Schotse ritmes

De Schotse toneelschrijver David Harrower staat dicht bij vrouwenlevens en de natuur. In zijn nieuwste stuk ‘Blackbird’ herkennen vrouwen zich die door pedofielen zijn misbruikt. De Nederlandse versie gaat morgen in première.

Een koude winterdag in Edinburgh, de hoofdstad van Schotland. Zo’n vijftig bejaarde vrouwen zitten binnen bijeen. Met behaaglijke vesten aan luisteren zij naar een lezing, georganiseerd door de Workers’ Educational Association. De vrouwen volgen een cursus theater en blijken goed op de hoogte van het werk van de gast in hun midden,David Harrower, een 41-jarige toneelschrijver uit Glasgow. Zijn jongste stuk Blackbird beleeft morgen zijn Nederlandse première.

Zijn debuut Knives in Hens maakte overal indruk. Het filosofische boerendrama uit 1995 stond haaks op de hippe Britse toneelstukken die in dezelfde tijd successen vierden. Bij Harrower, anders dan bij zijn leeftijdgenoten Sarah Kane, Mark Ravenhill en Martin Crimp, geen seks en drugs en rauwe taal in grauwe woonkazernes, maar stille poëzie op het platteland.

Messen in Hennen werd in 2000 door het Noord Nederlands Toneel gespeeld met Tamar van den Dop in de hoofdrol. De auteur laat een jonge boerin hartstochtelijk de natuur om zich heen beschrijven. Als een geletterde molenaar haar aanspoort de woorden op papier te zetten schrikt zij terug voor de magische kracht van de taal. Nu hebben anderen vat op de geheimen in haar hoofd. Het schrift werkt als een splijtzwam in de primitieve gemeenschap. Het verwijdert haar van haar eenvoudige man en van het simpele geluk.

Met een zangerig Schots accent leest Harrower een uitspraak van de boerin voor: „Al wat ik moet doen, is namen duwen in wat daar is. Net zoals ik een mes duw in de buik van een hen.” Hij kijkt er verlegen bij, alsof hij zich voor zijn eigen werk schaamt. Alleen als hij commentaar op dat werk geeft komt hij een beetje los. Geamuseerd en tegelijk geërgerd vertelt hij over de Oostenrijkse opvoering van Knives in Hens. „Michael Jackson denderde door de speakers! D’r was niks Schots meer aan! ‘Wat, is ’t niet goed?’ vroegen de acteurs me geschrokken. Ik: ‘Och ja, het was heel interessant!’ ”

De Schotse identiteit: de schrijver en de vrouwen raken er niet over uitgepraat. „Het Londense publiek houdt van Ierse stukken. Schotland heeft het daar nooit zo goed gedaan”, zegt Harrower een beetje verongelijkt. En: „Schotland heeft geen rijke theatertraditie. Het heeft een orale traditie.”

„Bent u dan niet blij dat we nu een nationaal theater hebben?” vraagt een dame. Harrower haalt zijn schouders op, hij is niet enthousiast. Toch geeft hij toe dat het goed gaat met het theater in Schotland. „We worden nu beter betaald. Het is niet meer zo dwaas om voor het theater te willen schrijven.”

Na de lezing gaan de dames,

velen al dik in de tachtig, met elkaar naar de pub. Ook Harrower zoekt een kroeg op. In een steil straatje onder het middeleeuwse kasteel blijft hij staan. „Kijk, dáár ben ik opgegroeid.” Hij wijst naar beneden, richting zee. „Voordat ik naar Glasgow vertrok woonden we hier in Edinburgh. In een klein huisje. Mijn vader werkte in een bar.” In een pub haalt Harrower meteen een groot glas bier. „Ik was als kind erg op mezelf. Ik was ook niet zo intelligent. Op school kwam ik niet goed mee en ik heb niet gestudeerd.”

Weer dat verontschuldigende lachje, gevolgd door een afleidingsmanoeuvre: „Alles goed? Wilt u suiker in uw thee?”

Harrower praat niet graag over zichzelf. Net als de vrouw uit Knives in Hens is hij bezeten van een taal die privé moet blijven. Niet iedereen mag in zijn hoofd kijken en de stotterende, naar woorden zoekende mensen in zijn stukken geven maar weinig van hun geheimen prijs. Dat maakt die stukken intiem en intrigerend, ontroerend ook, omdat die personages zo fragiel zijn. Zelfs de pedofiel in Blackbird wekt door zijn onzekerheid enige sympathie.

In de Blackbird, bij het Nationale Toneel, speelt Derek de Lint de pedofiel en Heike Wisse het misbruikte meisje – maar zulke typeringen keurt Harrower rillend af. „Misschien wás het geen misbruik”, zegt hij. „En het meisje is zéker geen meisje meer.” Achter in de twintig is Una als ze Ray weer ziet. Vijftien jaar na hun laatste ontmoeting staat ze voor zijn neus. Zij wil weten wat hij zich van toen herinnert. Twee totaal verschillende versies van een gedeeld verleden botsen op elkaar.

Een verboden liefde was het wel, dat wat de veertigjarige man en het twaalfjarige meisje met elkaar hadden. Hij zat een tijd in de gevangenis, zij werd met de nek aangekeken. Voor zover je uit de gefragmenteerde dialogen de waarheid kunt reconstrueren. Maaike van Langen regisseert Blackbird in Nederland. In Schotland, op het Edinburghse theaterfestival twee jaar geleden, nam de Duitse regieveteraan Peter Stein de wereldpremière op zich. Heftig bediscussieerd werd eerder de vorm dan de inhoud: Stein besloot het tere stuk bombastisch, als een hond die door stevig te plassen zijn domein markeert. „Het was verschrikkelijk”, zeiden de vrouwen van de theatercursus. Maar Harrower zegt gelaten: „Peter Stein wilde het zo.”

