PvdA kan in het kabinet werken aan een betere toekomst

Dit weekeinde beslissen de leden van de PvdA over de regeringsverantwoordelijkheid van hun vertegenwoordigers. Is het wenselijk toe te treden tot een kabinet met een meerderheid van christelijke politici? Is het mogelijk om, zoals het regeerakkoord voorschrijft, Nederland te globaliseren en Europeaniseren via herstel van de wijk, het kleinbedrijf, het middenveld, het poldermodel en het wij-gevoel?

De wenselijkheid van Balkenende IV lijkt evident. Het regeerakkoord bevat een overtuigende analyse van de noodzaak van sociale eenheid, veiligheid en publieke dienstverlening voor verbetering van internationale stabiliteit, concurrentievermogen en duurzaamheid. De makers van het kabinet hebben het onbehagen van de kiezer begrepen. Ze zien de „behoefte aan houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit” in de achterban van Marijnissen, Rouvoet, Verdonk en Wilders.

Juist in een conservatieve tijd waarin het liberalisme is uitgeput, behoort de sociaal-democratie te laten zien dat haar gedachtengoed over fatsoen en solidariteit verschil maakt. Zij is dat verplicht aan haar stand en (geslonken) aanhang. De SP, derde partij in Kamerzetels, maakte een fout door een regeringsdeelname niet hard op te eisen maar vast te houden aan haar strategie van electorale overvleugeling van andere linkse partijen vanuit de oppositie.

De mogelijkheid van herkenbaar beleid door partijleider Bos en zijn ploeg is problematischer. Kan Bos zelf een investeringskabinet maken zodra er budgettaire meevallers en conjuncturele dalen oprijzen in het keurslijf van de Europese monetaire unie? Kan Vogelaar prachtwijken scheppen en de voortgaande segregatie, ja apartheid, doorbreken? Kan Plasterk de manifeste onderwijscrisis bezweren en, om te beginnen, de schooluitval opheffen? Kan Cramer het lage land beveiligen tegen overstromingen, de energievoorziening waarborgen, de verrommeling van de ruimte stoppen en ook nog het Nederlandse aandeel in kostbaar internationaal milieubeleid verhogen? Kan Ter Horst het openbaar bestuur versoepelen, allereerst in de Randstad? Kan Koenders de ontwikkelingssamenwerking herijken, die praktisch neerkomt op uitzichtloze bezetting van arme landen door westerse hulpverleners? Kan staatssecretaris Albayrak gemoedsrust scheppen in de grensbewaking en toch de rechtvaardigheid van opvang van vluchtelingen en inburgering hoog houden? Kan staatssecretaris Timmermans de gezamenlijke hulpeloosheid over een Europees verdrag met of zonder tweede referendum laten verdwijnen, of legt hij ons lot in Duitse handen?

Pessimisten stellen dat dit allemaal onhaalbaar is. Ze voorzien gouden tijden voor de oppositie en een onbedoelde herkansing van dolende liberale partijen (VVD, GroenLinks, D66). Men wijst op de mislukking van de PvdA in de kabinetten-Cals (1965-‘66) en Van Agt II (1981-‘82), vechtkabinetten die enkel stilstand van wetgeving produceerden. Het ongemoeid laten van de zieke woningmarkt wordt als onheilspellend voorteken gezien. Of men wijst op de gespletenheid van de PvdA in het derde kabinet-Lubbers (1989-‘93). Wordt Bos een tweede Kok, dus doeltreffend als minister van Financiën doch ongeloofwaardig als progressieve populist in het tijdperk na Fortuyn?

Evenals de pessimisten zie ik dat de tijd van rooms-rode veerkracht voorbij is en dat de PvdA een panische periode (instortende verkiezingscampagne) en een manisch moment (generaal-pardoncrisis) achter de rug heeft. Daar staat tegenover dat Bos een uitstekende formatie heeft verricht. Hij moet deze opgaande lijn zien vast te houden. Tot aan de volgende verkiezingen wordt een gevecht met Balkenende om het primaat van Den Haag uitgesteld. Het gemeenschapsbegrip van het regeerakkoord draait dan wel om de burger, maar staat of valt met consensus en generositeit in de verhouding tussen drie partijleiders in de boezem van het nieuwe kabinet.

Bos zou voorts een hechte groep kunnen smeden waarin bewindspersonen over de grenzen van hun departement kijken, het debat aangaan met CDA en ChristenUnie over religieuze en zedelijke kwesties, en sommigen van hen populair mogen worden bij wijze van compliment aan Bos als aanvoerder van de best and brightest (Aboutaleb? Ter Horst?). Dit is de manier waarop Den Uyl in zijn hoogtijdagen te werk ging.

Ook moet de PvdA ruimte geven aan haar parlementaire fractie om de Tweede Kamer te versterken tegenover de ministeries en de media, in de geest van Hoekstra’s conventieverslag Hart voor de publieke zaak. Intelligent monisme onder aanvoering van de nieuwe fractievoorzitter Tichelaar vraagt om initiatieven in de Europese politiek, liefst met andere parlementen samen. Kalma, oud-directeur van de Wiardi Beckman Stichting en kersvers Kamerlid, wees terecht op het nut van Europese regulering van aandeelhouderskapitalisme.

Het politieke probleem voor een besturende PvdA zit niet bij de overheid, maar in de samenleving. Er is niet veel meer over – ook vergeleken met het CDA – van de volkspartij van gisteren die alle klassen, standen en kringen bij elkaar bracht. Het restant wordt uitgedaagd door de SP. Het is mede aan de partijvoorzitter ervoor te zorgen dat sociaal-democraten midden in de samenleving blijven staan en de afstand tussen regeren via de televisie en de leefwereld van gewone mensen verkleinen.

Jos de Beus is hoogleraar politieke theorie aan de UvA.