La Bayadère is aanwinst voor Nationale Ballet

Igone de Jongh in La Bayadère Foto Angela Sterling Sterling, Angela

Dans: Het Nationale Ballet. La Bayadère. Muziek: Ludwig Minkus gespeeld door Holland Symfonia. Het Muziektheater, Amsterdam. Aldaar t/m 6/3. Inl.: 020-6 255 455 www.het-ballet.nl

Bij de première van La Bayadère in 1877 te Sint-Petersburg klapte het publiek een half uur en gooide diamanten naar de vertolkster van de titelrol. In Amsterdam moesten de solisten Igone de Jongh en Marisa Lopez het ‘slechts’ doen met een warm applaus en bloemen. De Russische Natalia Makarova, die haar bewerking bij Het Nationale Ballet grotendeels door Olga Evreinoff liet instuderen, maar zelf de punten op de i kwam zetten, kreeg een staande ovatie.

De aanschaf van Makarova’s integrale bewerking, in 1980 gemaakt bij American Ballet Theatre en in 1989 door haar herzien bij The Royal Ballet, betekent voor dit gezelschap een belangrijke uitbreiding van haar romantisch klassieke repertoire. Een aanwinst tevens, want La Bayadère bevat alle ingrediënten die een ballet romantisch maken: liefde, passie, intrige en bedrog, boosaardige personages (Radha en Hoge Brahmaan), rivalen (Hoge Brahmaan versus Solor), protagonisten (de lieftallige tempeldansers Nikya, en Gamzatti, de geraffineerde dochter van de Radja). Voeg daarbij de exotische setting in India – met een Boeddhabeeld op een hindoe tempel! – alsmede de klassieke structuur met afwisselend een Paleis-acte vol diverterende dansen, een spiritueel ballet blanc (vast onderdeel van dit type ballet) en een spectaculaire apotheose, en het romantische plaatje is compleet. En tevens erg vol, want dit ballet lijkt is een regelrechte voorloper van Petipa’s Sleeping Beauty en zijn Zwanenmeer – omgekeerd kreeg het ballet bij de herbewerkingen steeds meer elementen van beide klassiekers mee.

In Makarova’s versie ligt in accent op de vrouwenrollen, die de ballerina zelf ooit danste. De ranke Igone de Jongh heeft mooie lange lijnen waarmee ze even delicaat als sensueel de verleidelijke smeekbeden van tempeldanseres Nikiya uitbeeldt. Haar duet met haar geliefde Solor waarbij een sjaal hen sierlijk verbindt, was als enige moeizaam. Liever danst ze snelle solovariaties waar ze zelfstandig tempo houdt en kan stralen, terwijl ook haar lyriek in de witte acte sprekend is.

Even goed getypecast is Lopez. Ze zet Gamzatti temperamentvol en exact neer en oogt majestueus bij elke stap. Haar slotvariatie, vol ingetogen lyriek, was ronduit indrukwekkend. Tegenover hen had een bruisende Solor niet misstaan, een vol jeugdige bravoure en spetterende brille. Maar de Argentijnse ex-Royal Ballet solist Iñaki Urlezaga danste – op de slotsolo na – sloom en expressieloos. Beschikt Het Nationale Ballet dan echt niet over goede solisten? Scherp en puntig waren de variaties door Maiku Tsutsumi en Emanouela Merdjanova.

Het corps de ballet danste het beroemde ballet blanc – waarbij het in een reeks van herhalende motieven afdaalt naar de aarde – netjes, maar zonder betoverend effect. Dat komt omdat Makarova de beenbeweging op de grond stopt alvorens deze omhoog te laten gaan, zodat deze niet vloeiend is. Dat is wel de kracht van Nureyevs versie bij het Parijse Opera Ballet. Tegenover de exclusieve vormgeving van die Franse productie verbleekt ook Samaritani’s pastelkleurige decor. Maar Makarova’s Bayadère bezit in zijn geheel vaart en dynamiek en is qua dans bijzonder kleurrijk, een ballet waar dit gezelschap jaren mee vooruit kan.