Als jazz wilde Harrower het stuk laten klinken: „Het heeft iets van een improvisatie. Ik moest steeds denken aan Keith Jarrett die in Bye Bye Blackbird minutenlang het thema aanhoudt en dan pas varieert.” De affaire tussen de man en het meisje begint met een barbecue en eindigt met een desertie. Het stel wil naar Nederland vluchten, maar ineens is de man verdwenen. Jaren later lijkt hij zich schuldig te voelen. Maar wat was háár rol? En wat wil zij nu? Komt ze om hem te doden of is ze op iets anders uit dan op simpele wraak? David Harrower geeft geen antwoord. „Het stuk gaat over hoe we zijn geworden die we zijn’’, zegt hij nogal vaag. „Over hoe we beschadigd zijn door ervaringen in onze kinderjaren. En over de vraag: was die man ooit een pedofiel?”

Je zou haast denken

dat Harrower (getrouwd, geen kinderen) door achter alles vraagtekens te zetten pedofilie goedpraat. Maar hij protesteert. „Een apologie? No way! Alleen was die relatie niet in elk opzicht slecht. Zij houdt van wat ze met die man had en ze haat het. Veel vrouwen die een dergelijke verhouding hadden hebben mij geschreven. De teneur van hun brieven is steeds: ‘Ik heb door de jaren heen heel wat misbruik- en pedofiliedrama’s gezien en niets komt zo dicht bij de complexiteit van die ervaring als het stuk van u. Wat u laat zien herken ik. Dat heeft me goed gedaan.’ ’’ Sommige Britse critici monkelden dat Harrower het pedofiliethema alleen maar uit eerzucht koos, om op te vallen en in theaterland verder te komen. „Wie schreef dat?” stuift de schrijver op. Fuck him!”

Dan toont hij zich weer van zijn zachtmoedige kant. Hij vertelt over zijn wandelingen door de bergen, dagenlang, met andere wandelaars en veel sterke drank. Niet alleen in Knives in Hens, maar ook in Dark Earth, uit 2003, weerklinkt de stem van de natuur. Een overweldigende natuur waarin de mens eigenlijk niets heeft te zoeken, behalve dan dat hij erin probeert te overleven. In Dark Earth strandt een stel uit de stad door autopech op het platteland. Het zoekt hulp bij een gezin dat in een afgelegen cottage huist – niet meer voor lang, waarschijnlijk. Het boerenbedrijfje is niet meer rendabel, de grond is al verkocht en het gezin weet niet waar het naartoe moet.

„Ik doe research”, zegt Harrower. „Ik praat met de boeren, ik luister. Ik luister ook naar mijn verbeelding. Die boerendochter: wat vindt zij eraan om zo ver van alles en iedereen te wonen? Het is een vreemd meisje. Je moet je personages altijd vreemde dingen laten doen. En die geloofwaardig maken. Mijn figuren lijken echt doordat ze een eigen taal hebben. Een taal met Schotse ritmes. Een nep-Gaelic, bescheiden en toch overdreven. In het theater moet je altijd overdrijven. Tegelijkertijd moet je je inhouden. Hoe minder je het publiek geeft, hoe meer het krijgt.” Daarbij: „Personages práten niet alleen, er is ook subtekst gaande, er is ook strijd gaande. Drama is net een natuurlijke selectie: de zwakken sterven het eerst.”

Als een Schotse schrijver

beschouwt hij zichzelf niet alleen vanwege die Schotse ritmes. ``Het is ook omdat ik in de uithoek van een eiland woon. Ik heb sterk het gevoel in de marge te leven, want Londen is voor theater the big place. Mijn stukken gaan over mensen die een plek voor zichzelf in de wereld zoeken, een plek voor hun eigen verhalen, hun eigen overtuigingen. Dat is niet specifiek Schots, maar als je in de marge leeft houd je je daar meer mee bezig.’’

Knives in Hens is gebaseerd op Schotse volksverhalen. „Verhalen over molenaars. Hoe ging dat vroeger? Je bracht je graan naar de molenaar en hij maalde het tot bloem en hij hield wat voor hemzelf en hij hield wat voor de landeigenaar, dus iedereen haatte hem. Hij woonde altijd buiten het dorp. Het is een simpel verhaal. Waar dan in mijn stuk dat filosofische ding van de taal bij komt. Over mensen die alleen maar taal hebben voor bepaalde dingen. En een vrouw die naar steeds meer taal streeft om haar plaats in de wereld te vinden. Alleen: ze wordt gek. Ze maakt geen deel meer uit van het dorp. Want de dorpelingen zullen nooit met haar kunnen praten over hoe takken door de wind bewogen worden. Zij schept woorden in haar hoofd die ze niet met andere menselijke wezens kan delen.”

Heeft hij dat ook? Maakt het streven naar steeds meer taal hem gek? Aarzelend zegt hij: „Ik vind dat streven bevrijdend èn benauwend. Maar taal is het enige dat we hebben.” Ineens staat hij op. Hij verontschuldigt zich hoffelijk: „Ik moet naar mijn hond. Die is bij een gevecht gewond geraakt. Hij heeft verzorging nodig.” David Harrower kijkt er opgelucht bij. Nog even en dan kan hij eindelijk een moment aan de taal ontsnappen.

De meeste toneelstukken van David Harrower zijn bij Faber and Faber verschenen. Blackbird door het Nationale Toneel is t/m 8 april in diverse steden te zien. Inl.: www.nationaletoneel.nl en 070-3181444.