Sneeuw (2)

Rintje zit samen met mama en Tobias en Henriette in de trein naar Zwitserland. „Zijn we er al bijna?” vraagt hij. „Nee”, zegt mama. „Het duurt nog een hele tijd, we komen pas aan als de zon is ondergegaan!”

„Ik verveel me”, zegt Henriette. „Laten we een spelletje doen”, zegt mama. „Ik zie ik zie wat jij niet ziet.”

„Ja!” roept Tobias „Ik begin.” Hij kijkt door het raam naar buiten en zegt: „Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is blauw!”

„Je doet het niet goed sufferd!” zegt Henriette. „Wij kunnen nooit raden wat jij buiten ziet, want de trein gaat zo snel dat het nu al niet meer te zien is. Je moet iets binnen kiezen!”

„Goed”, mompelt Tobias. „Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is roze!” Nu kijkt hij naar Henriette.

„Je begrijpt er niks van”, zegt Henriette. „Je moet natuurlijk niet kijken naar het ding dat wij moeten raden. Nu weet ik het meteen. Het is mijn strik!”

Mama moet lachen. „Geef Tobias maar een nieuwe kans”, zegt ze. Maar net als Tobias iets nieuws wil zeggen schuift er een deur open en stapt de conducteur de treincoupe binnen.

„Goedemiddag, uw vervoersbewijzen alstublieft!”

„Geef jij de kaartjes maar aan de conducteur”, zegt mama tegen Tobias.

„Zo, jongeman”, zegt de conducteur. „En waar gaat de reis naartoe?”

„We gaan naar Zwitserland, naar de sneeuw en de bergen!” zegt Rintje.

„Dat is mooi”, zegt de conducteur. „Maar het duurt nog wel een tijd voor we er zijn. Vinden jullie het leuk om mij ondertussen te helpen met kaartjes knippen?” „Ja! Leuk!” roepen ze alledrie. „Kom maar mee”, zegt de conducteur. Om beurten mogen Rintje, Tobias en Henriette een kaartje knippen.

Alle wagons lopen ze door. Soms is er een passagier die nog geen kaartje heeft en een kaartje moet kopen. Er zijn ook passagiers die door het schommelen van de trein in slaap zijn gevallen. Dan mogen ze die wakker schudden.

Het spannendst is ‘t als ze van de ene wagon naar de volgende gaan. In het verbindingsstuk tussen de wagons kan je door de vloer een klein stukje rails zien. Dan zie je pas goed hoe hard de trein gaat. „Brrrr”, zegt Henriette. „Straks schieten de wagons los! Ik loop snel door!”

Als ze alle kaartjes geknipt hebben brengt de conducteur ze terug naar mama. „Hartelijk dank voor jullie hulp”, zegt hij. „En nog een goede reis!”

„Hier is voor ieder een koekbotje”, zegt mama. „Jullie zullen wel trek hebben.”

Terwijl ze op het koekbotje knauwen vallen de ogen van Henriette, Tobias en Rintje langzaam dicht en even later hoort mama ze alledrie tevreden snurken.

Wordt vervolgd

www.rintje.nl