Centrale rol van KNMI stond terecht in de schijnwerpers

Ik sta niet bekend als een goede vriend van het KNMI, al heb ik er twintig jaar gewerkt. Dus meen ik enig recht van spreken te hebben wanneer ik kanttekeningen plaats bij het hoofdredactionele artikel van 9 februari, waarin commentaar werd geleverd op het weeralarm van 8 februari.

Ik heb door tussenkomst van een bevriende KNMI`er van redelijk dichtbij meegemaakt wat er op 8 februari is gebeurd. Om half zes, toen het ergste voorbij was, heb ik hem het volgende evaluatierapport gestuurd:

Hoewel er minder sneeuw viel dan verwacht, en dwarskijkers dus konden roepen dat het KNMI het weer overdreven had, ben ik van mening dat het geweldig goed is gegaan.

De NS koos wijselijk voor het vereenvoudigen en verminderen van de treinenloop, omdat ze bij eerdere gelegenheden veel treinen aan de randen van het net waren kwijtgeraakt, waardoor de dienstregeling nog dagen was ontregeld. Schiphol reageerde prima: slechts 80 van de 1.000 vluchten moesten worden geannuleerd. Veel bedrijven stuurden hun mensen na de ochtendshift naar huis, zodat de avondspits op de snelwegen niet uit de hand kon lopen. De centrale rol van het KNMI bij calamiteiten stond de hele dag in de schijnwerpers van de media. Calamiteitentaken zijn overheidstaken; die kunnen niet worden geprivatiseerd.

De teneur van het hoofdcommentaar bevreemdde mij. Wat wil men? Toch niet dat het KNMI uit voorzichtigheid besluit maar niet te waarschuwen wanneer het dreigt mis te gaan?