Rel in Estland over beeld soldaat

Het parlement in Estland heeft gisteren een politieke storm veroorzaakt met een wet over de verwijdering van een oorlogsmonument van Sovjet-makelij uit het centrum van Tallinn. Rusland is woedend en de Estse president Toomas Hendrik Ilves weigert de wet te ondertekenen.

De wet stelt dat een groot bronzen beeld van een Sovjet-soldaat moet worden verplaatst naar een minder prominente plek in de hoofdstad. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, noemde de wet „een serieuze vergissing en een blasfemische daad die onacceptabel is in het moderne Europa”.

In de 101 zetels tellende Riigikogu stemden 46 parlementariërs vóór de wet en 44 tegen. De voorstemmers willen met de wet benadrukken dat na de bevrijding van Estland een bezetting volgde, die pas eindigde met de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991. Maar de Russen verzetten zich fel tegen deze voorstelling van zaken.

President Ilves, die oktober vorig jaar werd gekozen, sprak gisteren een veto uit. Hij vindt dat de parlementariërs die voor de wet hebben gestemd onnodig onrust zaaien en met verkeerde motieven aandacht proberen te trekken. Op 4 maart vinden in Estland parlementaire verkiezingen plaats.

De wet zou de verwijdering mogelijk maken van monumenten „die de bezetting van de Estse republiek verheerlijken”. Hoewel de Esten benadrukken dat ze het beeld niet willen vernietigen maar verplaatsen, zei een Russische parlementariër gisteren dat verwijdering van de soldaat „catastrofaal zal uitpakken voor de relaties, vooral op het handelseconomische vlak”.

Voor de Estse ambassade in Moskou begonnen Russische jongeren gisteren een rally met teksten als ‘Hitler is de held van Estland’. Estland werd in 1940 eerst bezet door de Sovjet-Unie, na een pact tussen Hitler en Stalin. Daarna volgde de Duitse bezetting. Toen de Sovjettroepen weer terugkeerden sloten veel Esten zich aan bij Duitse troepen, in de ijdele hoop dat daarmee de onafhankelijkheid kon worden behouden.