Biologie zonder grenzen

Balkenende IV staat als een huis. De partijen hebben inhoudelijke en personele overeenstemming bereikt over de vorming van een kabinet dat de komende vier jaar Nederland gaat regeren. Dit is het kabinet van ‘samen’: samen werken, samen bouwen, samen leven, maar ook samen spelen. Dit laatste staat echt in het regeerakkoord. Op pagina 29 valt te lezen wat de grote denkers des lands overeengekomen zijn: „Samen leven begint met samen spelen.” Wat erg! Dit waren we al een paar eeuwen vergeten. Alleen een regeerakkoord, tot stand gekomen in afzondering van gepeupel, kon de herinnering aan samen spelen aan de vergetelheid ontrukken. Jammer dat op speelplaatsen zo vaak wordt geruzied. Was Wouter Bos niet toegetreden tot dit kabinet, dan had hij hilarisch gelachen om deze zinsnede.

Columnist en professor doctor Ronald Plasterk (zoals hij wordt aangekondigd in het tv-programma Buitenhof) zou eveneens over de retoriek van het regeerakkoord in een andere situatie, als de ondertekenaars daarvan CDA,VVD en D66 waren, satirische teksten hebben geschreven. Hij zou er met veel plezier om gelachen hebben. Maar minister Plasterk vindt het allemaal best. Voor mij kwam het niet als een verrassing dat hij minister is geworden. Hij gebruikte zijn columns in Buitenhof en in de Volkskrant als een machtige springplank voor een politieke carrière. Zijn harde, en op sommige momenten lompe taal tegen de kabinetten-Balkenende was de noodzakelijke prijs voor een politieke functie. Balkenende was voor hem niets meer dan een onervaren sukkel die hooguit wethouder kon zijn.

De VVD, waar, in tegenstelling tot de PvdA, een behoorlijke schoolstrijd werd gevoerd, betitelde hij als Volkspartij voor Viswijven en Demagogie. In een column over de leiderschapsstrijd in de VVD eindigde Plasterk met een hartelijk advies aan zijn geliefde partij: „De PvdA hoeft alleen maar op tape te zetten wat de twee kampen over elkaar zeggen, en dan bij de Tweede Kamercampagne de tekst van de verliezer te gebruiken tegen degene die wint.” Wat een groot PvdA-denker! Recentelijk zei Rob Oudkerk dat de PvdA drie soorten congressen kent: (1) applauscongres, (2) applauscongres en (3) applauscongressen. Iemand die sinds zijn jeugd lid is geweest van een applauspartij kan nooit begrijpen dat een andere partij discussieert over fundamentele maatschappelijke vraagstukken.

Plasterk interesseert dit soort zaken niet. Het gaat hem om de partij van het goede gedeelte van Nederland. Voor die partij schrijft hij een programma en bemiddelt hij als er ruzie is (bijvoorbeeld tussen Wouter Bos en Marcel van Dam).

Met een onverantwoord laag kennisniveau van het Europese recht voerde hij oppositie tegen het Europees grondwettelijk verdrag. Volgens Plasterk is het machtige Europa een ernstige aantasting voor de Nederlandse soevereiniteit. Hij besefte niet dat al in 1963 het Hof van justitie voor de Europese gemeenschappen had bepaald: „dat de Gemeenschap in het volkenrecht een nieuwe rechtsorde vormt ten bate waarvan de Staten, zij het op een beperkt terrein, hun soevereiniteit hebben begrensd (…) dat het gemeenschapsrecht derhalve, evenzeer als het, onafhankelijk van de wetgeving der lidstaten, ten laste van particulieren verplichtingen in het leven roept, ook geëigend is rechten te scheppen welke zij uit eigen hoofde kunnen geldig maken.”

Wie hier geen weet van heeft, kent het alfabet van het Europese recht niet. Plasterk en anderen voerden de strijd tegen het grondwettelijk verdrag op basis van motieven die niets met Europa te maken hadden. Hij voerde oppositie tegen het kabinet-Balkenende. Plasterk vertegenwoordigde het links-nationalisme. En dat mag natuurlijk omdat het links is. In de Volkskrant reageerde Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht. Dat hielp echter niet. Daarna was het de beurt aan minister Donner. Donner schreef: „Ook Ronald Plasterk speelt in op de angst voor verlies van nationale identiteit. Zijn voorbeeld op deze pagina vorige week: Europa kan besluiten dat het homohuwelijk pervers is en homostellen geen kinderen mogen adopteren. [...] Iedere lidstaat heeft dus een vetorecht in de Raad van Ministers. Geen enkele ‘conservatieve meerderheid’ kan ons overstemmen als het om het homohuwelijk of adoptie door homo-echtparen gaat. Niet een halve waarheid (waar hij de regering van beticht), maar een hele onwaarheid van Plasterk. Intussen heeft hij angst en onzekerheid gezaaid bij homo’s (en trouwens ook hetero’s) in Nederland.”

Was Plasterk echt bezorgd om onze homo’s? Dezelfde Plasterk wil nu een regeerakkoord mee ten uitvoer brengen waarin het recht om te weigeren homohuwelijken te sluiten wordt toegekend aan gewetensbezwaarde ambtenaren. Gij zult als overheid niet discrimineren. Heeft politieagent Mohammed ook het recht om een jood niet te helpen op grond van gewetensbezwaren? Heeft de orthodoxe brandweerman David het recht om een homoseksuele man niet uit de brand te helpen? Heeft de rechter in de zaak van een kinderverkrachter het recht om te weigeren recht te spreken? Hij vindt het immers in strijd met zijn geweten om dergelijke monsters te veroordelen tot een andere straf dan de doodstraf. Iedere ambtenaar kan op een gegeven moment goede persoonlijke redenen hebben om een wet niet te willen uitvoeren. Waarom zijn de linkse media zo stil? Waarom is Wilders, de ridder tegen de homofobe moslims, stil?

Ronald Plasterk is een echte partijman. Maar hij heeft wel een probleem: deze discriminatiegedachte komt niet uit de partij voor viswijven en demagogen. Wie is eigenlijk een demagoog? Zijn grootste wens, een ministerschap, is in vervulling gegaan. Een post in een kabinet van samen leven en samen spelen. Uiteraard niet met homo’s.