking staat, heeft de consument de garantie dat het dier buiten heeft gelopen en dat het uitsluitend biologisch voer heeft gegeten. En wie een Kemper Landhoen koopt, kan zelfs op internet het nummer intikken dat op de verpakking staat en dan bijvoorbeeld lezen: ,,Deze door u aangekochte Kemper Landhoen is opgegroeid bij pluimveehouder Maatkamp uit Halle in de Geldersche Achterhoek (zie foto).” En dan staat daar boerin Maatkamp te lachen met een hoen op haar arm. „Uw Kemper Landhoen is op 20 november 2006 uit het ei gekomen en de volgende morgen in de voorverwarmde stal van pluimveehouder Maatkamp in Halle aangekomen. Hier kreeg de kip ruim de tijd, rust en ruimte om in de gemoedelijke Achterhoekse sfeer op te groeien tot een kwaliteitskip, die de naam Kemper Landhoen met ere draagt.” „Onze kip heeft een verhaaltje nodig”, had Herman Kemper gezegd.

De Jumbo-supermarkt gaat in het maartnummer van het huisblad de Volwaard-kip uitgebreid voorstellen. Intussen blijkt in het filiaal in Amstelveen de huisvrouwenlogica van de klant. Op deze doordeweekse dag leggen de meeste kipkopers de gewone kip in hun karretje. Dat doen ze omdat de Volwaard-kip „te groot is voor in de soeppan”, „geen klein formaat drumstickjes heeft” of „omdat laatst op de televisie was dat die Volwaard-kip helemaal niet zo’n heel lekker leven heeft en dat je dan dus net zo goed een gewone kip kan kopen”.

Daar ligt de Volwaard-kip met zijn goed fatsoen. Op zijn verpakking een foto van de lachende pluimveehouders Willy en Ardi van Erp.