kinderboeken

Lydia Rood: Overleven op Drakeneiland, 10+, 128 blz. Leopold, €12,95

Een ‘wit mevrouw’ tussen de zwarte slaven

Kinderboeken over de slavernij worden net zo legio geschreven als die over de Tweede Wereldoorlog. Vorig jaar won Dolf Verroen de belangrijkste Duitse jeugdboekenprijs met Slaaf Kindje Slaaf, over de slavernij in Suriname. Onlangs verscheen Lara & Rebecca van Kathleen Vereecken over de slavernij in het zuiden van de VS.

Het laatstgenoemde boek beschrijft de teloorgang en herrijzenis van de vriendschap tussen de blanke plantagehoudster Lara en de zwarte slavin Rebecca. Lara en Rebecca vertellen beurtelings over hun leven dat op zijn kop wordt gezet door de afschaffing van de slavernij ten tijde van de burgeroorlog. Hun verhalen vormen een mozaïek dat even rijkgeschakeerd is als de biografische quilt die de moeder van Rebecca borduurt.

Ondanks deze niet heel alledaagse vorm is Lara & Rebecca een beetje een ‘ouderwets’ boek. Waar Verroen de slavenhouders zonder oordeel in hun alledaagse wreedheid toont, laat Vereecken haar plantage-eigenaren in woord en daad afstand nemen tot de ergste wreedheden. De confronterende aanpak van Verroen dwingt de lezer meer tot reflectie dan de verzachtende van Vereecken.

De manier van vertellen is ook wat ouderwets: strikt chronologisch, veelal in de indirecte rede en soms gedragen van toon. Vereecken hanteert deze vorm wel heel vakbekwaam. Schitterend verbeeldt zij het plantersleven in het toen Franstalige Louisiana, met zijn snobisme en racisme. Van de landerigheid aan de met bloemengeur doordrenkte rivieroever tot de jachtigheid in New Orleans waar de plattelandsmeisjes echte southern belles worden. En met overal het gevoel van verstikking die Lara zo beschrijft: ‘Ik rook de zoete geur van de jasmijn onder me en had het gevoel dat ik geen lucht meer kreeg.’

Minder overtuigend is de schets van het slavenleven vol verkrachting en vernedering. Dat komt door de enkele clichés – de zwarte personages dansen soepel en hebben veel echtere emoties dan de blanke – maar vooral door de manier van vertellen. De voortdurende angst van de slaven is nu eenmaal beter invoelbaar te maken in een voortdurend heden dan in een afgesloten verleden waarop wordt teruggeblikt. Het terugblikken is vooral effectief in de weergave van het plantersleven dat onherroepelijk aan het verdwijnen is. (KB)

Kathleen Vereecken, Lara & Rebecca (In de schaduw van het gele huis), 181 blz. 15+, Querido, €13,95

Olivia is onweerstaanbaar, eigenzinnig, grillig en ze maakt lawaai

In de Verenigde Staten staat ze op een postzegel. Een plek die ze verdient. Want Olivia is de leukste antropomorfe big die ooit in een prentenboek is verschenen. Ze is eigenzinnig, grillig, een enorme druktemaakster. Een big waar je doodmoe van wordt, maar die door haar levendige fantasie onweerstaanbaar is.

Ian Falconer tekent haar met een dun, beetje bibberend lijntje en gebruikt hoofdzakelijk zwart, rood en wit. Falconer laat vooral heel veel weg, zodat de komische gezichtsuitdrukkingen van Olivia extra aandacht krijgen. In Olivia begint een band drijft Olivia haar familie (vader, moeder, twee broertjes, een hond en een poes) weer eens tot lichte wanhoop.

Dit keer door in haar eentje een hele band te beginnen. Die avond gaat de familie namelijk naar het vuurwerk, en daar hoort volgens Olivia een band bij. Ze is er de hele dag zoet mee en natuurlijk krijgt ze het voor elkaar om in haar eentje meer lawaai te maken dan een heel fanfarecorps. Maar als het gezin om zeven uur eindelijk naar het vuurwerk vertrekt, laat Olivia haar band thuis. ‘„Geen zin”, zei Olivia.’ Wel gaat ze zich nog even opmaken. „Opmaken?” fronst haar moeder (zoals altijd in strenge zwarte kokerrok en hoog dichtgeknoopte witte blouse).

