Weesjongens onder elkaar

Dave Eggers geeft de overbekende ellende een sociale en literaire dimensie.

What is the What is al met al een hip epos geworden.

Dave Eggers: What is the What. The Autobiography of Valentino Achak Deng. A Novel Mc- Sweeney’s, 475 blz. € 23,- Vert. door Gerda Baard-man en Wim Scherpenisse als Wat is de Wat. Autobio-grafie van Valentino Achak Deng. Rothschild & Bach, 532 blz. € 22,95.

‘Ik ben in mijn leven op vele manieren geslagen, nooit met de loop van een geweer. Ik heb het geluk dat ik vaker heb zien lijden dan dat ik zelf heb geleden, maar toch: ik ben uitgehongerd, geslagen met stokken, met kabels, met bezems en stenen en speren. [...] En toch, nu ik uitgestrekt over de bank lig en mijn hand nat is van het bloed, merk ik dat ik Afrika mis. Ik mis Soedan, ik mis de brullende grijze woestijn van noordwest Kenia. Ik mis het gele niets van Ethiopië.’

Zo klinkt Valentino Achak Deng. Zo klinkt Dave Eggers (1970) in zijn nieuwe roman What is the What, waarin hij zich met Valentino Achak Deng vereenzelvigt. Het boek is het fictieverhaal van deze voormalige ‘Lost Boy’, zoals de op drift geraakte kinderen uit de Soedanese oorlog werden genoemd. Hij belandde in Amerika. Eggers heeft Deng lang geïnterviewd en is met hem teruggegaan naar Soedan. Het is een boek met een vertelstem waar je wel naar moet luisteren.

In Eggers’ versie is Dengs Afrikaans-Engels formeel, omslachtig. Het zit vol understatements en beleefdheidsformules, vaak bij hevige emoties of schokkende gebeurtenissen. Dit boekhouders-Engels maakt het verhaal persoonlijk en authentiek, alsof je deze man hoort praten.

Praat en denkt Valentino Achak Deng echt zo? Dat kan, maar het is onduidelijk hoeveel van deze stem Eggers is en hoeveel Achak Deng. Eggers’ naam staat voorop het boek, de naam van Deng pas in de ondertitel The Autobiography of Valentino Achak Deng. A Novel. De stem waarmee ze samen spreken, heeft niets van de morele verontwaardiging, de ingehouden woede over onrecht die een westerling er snel in zou leggen. Dit is de stem van iemand die de wreedheid van het leven als een gegeven ziet.

Tot zijn vijfde jaar heeft Achak Deng een gewone jeugd in het zuidwesten van Soedan. Achaks vader drijft handel. Op een dag vertelt hij de oorsprongsmythe van het Dinka-volk aan Arabieren: God gaf de Dinka de keuze tussen de koe of de Wat. De Dinka verkozen de koe boven de onzekerheid van de Wat, waarvan niemand weet wat het is.

De murahaleen eisen evenwel het vee én de Wat. Op een dag komen ze naar Marial Bai en doden en verbranden alles wat Achak ooit gekend heeft. Achak sluit zich aan bij jongens onder leiding van de circa 18-jarige Dut. Deng leert hoe hij moet slapen, altijd middenin de cirkel, waakzaam. Soms wordt hij wakker van eenzaamheid en kou en gevaar, dan blijkt de cirkel zich verplaatst te hebben terwijl hij sliep. De jongens lopen in kringetjes rond en zijn een prooi voor wilde dieren en rebellen. Het sterven neemt snel bijbelse proporties aan.

Als het boek begint, wordt Deng overvallen en mishandeld in zijn appartement in Atlanta. Vastgebonden en gekneveld begint hij in gedachten zijn verhaal. Een gruwelijk verhaal is het, en een mediageniek verhaal bovendien: onschuldige, katholieke kinderen, opgejaagd door wilde dieren en kwaadaardige Arabieren, en een happy ending in de VS. De Lost Boys in Amerika hebben hun verhalen op elkaar afgestemd, staat in het boek, om de pers te geven wat zij verwacht. Gelijk hebben ze. In de verhouding tussen rijk en arm is een verhaal als Lost Boy niet neutraal. Het is niet de manier waarop de ene mens zijn wederwaardigheden deelt met een ander. Het verhaal is materiaal geworden, handel en soms paspoort. We kunnen het hier begrijpen, een verhaal met daders en slachtoffers, een verteller die geen blaam treft.

