Wat nu?

Zeer gewaardeerde journalisten. Geachte redactiemedewerkers en presentatoren van radio en televisie. Beste commentatoren en columnisten van de schrijvende pers. Hartelijk welkom bij deze korte, intensieve training ‘Omgaan met het nieuwe kabinet’, georganiseerd door gemiddelde burgers en gewone kiezers. Het is verheugend dat u hier in zo groten getale bent gekomen. Ik wil de bijeenkomst graag inleiden met een drietal tips en wensen van die gemiddelde burger voor de komende kabinetsperiode.

Tip 1. Houd na deze week op met het spreken en schrijven over spruitjes, de jaren vijftig en de geest van de wederopbouw. Gewone kiezers hebben niets tegen een licht paternalistische staat. Wij juichen het toe als de staat zich bemoeit met zwakbegaafde, drugs- of alcoholverslaafde ouders en hun kinderen. Wij vinden het prima als de staat zich ontfermt over schizofrene patiënten, die rondzwerven in overdekte winkelcentra. Wij vinden het prettig als de staat niet alles overlaat aan burgers, onder verwijzing naar hun keuzevrijheid, autonomie en eigen verantwoordelijkheid.

Niets wijst erop dat de ChristenUnie zal gaan tornen aan de wetgeving rond abortus en euthanasie en ook de anti-emancipatie maatregelen in het nieuwe regeerakkoord zien er tamelijk onschuldig uit. Blijven doorzeuren over spruitjes wordt dan toch een beetje flauw.

Tip 2. Denk goed na over adjectieven als u interviews afneemt of portretten maakt van nieuwe bewindspersonen. Het is ons, gewone burgers, regelmatig opgevallen dat mensen van de media graag willen dat bewindspersonen ‘opvallend’, ‘gedreven’, ‘daadkrachtig’ en ‘visionair’ zijn. Journalisten hopen dat ministers en staatssecretarissen ambitieuze plannen hebben met de samenleving. Bewindslieden die dat niet hebben worden algauw aangemerkt als kleurloze, weinig interessante personen, die zich ertoe beperken op hun winkel te passen.

Wij, gewone burgers, hebben begrip voor uw positie. Journalisten willen dat bewindslieden nieuws maken en ministers die dat niet van plan zijn deugen volgens de media niet voor hun vak. Maar wij zouden omgekeerd ook wel eens wat begrip willen zien voor onze visie. Wij zitten niet te wachten op grootschalige veranderingen, voortgaande stelselwijzigingen, culturele kantelingen en wat dies meer zij. Wij smeken u dan ook: ga onze bewindslieden daar niet toe opstoken. Als u een rustige, bescheiden, vriendelijke minister moet portretteren, wil deze dan alstublieft beschrijven als een kundige, evenwichtige, stabiele bestuurder, die goede contacten onderhoudt met het veld waar hij of zij over gaat. Als u een overambitieuze, daadkrachtige bewindspersoon tegenkomt, denk dan ook eens aan adjectieven als ‘meedogenloos’, ‘monomaan’, ‘agressief’ of ‘dominant’ en laat doorschemeren dat dit geen positieve eigenschappen zijn.

Tip 3. Ik zie de lichte wanhoop die zich nu van u meester maakt en ik begrijp dat u zich afvraagt waarover u de komende vier jaar dan in hemelsnaam moet gaan schrijven, denken en discussiëren. Wees gerust. Het kabinet is natuurlijk niet van plan om helemaal niets te gaan doen; er staan voornemens in het coalitieakkoord en sommige daarvan verdienen analyse en commentaar. Het nieuwe kabinet wil bijvoorbeeld doorgaan met de ‘vermarkting’ van de gezondheidszorg; de geestelijk vader van het nieuwe zorgstelsel wordt minister van VWS. Wat vindt u daarvan? Is het een prettig idee dat artsen en ziekenhuizen voortaan reclame gaan maken? Zult u met belangstelling kijken naar de glossy websites en foldertjes van gezondheidscentra bij u in de buurt? Ziet u uit naar sterspotjes waarin ziekenhuizen hun dokters aanprijzen en hoog opgeven van de hospitaalcappuccino? Of schrikt u toch terug voor deze nieuwe vorm van patiëntenvoorlichting?

De nieuwe coalitie wil flink bezuinigen op managers en bureaucraten. Dat klinkt mij en menigeen als muziek in de oren, maar voordat het kabinet willekeurig wat mensen de laan uitstuurt moet er naar die plannen worden gekeken. Anders dan wel gesuggereerd wordt, zijn managers en bureaucraten namelijk niet de hele dag bezig met lunchen, borrelen en de krant lezen. Veel managers entameren zogeheten verbetertrajecten, die gepaard gaan met kwaliteitsmetingen voor en na de vernieuwingsoperatie. Managers en bureaucraten zetten medewerkers aan tot administratie van hun eigen verrichtingen en zorgen aldus voor transparantie, verantwoording en meetbaarheid. Persoonlijk denk ik dat het drie, vier, vijf tandjes minder kan met die transparantie en verantwoording en ik lees in het regeerakkoord ook mooie woorden over vertrouwen in professionals, maar ik zou hier toch graag even expliciet bij stilstaan. Professionals schieten er niets mee op als hun managers worden wegbezuinigd om vervolgens weer binnen te komen als onafhankelijke onderzoekers en organisatieadviseurs, omdat het kabinet zich niet had gerealiseerd dat bezuinigen op management en bureaucratie inhield dat men zou inboeten aan meetbaarheid en transparantie.

En ten slotte zouden we, met een centrum-links kabinet, ouderwets kunnen gaan discussiëren over inkomensverschillen. Is het terecht dat managers meer verdienen dan de professionals die zij managen? Is het terecht dat werknemers er elk jaar een periodiek bij krijgen? Maakt dat oudere werknemers niet nodeloos duur, en daarmee steeds onaantrekkelijker voor de organisatie waar zij in werken? Moeten we niet eens denken over jaarlijkse periodieken eraf (automatisch, dus zonder kwetsende kwalificaties)?

Dames en heren: er is stof genoeg.

Eerdere columns van Margo Trappenburg op www.margotrappenburg.nl