Postliberaal

Gezegend het kabinet dat mag beginnen in een hoogconjunctuur. De economie groeide in 2006 met 2,9 procent, het beste jaar sinds 2000. Nederland en de omringende landen van de EU gaan met volle vaart het nieuwe jaar in. Het Centraal Planbureau verwacht voor 2007 een groei van drie procent.

Het regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie ademt deze voorspoed. Niet alleen is de behoedzaamheid bij het ramen van de overheidsfinanciën verdwenen, ook in de agenda voor de komende vier jaar is het accent verschoven van het offensief naar het defensief. „Al met al is het de vraag of ons welzijn net zo hard stijgt als onze welvaart”, tekenen de partijen aan. Die vraag stellen is hem beantwoorden: het wordt volgens het nieuwe kabinet zaak om „een nieuwe balans te vinden tussen dynamiek en zekerheid”.

Niet dat in het regeerakkoord niets te vinden zou zijn over het verbeteren van de concurrentiepositie en het belang van economische groei, hoewel dat laatste opmerkelijk genoeg vooral als voorwaarde wordt gezien voor het behoud van „hoogwaardige publieke voorzieningen”. Het overwegend decoratieve innovatieplatform wordt nieuw leven ingeblazen en de AOW-plannen passen in het streven naar een grotere arbeidsparticipatie, voor zover zij haalbaar blijken.

Maar de lijst met behoud van verworvenheden is veel langer. Een greep: geen verdere versoepeling van het ontslagrecht. Schiphol niet naar de beurs – wat overigens geen slecht idee is. Meer steun voor de publieke omroep. Minder marktwerking in de zorg dan het vorige kabinet van plan was. Geen no-claim in de zorgverzekering. Veel regelingen die inkomensafhankelijk worden. Het woord ‘marktwerking’ komt in het 53 pagina’s tellende regeerakkoord in het geheel niet meer voor.

In 2008 en 2009 winnen lastenverzwaringen het ruimschoots van lastenverlichting. De jaren daarna moet dat worden rechtgetrokken, maar wel op basis van de veronderstelling dat de economische groei zich gunstig zal blijven ontwikkelen. De rol van de staat in de economie zal, gezien de financiële onderbouwing van het regeerakkoord, eerder toe- dan afnemen.

Het is begrijpelijk dat er na vier jaar van bezuinigen en hervormen enige vermoeidheid is, die ook in de stembusuitslag tot uitdrukking kwam. En het blind toepassen van marktwerking in sectoren die zich daar minder goed toe lenen, heeft het begrip ‘markt’ nodeloos impopulair gemaakt. Maar de wereld draait door. Het is niet gezegd dat de hoogconjunctuur jaren aanhoudt na een goed 2006 en 2007. In de tussentijd zitten andere spelers op de wereldmarkt niet stil.

Het regeerakkoord maakt een indruk die als postliberaal kan worden omschreven, overigens ook in maatschappelijke zin. De grootste hervormingen zijn achter de rug en de burger mag in de armen van de overheid even uitrusten van zijn barre tocht door de jungle van de vrije markt. Uitbuiken en opnieuw beginnen. Ook dat had het motto kunnen zijn.