‘Zo goed als nu is het nooit geweest’

Deze dagen kondigen rode draken het Chinese Nieuwjaar aan, nu ook openlijk in Indonesië. Het vertoon symboliseert het groeiende zelfvertrouwen van de Chinese gemeenschap in Indonesië. Maar de Chinezen blijven op hun hoede.

Gelovigen brengen offers in de Vihara Dharma Bhakti tempel in Jakarta. Deze tempel, in China Town, is de oudste boeddhistische gebedsplaats van de hoofdstad. Foto Reuters Indonesian Chinese pray at the Wihara Dharma Bhakti temple in Jakarta's Chinatown February 2, 2007. In May 1998, the temple in the heart of the Indonesian capital's Chinatown was caught in the midst of an orgy of looting and violence targeting the minority ethnic Chinese community. Nearly a decade on, the community has made progress in some areas, but deep scars remain and it is still trying to find its exact place in the world's biggest Muslim nation. Picture taken February 2, 2007. To match feature LUNAR-YEAR/INDONESIA REUTERS/Beawiharta (INDONESIA) wierook REUTERS

Lia Wibisono is Indonesische, maar haar gelaatstrekken liegen niet: Chinese afkomst. Ze herinnert zich levendig hoe ze met haar man in 1998 hals over kop de wijk nam naar Los Angeles en hoe haar twee boetieks in Jakarta in vlammen op gingen.

Maar zij en haar man zijn alweer enkele jaren terug en het bevalt goed: „Het is allemaal gemakkelijker geworden – paspoort, rijbewijs, enzo.” En ook: „Zo goed als nu is het waarschijnlijk nog nooit geweest.”

In de winkelcentra van Indonesië springen deze dagen de rode draken door de hal om het Chinese Nieuwjaar aan te kondigen. Het is zelfs een nationale vrije dag geworden, zoals er dagen zijn voor diverse etnische en religieuze groepen.

De onvermijdelijkheid van een multiculturele samenleving krijgt in het democratische Indonesië van vandaag een positieve draai en de Chinezen grijpen die kans. „We voelen ons vrijer en meer gelijk”, zo vat de voorzitter van de Chinees-Indonesische Associatie, Benny Setiono het samen.

Niemand weet precies hoe groot de etnische minderheid is, want Chinezen wonen er soms al eeuwen en gemengde huwelijken hebben sporen uitgewist. Schattingen lopen tussen vijf en tien miljoen. In het verleden werden Chinezen geregeld belaagd, verjaagd en in pogroms uitgemoord – ook de Nederlandse kolonisatoren kregen daar nooit greep op.

De sinoloog Jacob Willem Oudendijk suggereerde in 1913, na weer eens een uitslaande rassenbrand, zoveel mogelijk segregatie plus wat privileges. Een kleine eeuw later wordt de oplossing gezocht in een leven met elkaar met behoud van identiteit.

De Chinezen golden en gelden als hardwerkend en rijk, de Javanen als lui en arm – zo luidde en luidt kortweg het vooroordeel over en weer. Onder de Chinezen zijn puissant rijke families die veel aandacht trekken.

Chinezen drukken ook hun stempel op de middenstand op vele plaatsen en – vaak vergeten – er zijn ook veel arme Chinezen. Zoals alle rijke mensen in Indonesië parkeren rijke Chinezen hun vermogen in Singapore; dat is fiscaal vriendelijk en veilig.

In de grote zuiveringsacties tegen (vermeende) communisten in 1966 en 1967 was het weer raak. Tienduizenden Chinezen werden vermoord en hetzelfde aantal zocht elders een veilig heenkomen.

President Soeharto kwam met draconische maatregelen: het Chinese schrift werd verboden, net als kranten, onderwijs en godsdienstuitingen. Wie een Chinese achternaam droeg, moest deze veranderen. In overheid en leger was geen plaats voor hen en overal kregen zogeheten pribumi (autochtonen) voorrang.

Dat hinderde Soeharto overigens niet met Indonesisch-Chinese magnaten grootscheeps zaken te doen. Een paar rijke etnisch-Chinese families leefde in die tijd een spookachtig dubbelleven, met grote zakelijke besognes en winsten in Jakarta, maar ook altijd een vliegtuigje startklaar om – indien nodig – onmiddellijk hun land te kunnen ontvluchten.

Na de val van Soeharto, na de schrik van de anti-Chinese brandstichtingen en plunderingen van 1998 en na de komst van de democratie maakten successievelijke presidenten aan de discriminatie een einde. Althans op papier. Vier jaar geleden werd Chinees Nieuwjaar een officiële feestdag.

Pas heel voorzichtig kruipen de Chinezen zelf uit hun schulp, maar het zelfvertrouwen neemt toe. En daarbij helpt op de achtergrond de opkomst van China enorm. Het Mandarijn geldt nu naast het Engels als een taal met toekomst en wie jong is en erbij wil horen, bekwaamt zich erin. Achtduizend scholen – goeddeels privé – bieden de taal inmiddels aan.

Chinees bedrijfsleven laat zich zien en een televisiestation dat echt dynamisch wil zijn, zendt hier ook in het Chinees een nieuwsbulletin uit. Je ziet etnische Chinezen aan tv-quizzen meedoen en ze zijn, op bescheiden schaal, ook actief in de politiek.

In de uitgaanswereld van Jakarta is peranakan de retrotrend uit de koloniale tijd. Meestal verwijst het woord naar Chinezen met gemengde voorouders, maar hier zijn het gerechten, die Javaanse en Chinese keukens van vroeger mengen – een soort fusion.

En elk jaar wordt hun nieuwjaarsfeest uitbundiger.

De trends zijn gunstig, maar eeuwenoud ongemak verdwijnt natuurlijk niet meteen. Neem een tijdje terug een kleine gebeurtenis in de havenstad Makassar in het zuiden van Sulawesi. Daar had in een etnisch- Chinees gezin de heer des huizes het Sulawesische kindermeisje doodgeslagen. Een ernstige zaak, onmiskenbaar. Maar wat gebeurde binnen een uur? In de straat waar alle winkeltjes van de goudverkopers zitten – dat zijn allemaal etnische Chinezen – gingen snel alle ijzeren luiken dicht en was geen mens meer te bekennen.

En dat bleek een heel wijs besluit. Voordat de avond was gevallen, verzamelden zich bij diezelfde straat honderden Sulawezen met stenen en stokken om hun woede te koelen. Dankzij de aanwezigheid van rolluiken en de afwezigheid van eigenaren bleef de schade beperkt, maar oude, vertrouwde reflexen waren die middag wel even geëtaleerd.

Of zoals de 76-jarige verkoopster, Zhong Chi Xin op de Chinese markt van Jakarta het uitdrukt: „We kunnen vrij offeren nu in onze tempels, maar veilig voelen we ons niet. We hebben onze bankrekening buiten het land en sturen onze kinderen ook weg om te studeren.”

Dat ze het zo openlijk zegt in plaats van te zwijgen, is, geeft ze toe, toch winst.

Meer over Chinezen in Indonesië via de website van de Chinees-Indonesische Associatie: http://en.inti.or.id