Replica van fossiel

De eerste hogesnelheidstrein, de Schienenzeppelin uit 1931, reed 231 km/uur

Treinen worden ook wel railbus genoemd. Als ze kort zijn en niet hard kunnen. In Duitsland reden ze tot een paar jaar geleden op lokale lijntjes. Donkerrode en blauwe railbussen. Een motorwagen en één of meer wagens erachter. Lelijk was-ie, zo’n Duitse Schienenbus. Maar dat maakt een verzamelaar niet uit. Hij moet alle modellen hebben. En Märklin heeft hem voortdurend te grazen. Gehoord in een speelgoedspeciaalzaak: „Dat railbusje, komt dat al gauw binnen? Ik vraag het niet voor mezelf hoor,” zegt een klant zacht tegen de winkelier, „maar voor Willy.”

Porno? Nee sneeuw!

In het modeltreinenwinkeltje Two4toys in Wormerveer kun je dezelfde dialogen afluisteren als die in andere modeltreinenwinkeltjes in Nederland. Veel van die winkels zijn er niet meer en kinderen komen er nauwelijks. Een modeltrein is geen speelgoed. Het is een religieus attribuut van een ondergrondse kerk. Ze praten altijd zacht in zo’n winkeltje en er valt niks lachen.

De winkelier legt me later uit hoe het zit. Het railbusje was er al, als model. Maar nu heeft Märklin er nog één gemaakt met sneeuw erop. Witte verf, maar je moet denken, sneeuw. En alleen winkeliers die een grote order plaatsen bij Märklin mogen ook één (!) exemplaar van het railbusje met sneeuw bestellen.

Ik was er niet voor het besneeuwde treintje, de etalage had me naar binnen gelokt voor een antwoord op mijn vraag: wat is dat nou weer?

Er stond een meer dan halve meter lang vehikel te pronk. Van Märklin. Raar ding, van God los, dacht ik. Maar dat betrof alleen de prijs. Een splinternieuwe replica van een replica die Märklin 75 jaar geleden ook al eens maakte van een railvoertuig dat in 1931 het wereldsnelheidsrecord voor treinen vestigde en dat lang niemand wist te breken; 231 km/uur.

Wij mochten als kind niet van Duitsers houden en over de Duitsers niks dan slechts. Dus vanzelf werden verhalen over bijzondere technische prestaties van Duitsers voor de oorlog niet aan ons doorverteld. Moet je helemaal in 2007 voor in een speelgoedwinkeltje in Wormerveer zijn.

Franz Kruckenberg, zeppelinontwerper, had een wel heel vooruitziende blik. Hij doorzag dat treinen met vliegtuigen zouden kunnen concurreren als ze maar snel genoeg zouden zijn. Hij bouwde een gestroomlijnd voertuig, voortgestuwd door een propeller achter. Bijzonder: het ding kon ook hard achteruit rijden, alleen moest er dan een andere propeller op met bladen in een andere stand.

Het snelheidsrecord was een wereldsensatie en Märklin maakte al een jaar na de geslaagde proefrit van de grote een kleine na in blik. En die is nu nog eens nagemaakt, maar met moderne digitale elektronica erin. En in plaats van een houten propeller een rode van plastic.

Getuigenis op internet: „Het rijden is een bijzondere gewaarwording. De decoder geeft bij het starten een hoog zoemend geluid, waarna de Schienenzepp langzaam in beweging komt. Daarna gaat het propellervoertuig steeds sneller en kun je inderdaad de belevenis voelen die de mensheid in de dertiger jaren heeft gevoeld.” Kost dit speeltje? Duizend euro!

Wouter Klootwijk