Onbarmhartige geheugenmachine

Door stom toeval stuitte filmmaakster Esther B. Robinson op beeldmateriaal van haar verdwenen oom Danny Williams. Ze maakte een film over deze ex-geliefde van Andy Warhol.

Esther B. Robinson foto Jem Cohen regisseur van A Walk into the Sea: Danny Williams and the Warhol Factory, 2007 Cohen, Jem

Waarom wordt de één beroemd en raakt de ander vergeten? Tragisch wordt die vraag pas als je op de foto staat naast Andy Warhol, pop-art icoon en profeet van de 15 minutes of fame, die volgens hem iedereen wil, nastreeft en krijgt in zijn leven. Na Andy Warhol werd alles kunst en werd iedereen een ster, al was het maar voor 15 minuten.

Iedereen, behalve Danny Williams.

Danny Williams staat niet alleen naast Andy Warhol op de foto, hij was ook zijn minnaar, ontwierp de lichtshow van de legendarische Velvet Underground/Exploding Plastic Inevitable-tour en maakte, nadat hij van Warhol diens 16mm Bolex-filmcamera had gekregen, tientallen films met de habitués van de Factory, Warhols entourage en artistieke familie. Met in de hoofdrollen: Edie Sedgwick, Gerard Malanga, Billy Name, Brigid Berlin, Harold Stevenson, de leden van de Velvet Underground en natuurlijk Andy Warhol zelf. Maar niemand weet het of wil het weten. Waar zijn die films? Waar is Williams naam, behalve in een voetnoot in de kunsthistorie? Wie is hij, behalve dat naamloze gezicht? En: wáár is hij?

De film A Walk into the Sea: Danny Williams and the Warhol Factory vertelt voor het eerst die verborgen en teruggevonden geschiedenis. De film is gemaakt door de Amerikaanse regisseur Esther B. Robinson (Minneapolis, 1967), een nicht van Williams, en beleefde afgelopen week zijn wereldpremière in het aan het Filmfestival Berlijn gelieerde Internationales Forum des Jungen Films. A Walk into the Sea is veel meer dan een poging een vergeten familielid te rehabiliteren. Robinsons film is een geheugenmachine die de onbarmhartige werking van herinneringen demonstreert. En hij is ook een ode aan de filmkunst zelf, omdat je in films soms als in een tijdmachine terug kunt reizen naar het verleden, om daar bijna het antwoord op al je vragen aan te raken.

Esther B. Robinson

kwam min of meer toevallig met de geschiedenis van haar oom in aanraking, vertelde ze in Berlijn. Een paar jaar voordat zij geboren werd is hij op een avond verdwenen. Zijn auto werd aan zee teruggevonden, maar van hemzelf ontbreekt ieder spoor. Zijn familieleden praten niet graag over die pijnlijke gebeurtenissen. Robinson: „Maar dan. Ruim dertig jaar later bezoekt mijn grootmoeder mij op mijn werk bij een kunststichting die in hetzelfde gebouw als de Warhol Foundation is ondergebracht en hoor ik haar opeens vertellen dat haar zoon Danny bij Andy Warhol en zijn moeder heeft gewoond, en dat ze geliefden zijn geweest. Dat gesprek wordt toevallig gehoord door iemand die weet dat curator Callie Angell van het Museum of Modern Art al sinds de dood van Andy Warhol op zoek is naar de familie van ene Danny Williams, omdat zij in het bezit zijn van een collectie van ruim twintig experimentele zwart-wit films die hij gemaakt zou kunnen hebben.”

Die films zijn totaal anders dan de gebruikelijke lang aangehouden statische Warhol-observaties: dynamisch, speels, een spel van licht en duisternis, scherpte en onscherpte waarin de Factory-hofhouding beweeglijk optreedt. Robinson: „Andy Warhol was meer een voyeur. Ik geloof dat Danny echt gaf om de mensen die hij filmde. De reden dat zijn films zo anders zijn dan alles wat er in die tijd werd gemaakt is die combinatie van licht en donker, het gevoel voor beweging binnen het frame, en een emotionele betrokkenheid bij de mensen die hij filmde. Zijn blik is als een liefkozing.

„Het voelde als een vreemde speling van het noodlot. Mijn hele leven staat in het teken van de experimentele film. Ik werk al ruim tien jaar als promotor en programmeur van experimentele films. Dus het idee dat mijn oom misschien dat soort films had gemaakt – ik wist meteen dat daar zelf een geweldige film in zat.”

Ze wist ook dat ze geen tijd te verliezen had. Haar grootmoeder was tegen de negentig, dus als ze haar verhaal wilde vastleggen, moest ze meteen beginnen. Parallel aan het kafkaëske gevecht dat ze met het MoMA moest leveren om de films van haar oom te kunnen bekijken, laat staan in haar bezit te krijgen, begon ze haar oma en familieleden te interviewen en mensen die haar oom bij de Factory gekend konden hebben. Zeven jaar duurde in totaal het productieproces van de film, vooral vertraagd door bureaucratische machinaties en ,,mijn oma stierf precies acht uur nadat ze Danny’s films had kunnen bekijken.”

