... al kan de burger best zonder Leiders

De elite van het ‘middenveld’ waarmee het nieuwe kabinet veel wil overleggen, lijkt zich niet te realiseren dat Nederland zich nog steeds in een postrevolutionaire fase bevindt, signaleert Thijs Jansen. Daarin kan ‘het gemene volk’ ogenschijnlijk uit het niets, als in de dagen van Fortuyn, een greep naar de macht doen. Maar dit volk blijkt over veel meer gezond verstand te beschikken dan wel eens wordt gedacht, meent Peter Cuyvers. De modale burger kan het heel goed redden zonder leiding, hoe eng de elite dat misschien ook vindt.

Peter Cuyvers

Adviseur en directeur van Family Facts, een onafhankelijk adviesbureau.

Hij is terug van weggeweest: de roep om echte leiders, naar mensen met gezag, overtuigingskracht, een moreel kompas. Maar is het, zoals vaak gedacht wordt, de bevolking die onzeker is? Of amuseert men zich daar kostelijk door links en rechts zetels uit te delen en af te pakken? Ik denk het laatste. Ik verdenk de bevolking er namelijk van over een behoorlijke dosis gezond verstand te beschikken: geld verdienen in plaats van uit te geven, een fatsoenlijk gezinsleven leiden in plaats van voortdurend tot diep in de nacht vergaderen.

En heeft het volk niet immers door de eeuwen heen mogen aanschouwen hoe de overgrote meerderheid van de elite meer met zichzelf bezig was? Hoe bijvoorbeeld piramides en paleizen gebouwd werden die slechts functioneel nut hadden voor een enkeling (en dan hebben we het nog niet over gevoerde oorlogen).

Anno 2007 is het niet veel beter. Filantropen die een miljoen of zelfs een miljard weggeven hebben er meestal nog enkele tientallen voor zichzelf over en hechten natuurlijk wel aan hun naam op het museumpje. Bestuurders die prachtige stadhuizen laten bouwen – op kosten van de belastingbetaler. Kamerleden die de horlepiep dansen om zich te profileren, maar in de Kamer bij geen enkele stemming van de fractiediscipline af durven te wijken.

Het moge duidelijk zijn dat bovenstaande gedragingen op gespannen voet staan met het criterium voor ‘innerlijke adel’ dat het christendom ons heeft gebracht, met de parabel van de Barmhartige Samaritaan als meest bekende verwoording ervan. Een aantal mensen met sociaal aanzienlijke posities heeft het te druk met het eigen belang veilig te stellen, iemand uit de laagste sociale groep is degene die de gewonde reiziger helpt zonder aan het eigen belang te denken. In de parabel wordt ook voldaan aan een ander belangrijk ethisch criterium dat we in de bijbel tegenkomen, de gedachte dat ‘de ene hand niet moet weten wat de andere doet’. Goed gedrag is niet iets om over op te scheppen, het gaat om de intrinsieke waarde.

De huidige discussie over ethiek en moraal gaat een heel andere kant op. Nederlandse intellectuelen struikelen over elkaar heen in hun speurtocht naar nieuwe vormen van (moreel) leiderschap en nemen en masse afstand van het ‘gelijkheidsdenken’ van de jaren zestig van de vorige eeuw. Het volk wordt (weer) gezien als een bron van ellende. Want als dat volk aan zichzelf overgelaten zonder publiek vastgestelde normen voor fatsoenlijk gedrag en zonder een waardenstelsel dat richting geeft, dan wordt dat volk blijkbaar een losse verzameling van individuen die elkaar het leven zuur maken met egoïsme en grof gedrag.

Ook de modale en bovenmodale burgers worden door de politieke top en de intellectuele elite intussen vooral gezien als ‘burgertje-nooit-genoeg’ en aangeduid met termen als ‘calculerende’ burgers, ‘eisende’ burgers en ‘verwende’ burgers. Geen wonder dus dat deze burgers wederom door een elite op het rechte pad gebracht dienen te worden.

