ABP kan het reclame maken niet laten

Wél levensloopregelingen verkopen via een dochter, maar daar géén reclame voor mogen maken. Dat blijkt te moeilijk voor de pensioenfondsen. Een tweede, torenhoge boete dreigt voor het hardleerse ABP.

De verleiding is té groot. Hun monopoliepositie op de pensioenmarkt kunnen de bedrijfstakpensioenfondsen goed gebruiken om lucratieve levensloopregelingen te verkopen. Dit doen zij via dochterondernemingen die reclame maken voor de levensloopregeling bij het complete klantenbestand van het pensioenfonds. Mét de vermelding dat de verlofspaarregeling zo goed aansluit op het pensioen, én een machtigingskaart om de salarisgegevens van het pensioenfonds door te spelen aan de dochter.

Ook vakbonden, die in het bestuur van de fondsen zitten, bevelen hun leden aan om het verlofsparen te regelen bij de dochteronderneming van het bedrijfstakpensioenfonds. „Dan weet u zeker dat uw pensioen en levensloop goed op elkaar zijn afgestemd”, staat op de website van vakbond Abvakabo. Werknemers kunnen de verlofspaarregeling gebruiken om eerder te stoppen met werken.

De marketingstrategie van de pensioenfondsen werkt. Hij werkt bijzonder goed zelfs. ABP-dochter Loyalis is inmiddels marktleider in de verkoop van levensloopregelingen. Binnen de eigen bedrijfstak van het pensioenfonds, de ambtenarij en het onderwijs, heeft Loyalis een marktaandeel van 50 procent, zo meldde Het Financieele Dagblad eerder deze week. Careon, dochter van het pensioenfonds voor de zorg PGGM, is in de eigen sector de marktleider, meldt het pensioenfonds trots op zijn website.

Banken en verzekeraars kunnen moeilijk opboksen tegen de twee pensioengiganten bij wie ruim twee miljoen werknemers verplicht zijn aangesloten. Zij klagen over oneerlijke concurrentie.

En zij hebben een punt, zegt toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). De pensioenfondsen mogen namelijk helemaal niet hun naam, reputatie en klantgegevens in de strijd werpen bij het verkopen van levensloopregelingen. Zij mogen alleen „algemene informatie” geven over de verlofspaarregeling. Enige suggestie dat een dochteronderneming de regeling aanbiedt, is uit den boze.

Volgens de wet mogen de fondsen alleen de pensioengelden beheren. Een dochteronderneming beginnen die andere financiële producten verkoopt is wel toegestaan, maar die commerciële activiteiten moeten volledig los staan van het pensioenbeheer.

De pensioenfondsen zijn volgens de toezichthouder dus in overtreding. En dat betekent forse boetes. DNB rekent voor: drie overtredingen à 435.000 euro maakt in totaal 1,3 miljoen euro voor ABP en eenzelfde bedrag voor PGGM. „En dan zitten we nog aan de onderkant”, zei DNB-advocaat Cécile Bitter gisteren bij de behandeling van een beroep van de pensioenfondsen tegen de boetes.

In hun verweer tegen de torenhoge boetes stelden beide pensioenfondsen dat hun verzekeringsdochters de relatie tot hun pensioenfondsen noemen om „hun cliënten adequaat voor te lichten” en niet voor commercieel gewin.

De pensioenfondsen verwijzen naar de noodzaak voor „transparantie en openheid”. En dat betekent volgens hen niet alleen duidelijk vermelden dat zij dochterondernemingen hebben. Deze dochters moeten ook duidelijk vermelden waar zij hun geld beleggen: bij het pensioenfonds. De pensioenfondsen zouden „halve waarheden verkondigen” als zij de collectieve pensioenregeling presteren als een toekomstvoorziening die in alle gevallen volwaardig is, zo zei de ABP-advocaat gisteren.

Kort nadat de verzekeraars bij de toezichthouder een formele klacht in hadden gediend, beloofden de pensioenfondsen hun leven te beteren. In januari 2006 beloofden zij zich te „onthouden van elke commerciële activiteit op het gebied van levensloopregelingen”. Maar het kwaad was al geschied. De markt was al verdeeld.

En nu lijkt ABP zich niet aan deze belofte te hebben gehouden. DNB-advocaat Bitter zei gisteren in de rechtzaal dat de toezichthouder een nieuw onderzoek is begonnen „naar soortgelijke gedragingen van het ABP”. Een woordvoerder van DNB bevestigt dat een onderzoek loopt.

PGGM heeft haar leven wel gebeterd. Bitter meldde dat het nieuwe onderzoek zich beperkt tot ABP.

De bestuursrechter doet in beide beroepszaken binnen zes weken uitspraak. Hoe lang het nieuwe onderzoek naar ABP gaat duren wilde de DNB-woordvoerder niet zeggen.