De film van Robinson

is een impressionistische collage van interviews, archiefmateriaal en fragmenten van de films van Danny Williams zelf. Net als in die films spelen ook Robinson en haar cameraman Adam Cohen met licht en donker, focus en perspectief, om werkelijkheden te suggereren en op te roepen, in beweging te brengen, dan vast te spijkeren en de toeschouwer te zeggen: zo en zo was het.

Twee familiegeschiedenissen worden naast en door elkaar geplaatst: die van Williams biologische familie, die wil ontrafelen en die antwoorden zoekt die misschien wel nooit te vinden zijn, en die van de leden van de artistieke kliek, die voor zover ze al niet in hun eigen gemystificeerde verleden verstrikt zijn geraakt, het liefste doen alsof ze Williams vergeten zijn.

„Ik kan me niets van hem herinneren’’, zegt bijvoorbeeld Brigid Berlin in de film, ,,maar ik herinner me precies hoe hij eruit zag.” De vraag die boven al die getuigenissen zweeft is: waarom? Waarom zijn al deze mensen, Brigid Berlin, Billy Name, Gerard Malanga, Paul Morrisey, waarom zijn zij hem vergeten? Het antwoord is pijnlijk duidelijk: omdat al deze mensen hun plaats naast Andy Warhol als uniek willen claimen. Zíj waren zijn speciale lieveling en niet de anderen. Dertig jaar na dato is dat nog het enige waaraan zij hun identiteit ontlenen. Niets mag dat beeld verstoren.

Robinson: „De enige manier waarop ik hun gedrag kan begrijpen is door het te vergelijken met dat van de kinderen van een beroemdheid. Ze hebben niet de creativiteit of de wilskracht om een eigen leven te beginnen. Wat het compliceert is dat ze financieel afhankelijk zijn van een toelage van de Warhol Foundation. Om dat zichtbaar te maken heb ik ze zo genereus mogelijk benaderd. Zij gelóven namelijk wat ze vertellen. Het is niet eens zo dat ze liegen. Het is de manier waarop ze hun realiteit hebben geconstrueerd. Maar dat is eigenlijk iets wat de meeste mensen doen. Het is dat hun situatie heel extreem is. Ik denk dat het een van de ergste dingen is die je kan overkomen dat je een lid bent geweest van de Warhol Factory. Niemand die je ontmoet kan je zien zoals je in het heden bent. Je bestaat ook voor anderen alleen in het verleden. En ze willen niet eens horen hoe jíj het hebt ervaren. Ze willen de sensationele verhalen horen, of hoe geweldig Andy was, maar ze willen iets over Andy horen, en niet over jou. En vergeet niet dat hun geheugen ook is gemodificeerd door jarenlang overdadig gebruik van amfetaminen.”

De reden dat zij met zoveel compassie naar mensen kon kijken en luisteren die min of meer het bestaan van haar oom ontkenden („Oh ja, ik wilde ze soms ook wel door elkaar rammelen”) was uiteindelijk dat Robinson aan hen zag hoe het eventueel met Danny Williams zelf had kunnen aflopen. „Zij delen dezelfde ervaring. De manier waarop Danny aan zijn einde kwam, is ook de manier waarop zij aan hun einde komen: in de vergetelheid. Alleen duurt hij bij hun langer.”

De film is af, maar het ontsluiten van de artistieke erfenis van Danny Williams en het herschrijven van de filmgeschiedenis is nog maar net begonnen. Robinson is druk bezig fondsen te vinden om ook de rest van het werk van haar oom te kunnen conserveren. Sommige van de films waren nog niet eens ontwikkeld toen ze ze in handen kreeg. Ze ontdekte ook geluidsmateriaal waarin expliciet gesproken werd over de liefdesrelatie tussen Andy Warhol en Danny Williams, „maar daar rust nog een embargo op.

,,Elk tijdperk heeft zijn eigen getuigen. Dat hoeven tijdens hun leven niet per se degenen zijn geweest die bij iedereen in aanzien stonden. De kunstgeschiedenis is een proces, is in beweging. Voor mij is de waarde van kunst dat iemand in staat is om het verhaal van zijn tijd op een noodzakelijke, onvermijdelijke manier te vertellen. Maar voor mijn eigen gemoedsrust kan ik hem niet als een groot filmmaker zien, al was hij dat waarschijnlijk wel geworden. Maar je kunt uit mijn film concluderen dat ik een ingebakken wantrouwen heb tegen dat soort stellige uitspraken. Ik geloof in die fascinerend vreemde complexiteit van de wereld waarin dingen tegelijkertijd waar en niet waar kunnen zijn.”

Voor meer informatie en toekomstige vertoningsdata zie www.awalkintothesea.com