Zo’n verhaal is What is the What zeker. Alleen: het is niets voor Dave Eggers zich hiervan niet bewust te zijn. Deze schrijver heeft immers zo ongeveer het patent op overbewustzijn. Hij was degene die in het eerste gedeelte van A Heartbreaking Work of Staggering Genius (2000), het boek over de dood van zijn beide ouders en de zorg voor zijn kleine broertje Toph, recensenten in de introductie alvast alle thema’s en motieven uitlegde. Hij was de schrijver die zich in het naschrift ‘Mistakes We Knew We Were Making’ verloor in een verhandeling over welke zinnen uit A Heartbreaking Work verzonnen waren en welke echt. Hij was degene die lezers vroeg: ‘Please, trust the motives and hearts of your makers of things.’ Het is iemand die cynici en hokjesdenkers als het ware de toegang tot zijn werk ontzegt.

Eggers is daarnaast iemand voor wie literatuur, journalistiek en community art in elkaar overlopen. Behalve uitgever en oprichter van de tijdschriften McSweeney’s en The Believer is hij de oprichter van een educatief centrum dat kansarme jongeren met literatuur in contact brengt; hij geeft er ook les. Twee jaar geleden zette hij Voice of Witness op, een serie boeken waarin getuigen van maatschappelijke gebeurtenissen aan het woord komen, in de vorm van lange monologen, door studenten journalistiek geschreven op basis van interviews met de betrokkenen. Er verschenen al boeken met getuigenissen van de slachtoffers van orkaan Katrina, en van ten onrechte veroordeelde gevangenen. Geen journalistiek, eerder een soort contemporaine orale geschiedschrijving. Het lijkt alsof Eggers zo bezig is om via de traagheid en diepgravendheid van het medium boek de journalistieke en politieke handel in slachtofferverhalen te omzeilen. Het is alsof hij de ruis wil uitschakelen en weer terugwil naar waar het begon: de mens die een wezenlijke ervaring wil delen met een ander.

Natuurlijk, Valentino Achak Deng is een schuldloos goed slachtoffer van het anonieme kwaad van ramp, oorlog en overheid, zoals de anderen uit de Voice of Witness-serie dat zijn; er zit geen morele ambiguïteit in zijn verhaal. Anderzijds geeft zijn relaas, waarin Eggers grote stukken Soedanese geschiedenis verwerkt, reliëf aan het type onoverzichtelijke oorlog dat Afrika deze decennia teistert. Het toont ook het scala van ontheemding dat deze wereld kenmerkt; van het stoffige, permanente transit van een vluchtelingenkamp tot de anonimiteit van een huurappartement in Atlanta. Een wereld waarin mensen elkaars geschiedenis niet kennen.

Af en toe glimpt er wel vertwijfeling en opstandigheid door dat formele Engels. Maar Deng is een lid van het Dinka-volk, geen Amerikaan die opgroeide in een cultuur van emotioneel exhibitionisme. Dit is niet iemand die het achterste van zijn tong laat zien. Het draait in What is the What dan ook meer om Dengs lotgevallen dan om zijn innerlijk. Dat is één van de redenen waarom je dit boek heel goed een epos kunt noemen, omdat Eggers op homerische wijze een chaotische hel als die bij de rivier de Gilo kan overzien, een Guernica in Ethiopië, waar een meedogenloze slachtpartij wordt aangericht onder de weerlozen in een Soedanees vluchtelingenkamp. En omdat de hindernissen die vluchtelingen nemen in hun zoektocht naar een menswaardig bestaan, in ons deel van de wereld zo onvoorstelbaar zijn, dat ze als vanzelf epische trekken krijgen.

Niet gehoord worden is de uitgekauwde frase voor de talloze oorlogsverhalen, waar we machteloos tegenover staan en die ons alleen daarom al niet lijken te raken. Even naïef als krachtig weet Eggers zo’n formule opnieuw betekenis te geven. Het migratiethema is zo oud als de wereldliteratuur, maar een ouderwets epos is What is the What niet. Het is juist erg up-to-date, één van die moderne mengsels van fictie en non-fictie die de emotionele waarheid van een geschiedenis willen overbrengen. Je kunt het zelfs hip noemen, typerend voor een generatie die engagement verknoopt met de goede zaken des levens. Het is lokaal en mondiaal, literair en humanitair. Praktisch idealisme in de vorm van vijfhonderd pagina’s wezenlijke aandacht voor het lot van een ander.

Dave Eggers over Soedan: www.mcsweeneys.net

Dave Eggers: What is the What. The Autobiography of Valentino Achak Deng. A Novel Mc- Sweeney’s, 475 blz. € 23,- Vert. door Gerda Baard-man en Wim Scherpenisse als Wat is de Wat. Autobio-grafie van Valentino Achak Deng. Rothschild & Bach, 532 blz. € 22,95.