Niet meer constant zin in kaasfondue

Manieren waarop je merkt dat het lente wordt:

Je ziet door het raam een kind op stelten lopen, en denkt: dat moet ik ook maar weer eens proberen. En dat is een serieuze gedachte, à la: ik moet nog melk halen.

Je gaat ineens joggen. Met een lichtblauwe baseballpet op.

Sommige nieuwe kabinetsleden vind je best knap om te zien.

Je hebt zin om plinten af te stoffen, prikborden op te hangen met praktische briefjes erop, en documenten in roze ordners van de Hema te stoppen.

Het lijkt alsof er meer mensen zwanger zijn dan normaal.

Je overweegt steeds vaker om twaalf centimeter van je haar af te knippen, terwijl je weet dat dat fataal kan zijn.

De kat slaapt niet meer achttien, maar zestien uur per dag.

Je ziet op een straathoek een bleek meisje heel stil staan, met haar gezicht in de zon, en dat ziet er raar uit, maar je hebt er wel begrip voor.

Je bekijkt je voeten voor het eerst sinds tijden met een kritische blik.

Iedereen om je heen maakt verhuisplannen.

Je vindt het wel mooi geweest met dat ge-Sudoku.

Op het balkon groeien narcissen en andere heftig geurende planten, en dat merk je op. (Ze groeiden er al een tijdje, maar toen had je het niet door, want het regende en dus keek je stuurs naar de tv.)

Je hebt het optimistische gevoel dat dat rare besluit over ambtenaren en het homohuwelijk zal worden teruggedraaid.

Mensen praten de hele tijd over skiën in Tsjechië.

Je doet aan totale werkvermijding.

Je kunt je voorstellen dat het ooit nog zomervakantie wordt.

Het plan om eens echt te leren schaatsen, schuif je nog een jaartje door.

Je hebt niet meer constant zin in kaasfondue.

Het is warmer, zelfs nog warmer dan ’s winters.

Lees alle eerdere columns van Aaf op nrc.nl/aaf