Vaak wordt gesteld dat sprake is van een ‘restauratieve’ tendens, van een hang naar de hiërarchische verhoudingen uit het verleden. Ik denk echter dat we te maken hebben met een monsterverbond tussen de socialistische en liberale opvattingen over de (slechte) aard van de mens. Dat liberalen uitgaan van egoïsme als basale drijfveer bij het individu is bekend, maar ook socialisten koesteren wantrouwen jegens degenen voor wie ze zeggen op te komen. (Niet voor niets willen ze de bevolking ‘heropvoeden’ als ze aan de macht zijn). Ideologen van de verzorgingsstaat hebben het bijvoorbeeld expliciet over een verhouding van negentig procent eigenbelang en tien procent solidariteit. Om goed te doen, moet de mens er via een truc toe gebracht worden. Op dezelfde manier als je een kind levertraan geeft met een suikerklontje achter op de lepel. Daarom kun je beter zo snel mogelijk solidariteit verplicht stellen in de vorm van premies en belastingen. En moet je om fondsen te werven voor arme mensen een culinair feest voor rijke mensen inrichten. Achter al deze zaken gaat het idee schuil dat als puntje bij paaltje komt zowel rijke als arme burgers zich niet de ware Samaritanen zullen tonen.

Echter, dit fatsoenlijke gedrag is er wel degelijk. Sterker, het is er altijd geweest en de middengroepen, de ‘kleine luiden’ zijn er de verpersoonlijking van. Precies bij die groepen die altijd de smaad en de hoon hebben opgeroepen bij de elite en het gemene volk. Zij plegen zich immers altijd vrolijk te maken over de bekrompen en benepen burgerman die angstig afstand houdt van de grote daden waar de elite mee bezig is. Dat vindt die elite erg tuttig van die burgerman.

Het is een fout te denken dat de geschiedenis van de mensheid zou bestaan uit een serie heldhaftige gevechten van een elite om het volk uit armoede en domheid te verlossen en al evenmin uit een serie revoluties waarin de vertrapten zichzelf uit het moeras vochten (en en passant de elite een kopje kleiner maakten). Dat soort episodes zijn net zo leuk en populair als het Big Brother Huis op televisie en net zo representatief.

De echte geschiedenis van de mensheid bestaat uit miljarden positieve en zelfs liefdevolle interacties tussen miljarden mensen, af en toe onderbroken op specifieke locaties door groepjes egocentrische idioten die om tal van redenen meer wilden hebben dan de rest. Zo bezien zijn er dus 15,5 miljoen Nederlanders, 650 miljoen Europeanen en iets meer dan 6 miljard wereldburgers die zich structureel ‘Samaritaans’ gedragen en met elkaar een ethische dagelijkse leefwereld tot stand brengen, ongeacht het ethische niveau dat hun samenleving als geheel haalt. Ouders doen alles voor hun kinderen, families en vrienden steunen elkaar, of ze nu in het democratische Nederland, het theocratische Iran of in het totalitaire Korea wonen.

Omdat dit alledaagse Samaritaanse gedrag niet spectaculair is, zien we het nooit in de media. We ervaren het allemaal wel in onze eigen directe omgeving. Het gebeurt slechts een hoogst enkele keer dat dit type gedrag letterlijk ‘boven de massa’ uitstijgt, bij persoonlijkheden als Ghandi of Moeder Teresa. Zij zijn echter niet meer dan de ‘iconen’ van datgene wat zich dagelijks afspeelt tussen de ‘kleine luiden’ van de wereld.

De modale burger heeft geen elite nodig en misschien is dát wel eng voor het gezelschap elitaire schrijfkabouters en randstadhovelingen. Ik acht het dus niet onwaarschijnlijk dat zíj het zijn die smachten naar Grote Leiders. Immers, het waren in de afgelopen jaren linkse intellectuelen onder aanvoering van Paul Scheffer die hamerden op het belang van een Nationaal Museum en de Canon. Het volk moest kennelijk worden bijgeschoold.

Het tegendeel is waar: het volk is al lang overgeschakeld naar het moderne nationalisme dat als ritueel opgeld doet bij sportwedstrijden. De klassieke 1 procent vandalen vecht, de 19 procent xenofoben stemmen op Wilders en Verdonk, de rest demonstreert voor lokale asielzoekers, stuurt goederen naar tsunamislachtoffers maar doet vooral gewoon dagelijks wat er moet gebeuren in familie, gezin en vereniging. De massa heeft zelfvertrouwen en regelt de zaken via onderlinge (digitale) netwerken. Van die kant klinkt geen roep om leiderschap.

Wie ook maar een beetje verstand van geschiedenis heeft weet dat alleen bange mensen om leiderschap roepen.

Deze artikelen zijn bewerkingen van stukken die eerder in Christen Democratische Verkenningen hebben gestaan.