Onhandige Haris

Hij verraste ons als de ideale allochtoon. Na een afschuwelijke overlevingstocht door West-Europa streek hij neer in een asielzoekerscentrum in Nederland, en allemachtig, wat een linkspoot. Haris Medunjanin kwam uit Bosnië, het door Servië geteisterde deel van Joegoslavië, een echte vluchteling. In zijn linkerbeen de geest van het genie, op zijn romp een hoofd van graniet. Gehard door een zware jeugd, zijn vader verloren, en dan met dat merkwaardige, 1.88 meter lange en haast lome lichaam de meest krankzinnige handelingen verrichten.

Met Haris aan de bal krijgt het leven kleur. Voetbal is een cocktail van volksvermaak, kunstzinnigheid en mannenmoed; Haris biedt het allemaal. „Voetbal”, zei hij ooit, „doet alles vergeten”. Weinig leeftijdgenoten in Nederland, hij wordt binnenkort 22, kunnen hem dat nazeggen. De middenvelder van Jong Oranje loopt wat onhandig, beetje waggelend, een eend die zijn handicaps overwint met een verwoestende, technisch briljante trap. De vorige eend, Willy Lippens, woonde in Duitsland. Deze eend moet nog lang onder ons blijven. De bal rolt zijn kant op en onwillekeurig schuif je naar voren. Wat gaat hij doen? Haris slaat aan het kappen en draaien en alleen God weet waar het eindigt. Zoals het een uitzonderlijke speler betaamt, vindt hij het spel steeds opnieuw uit.

Bij AZ moest hij de nieuwe ‘nummer tien’ worden, de opvolger van Barry van Galen. Dat lukte nog niet en nu rijpt Haris bij Sparta. En ook dat lukt voorlopig maar half. Zijn trainer presteert het om Gods Cadeau aan het Voetbalspel regelmatig niet ín maar náást zijn modale elftal te zetten. De ene week jaagt Haris de bal met een nauwelijks te beschrijven krul naar de bovenhoek, de volgende week zit Haris weer op de bank.

Hij neemt risico’s, natuurlijk doet hij dat, alle artiesten doen dat. Trainers worden daar nerveus van. Zijn trainer heet Wiljan Vloet. Naam van literair niveau, Bordewijkachtig. Voor de rest een tragische figuur, een nijvere coach die tientallen keren per jaar met wijd opengesperde ogen moet uitleggen waarom het ongeluk nu juist weer zijn team moest treffen. Inmiddels ben ik erachter waarom zijn plannetjes zo vaak mislukken. Vloet herkent geen klasse. Of hij mist de moed die bij het spel hoort. Of beide.

Zondag bezorgde Haris zijn team een gelijkspel tegen PSV met een wereldgoal. Als invaller. Een Sparta-reserve die wereldgoals kan maken, dat is absurd. De Man van Sarajevo moet spelen, altijd weer. Het moet mogelijk zijn een voetballer in de traditie van Willy Lippens (1945) en Wim van Hanegem (1944) tot volle glorie te laten komen: trage figuren met een deerniswekkende motoriek en een creatief brein. Zet er een paar hardlopers omheen en klaar ben je, zou je zeggen. De eerstvolgende kans is vanavond, in Breda.