‘Op Guantánamo is er geen waarom’

Klagen over hun behandeling in gevangenschap? Dat is de methode waarmee de Guantánamo-gevangenen hun strijd voortzetten, hoort Arnon Grunberg tijdens zijn bezoek aan de kampen. Deel 3 van een serie.

Leeg gevangenisblok in camp 1. De gele pion met ‘p’ staat voor ‘prayer time’. Zo’n pion wordt uitgezet tijdens het gebedsuur om bewakers tot stilte te manen foto Arnon Grunberg A yellow "prayer cone" is seen here outside typicals cells inside the Camp Delta 4 medium security area 05 December 2006 at the US Naval Base in Guantanamo, Cuba. Approximately 445 enemy combatants from al Qaeda and the Taliban are in various security levels of lock-up in Camp Delta here by a US Joint Task Force. AFP Photo/Paul J. Richards AFP

‘Zijn er hier eigenlijk ook gevangenen die beweren geen moslim te zijn?” vraagt mijn collega van The Daily Telegraph.

We zitten in een bus op weg naar de gevangeniskampen van Guantánamo Bay (‘Gitmo’). Drie journalisten, een kapitein en een staff sergeant van het Amerikaanse leger, en ik.

„Goede vraag”, zegt kapitein Byer. Vanaf nu zullen onze vragen worden opgedeeld in goed en niet zo goed.

Wie een goede vraag stelt, krijgt te horen: goede vraag. Wie een minder goede vraag stelt krijgt niets te horen. Hij krijgt gewoon antwoord of wat op deze plaats doorgaat voor een antwoord. Zoals Primo Levi onder zeer andere omstandigheden op een volstrekt andere plek al eens uit de mond van een bewaker optekende: „Es gibt hier kein Warum.”

„Ja, koshere maaltijden worden hier niet geserveerd”, zegt kapitein Byer.

Gelach. Er wordt hoe dan ook veel gelachen. We proberen de stemming erin te houden.

Damien van The Daily Telegraph merkt zuinigjes op: „Tussen halal en kosher zit nauwelijks verschil.”

Voor we de kampen werkelijk zullen betreden, krijgen we nog een briefing in een soort van geïmproviseerde huiskamer. Compleet met powerpointpresentatie. Sergeant Erik Saar die als vertaler in de gevangeniskampen op Gitmo heeft gewerkt en die een leerzaam boek over zijn ervaringen aldaar heeft geschreven, Inside the Wire, noteerde dat het Amerikaanse leger verzot is op powerpointpresentaties. Niet alleen het Amerikaanse leger.

„We volgen de Geneefse Conventie zo nauwgezet als we kunnen”, zegt kapitein Byer nadat hij de laptop heeft geopend.

De airconditioning staat overdreven hard aan.

De enemy combatants (EC’s) hier zijn officieel geen krijgsgevangen en worden daarom nooit aangeduid als prisoner, uitsluitend als detainee. Oorlog is ook een semantische kwestie. Net als marteling.

In praktijk betekent dit dat het verdrag van Genève à la carte wordt gevolgd. De lekkere hapjes worden eruit gepikt.

„In 2000 hadden we maar

tien Arabische sprekers voor ondervragingen”, zegt kapitein Byer. „Iedereen komt hier. De FBI, de CIA, ik weet het niet precies. Maar alle verschillende organisaties werken samen, en delen alle informatie met elkaar.”

In praktijk valt het met die samenwerking mee. De eerste berichten over de ruwe behandeling van gevangenen tijdens ondervragingen werden onder andere naar buiten gebracht door medewerkers van de FBI, die deze behandeling contraproductief vonden.

De concurrentie tussen de verschillende Amerikaanse veiligheidsdiensten is nog altijd groot.

Kapitein Byer noemt Het Manchester-document. Dat is een in het jaar 2000 in Manchester gevonden ‘handboek’ voor islamitische strijders, jihadi’s. Het adviseert de strijders onder meer om in gevangenschap te klagen over marteling en slechte behandeling, en hongerstaking te overwegen.

Dit document wordt door het Amerikaanse leger als argument aangevoerd dat klachten van de gevangenen, geruchten over marteling, en de hongerstakingen zelf deel uitmaken van de psychologische oorlogsvoering van de vijand.

„Het is hier koud”, merkt Michelle van de Toronto Star op. „Kan die airco wat lager.”

