De verschrikking Dick Pound

Hein Verbruggen heeft in brieven WADA gevraagd maatregelen te nemen tegen voorzitter Dick Pound. „Omdat hij verwijtbaar handelt en zich onethisch gedraagt.”

„Die man is een ramp in de strijd tegen doping.” Hein Verbruggen, vice-voorzitter van de internationale wielerunie (UCI) en lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), oordeelt hard over Dick Pound, voorzitter van het wereldantidopingbureau WADA . Hij reageert zo fel naar aanleiding van de berisping die Pound kreeg na een klacht van Lance Armstrong, de Amerikaanse zevenvoudig winnaar van de Tour de France, bij de ethische commissie van het IOC.

Maar Verbruggen is dan ook woedend op Pound. En al geruime tijd, omdat hij vindt dat de Canadees en collega-IOC-lid zijn functie bij WADA voor persoonlijke doeleinden gebruikt. Goed dat Pound op zijn vingers is getikt, oordeelt Verbruggen, die al een viertal jaren met hem overhoop ligt en het laatste half jaar in brieven Pounds misdragingen onder de aandacht van het uitvoerende comité van WADA heeft gebracht. In een van die brieven schrijft Verbruggen dat er „geen twijfel bestaat over Pounds verwijtbaar handelen en onethische gedrag”.

Verbruggen doelt op de ‘zaak Armstrong’, die is ontstaan nadat Pound in 2005 had gesuggereerd dat de oud-wielrenner zijn eerste Tourzege in 1999 aan het eiwithormoon epo heeft te danken. De WADA-voorzitter baseerde zijn oordeel op de Franse sportkrant L’Equipe, waarin stond geschreven dat bij een laboratoriumonderzoek in zes opnieuw geteste urinestalen uit 1999 epo was gevonden en dat die monsters toebehoorden aan Armstrong. Destijds kon epo niet worden opgespoord.

„Dat noem ik onethisch”, zegt Verbruggen. „Pound roept maar wat, zonder over bewijzen te beschikken. Zoiets is middeleeuws. Hij verspreidt voortdurend leugens. Lees wat hij over Floyd Landis (op doping betrapte Tourwinnaar van 2006, red.) heeft gezegd. Door diens hoge testosteronspiegel zou binnen een straal van honderd mijl geen maagd meer veilig zijn. Neem me niet kwalijk, maar dat kán toch niet. In plaats van discreet te zijn als voorzitter van WADA, schopt hij overal tegenaan. Waarom? Uit eigenbelang, denk ik. Pound schrijft boeken over doping en geeft lezingen over doping à raison van 25.000 dollar per uur. Hij heeft een profiel nodig. Hij treedt voortdurend in de publiciteit; daar gaat hij heel ver in.”

In zijn brieven aan WADA beklaagt Verbruggen zich erover dat Pound een persoonlijke vendetta voert tegen de wielersport. De Nederlander haalt in zijn schrijven van 13 september 2006 een aantal bewijzen uit perspublicaties aan, zoals: ‘De UCI is niet actief in de strijd tegen doping’. Of: ‘Wielerofficials zijn niet in staat een druppel water in de oceaan te vinden’. En: ‘Voor de wielersport was 2006 het Jaar van de Uitwerpselen’. Mede op grond van deze uitspraken vroeg Verbruggen het uitvoerende comité „Pound in toom te houden”. De Nederlanders schrijft letterlijk: „Pound tast de geloofwaardigheid van WADA aan. Ik doe een dringend beroep op u om WADA zijn waardigheid terug te geven.”

Uit diezelfde brief blijkt dat door tussenkomst van IOC-voorzitter Jacques Rogge juridische stappen van de UCI en Verbruggen tegen Pound zijn voorkomen. De druppel was een publicatie in de Britse krant The Guardian, waarin hij onder andere zei dat „er niemand zo blind is als degenen die niet willen zien” en „rituele ontkenningen en een georganiseerde omerta niet de oplossing van het dopingprobleem in de wielersport zijn”.Die bemiddeling leidde tot een bezoek van Pound aan het UCI-kantoor in het Zwitserse Aigle, waarin hij gedetailleerd werd voorgelicht over het antidopingprogramma van de wielerfederatie. Pound schreef vervolgens een excuusbrief aan The Guardian, maar die werd niet gepubliceerd.

Voor de voorzitter van WADA was dat geen aanleiding zich verder te onthouden van commentaar. „Pound maakt iedere sporter die goed presteert verdacht”, zegt Verbruggen. „Hij doet dat om zichzelf belangrijk te maken, maar ook om het voortbestaan van WADA te garanderen. Besef wel dat WADA overbodig is als morgen het dopingprobleem is opgelost. Hij ligt ook niet goed bij de sportbonden. En zelfs binnenskamers roept hij weerstand op. Mensen van WADA zeiden mij: ‘Hein, nog een paar maanden, dan neemt hij afscheid en zijn we hem kwijt’.”