‘Subsidie is voor ons maar een extraatje’

Sieuwert Verster (53) is algemeen directeur van het Orkest van de Achttiende Eeuw. Dat maakte deze week bekend minder subsidie te willen.

Sieuwert Verster Orkest v.d. 18de eeuw

Minder subsidie? Dat hoor je niet vaak.

„Het Orkest van de Achttiende Eeuw krijgt al twintig jaar wat zij vraagt, zo’n 250 duizend euro per jaar. Dat geld was voor ons een welkom extraatje; voor negentig procent van onze begroting zijn we al zelfbedruipend. Nu het orkest 25 jaar bestaat, leek het een mooi gebaar ruim baan te maken voor ensembles die het geld harder nodig hebben – bij wie er wél een gat gaapt tussen wat ze willen en wat ze kunnen. ”

Wie jarig is, trakteert?

„Zoiets. Maar ik heb wel meteen een afspraak gemaakt met Martin Berendse, directeur Kunsten van OCW. Men moet niet uit ons gebaar afleiden dat alle muziekensembles met minder toe kunnen, want het tegendeel is waar. Toen ik zelf lid was van de Raad voor Cultuur, zijn alle ensembles er dertig procent op vooruit gegaan. Maar dat is nog niet genoeg. Symfonieorkesten spelen zo’n twee eeuwen muziek, alles van daarvoor, daarna en van buiten Europa wordt gespeeld door ensembles. De subsidiegever loopt achter die ontwikkeling aan. En onze zelfredzaamheid zegt niets over de rampzalige situatie bij veel andere muziekensembles.”

Maar uw orkest is een maatschap. Gaan de musici dan nu ook minder verdienen?

„Dat zou mijn eer te na zijn. Nee, zij lezen dit nieuws glimlachend in de krant en denken: we zijn benieuwd. ”

Het orkest heeft steeds gezegd: als oprichter/dirigent Frans Brüggen (72) stopt, dan wij ook. Is dit een stap op weg naar dat einde?

„Absoluut niet. We maken nu plannen voor 2011 en hopen nog zeker vijftien jaar door te gaan met Frans. Maar we zijn wel een oud orkest, en daar hoort een bescheiden houding bij. Hoogbejaarden die nog steeds het hoogste woord voeren aan tafel, worden snel irritant. Wij willen blijven spelen, maar niet nodeloos drukken op het budget. Noblesse oblige. ”

Hoe kan uw orkest zich dat veroorloven?

„Door onze driepotige geluksformule. Eén: wij spelen muziek die makkelijker publiek trekt dan bij voorbeeld eigentijdse repertoire. Twee: we spelen vier à vijf tournees per jaar en hebben weinig overheadkosten. Drie: Frans Brüggen. We dienen nog wel een subsidieaanvraag in, maar aan het einde van het komende kunstenplan hopen we toe te kunnen met de helft van het geld, of zelfs met niets. We hadden een grote schuld doordat een Japanse agent failliet ging. Die heb ik kunnen wegwerken en nu kunnen we steeds meer op eigen kracht draaien. Nee, dit is echt geen dronkemansvreugdekreet. ”

Het Orkest van de Achttiende Eeuw is een instituut, waarom gaat het straks niet gewoon door met een nieuwe dirigent?

„Omdat we niet uit opportunisme in de eindgloed van ons bestaan moeten breken met onze beginselen; bij elkaar blijven en zo min mogelijk verjongen. Als Frans stopt, worden wij van realiteit legende. Maar we zullen dan wel met elkaar moeten spreken over wat we hebben opgebouwd. En wellicht zullen we met een aantal musici een nieuwe aanvraag indienen onder een nieuwe naam. Maar dat is op dit moment volstrekt onvoorspelbaar.

Wat vindt u van het recente initiatief van een groep kunstmakers – tegen zeuren, en vóór meedenken met de politiek?

„Sinds ik uit de Raad voor Cultuur ben, vergader ik niet meer. Maar ik vind ook: je kunt beter meewerken aan constructieve oplossingen dan zeuren. Aan de andere kant vind ik oprecht dat kunst een te marginale rol speelt in de begroting. ”