Kapitein Byer schudt zijn hoofd. „Wij vinden het wel lekker”, zegt hij. „In de nieuwe kampen waar ze airco hebben, klagen de gevangenen ook over de kou. Ze zijn natuurlijk de tropen gewend. Maar dan geven we ze gewaden met lange mouwen.”

De kapitein buigt zich over zijn laptop om de powerpointpresentatie voort te zetten.

In de buurt van onze slaapvertrekken heb ik een advocaat ontmoet die de rondleiding door Gitmo voor journalisten ‘de Disneylandtour’ noemde.

„En we hebben natuurlijk de opstand in Camp 4 gehad”, verklaart de kapitein met een stem die steeds vermoeider klinkt.

Er zijn de gevangeniskampen één tot en met zes, die samen Camp Delta vormen. Camp X-Ray, met de open kooien, wordt allang niet meer gebruikt.

De opstand in Camp 4 verleden jaar mei – iets waarover in de Nederlandse media nauwelijks is bericht – duurde acht minuten en begon in Camp 1 toen daar een gevangene bewusteloos werd aangetroffen. De bewusteloze gevangene had een overdosis medicijnen genomen.

Kort daarop brak in Camp 4

de opstand uit. In Camp 4 bevonden en bevinden zich gevangenen die meegaand zijn. Zeg: getemd. Zij zijn te herkennen aan de kleur van hun gewaden: wit.

Gevangenen die minder goed getemd zijn dragen beige gewaden. En de gevangenen die nog wild zijn, gaan gekleed in oranje gewaden. Het is mogelijk in een maand of drie op te klimmen van een totaal niet gedomesticeerde naar een bijzonder gedomesticeerde gevangene.

De opstand brak uit in een recreatieruime die men zich moet voorstellen als een recreatiekooi. De gevangenen hadden een laken voor de videocamera gehangen.

De vloer hadden ze ingezeept met een mengsel van poep, urine en zeep.

Bij problemen met de gevangenen wordt de Initial Reaction Force (IRF) geroepen, ook aangeduid als Quick Reaction Force,

In zijn boek beschrijft Erik Saar de IRF als een groepje van vijf man, zonder vuurwapens – geen van de bewakers heeft een vuurwapen – maar met schilden en dergelijke, die een cel binnengaan om de gevangene te bedwingen. Soms breekt de IRF per ongeluk een arm van een gevangene.

De IRF heeft in het verleden op militairen geoefend. Daarbij raakte een keer een van de militairen op wie geoefend werd zo zwaar gewond dat hij naar een ziekenhuis op het vasteland moest worden getransporteerd. De IRF oefent tegenwoordig niet meer op collega’s.

Omdat de vloer van de recreatiekooi spekglad was gleed de IRF uit.

Daarna is versterking geroepen. Er is, horen we laten, ook met rubberkogels op de opstandige gevangenen geschoten.

Door deze opstand, hoe kort ook, is het denken over de gevangenen veranderd. De leiding is tot de conclusie gekomen dat er geen terroristen bestaan voor wie medium-security genoeg is.

Dit heeft vooral gevolgen gehad voor Camp 6 dat aanvankelijk was gebouwd als een medium-security-gevangenis.

Curieus is dat de gevangenen die een overdosis medicijnen hebben genomen – het bleek uiteindelijk om twee gevangenen te gaan – zelf niet om die medicijnen hadden verzocht.

„Hoe kwamen ze dan aan die medicijnen?” informeer ik. „Zijn er corrupte bewakers?”

Voor het eerst

verliest kapitein Byer zijn geduld. „Houd toch op met die onzin”, roep hij. Hij blaast als een kat. „Ik word doodmoe van jullie vragen. Ik kan er niet meer tegen.”

Ik heb medelijden met kapitein Byer.

Nu, ruim negen maanden na de opstand en de drie zelfmoorden in juni vorig jaar, is het nog altijd niet duidelijk hoe de gevangenen aan die medicijnen kwamen.

Het officiële antwoord luidt: „Het onderzoek loopt nog.”

Elk kamp, elke gevangenis heeft een zwarte markt. De zwarte markt van Gitmo blijft voor ons verborgen.

Kapitein Byer herneemt zich. „Wie zich misdraagt verliest zijn privileges”, verklaart hij.

En wij begrijpen: zo is het overal. Op die wet is de samenleving gebouwd.

Geen privileges voor hen die zich misdragen.

(wordt vervolgd)

Lees vorige afleveringen op www.nrc.nl/kunst