En dan zien we op de volgende bladzijde hoe Olivia – één schouder koket naar voren gestoken – zelfvoldaan in de spiegel kijkt met een buitenproportionele, gelipstifte, idiote tandpastagrijns (met mensentanden). „Haal die troep van je gezicht, jongedame en in de auto, NU!”, zegt haar moeder, die tenminste nog weet hoe je een kind moet opvoeden.

Als ze zijn thuisgekomen van een schitterend vuurwerk (voor de gelegenheid met lekker veel geel en rood als contrast van het zwarte donker) gaat moeder nog even bij Olivia kijken. Uit de slaapkamer klinkt een enorm kabaal; het is moeder die bijna haar nek breekt over al die instrumenten die Olivia nog zou opruimen. Olivia zelf slaapt al, de contouren van haar korte varkenspootjes zichtbaar onder het strak ingestopte laken.

Was ze maar weer wakker. (MS)

Ian Falconer, Olivia begint een band, vertaling: Tjibbe Veldkamp, 3+, Rubinstein, €13,95

Op Lydia Roods Drakeneiland heerst de ‘bukziekte’

Natuurlijk is het niet waarschijnlijk dat de Nederlandse staat ontspoorde kinderen drie maanden lang zonder toezicht laat wonen op een eiland. En ook niet dat zij erin slagen om ordelijk samen te leven. Maar wie daarover heen stapt bij het lezen van Overleven op Drakeneiland van Lydia Rood vindt een geestig en innemend verhaal.

Na enig kattekwaad en oplichterij wordt Mark verbannen naar Drakeneiland, een door kinderen gerunde samenleving compleet met wetgeving. Mark krijgt ook een taak – in de amusementssector – en het vervullen daarvan is de belangrijkste leidraad in het verhaal, waarin Mark ook leert dat liegen niet mag. Het isolement van de kindergemeenschap geeft Drakeneiland het karakter van een kostschoolroman, met oerelementen als overleving, buitensluiting, verliefdheid en jaloezie. Tegelijkertijd maakt juist het ontbreken van volwassenen de complexiteit van de grote- mensen-wereld inzichtelijk. Zo is er een jongen die zijn taak als politieagent zo serieus neemt dat hij zijn eigen broertje arresteert.

De grootste charme van het boek schuilt in de talrijke personages. Zo is er het oergeestige schilderduo Luilebol en Losbol, van wie de een figuratief en de ander abstract werk maakt. Hun namen danken zij net als de anderen aan de Woordenbedenker van het eiland. Deze heeft ook de term ‘bukziekte’ verzonnen. Dat is wanneer je net doet of je je veters strikt om je tranen niet te hoeven tonen.

Deze prachtige vondst is tekenend voor de inventiviteit van Rood. Zij is zelf een woordbedenker die bijvoorbeeld voor het eilandgeld het archaïsche spie (cent) heeft opgepoetst. Het is alleen jammer dat haar personages te veel kleven aan hun functie op het eiland. Ze zijn wel levendig maar leven na lezing niet lang door in je hoofd.

Hopelijk kneedt Rood wat verder aan de personages in het tweede deel dat deze zomer verschijnt. Anders dan bij veel andere cycli is het eerste deel van deze reeks netjes afgerond en heeft Rood genoeg aanzetten gegeven om te verlangen naar het vervolg. (KB)

Lydia Rood: Overleven op Drakeneiland, 10+, 128 blz. Leopold, €12,95

Verder verschenen

Er is een nieuwe Bommes. In Bommes schiet te hulp! (Zirkoon, € 12,90) redt Jane Simmons’ geschilderde eendenkuiken met de grote voeten een kipkuiken. Het verdronk bijna omdat het zo nodig eendenspelletjes wilde doen.