Integratienota R’dam heet niet overbodig, de motie ertegen wel

De vier coalitiepartijen in de Rotterdamse gemeenteraad (PvdA, CDA, VVD en GroenLinks) hebben zich gisteravond uitgesproken voor de integratienota van wethouder Orhan Kaya (Participatie en Cultuur, GroenLinks). De oppositie diende vergeefs een ‘motie van overbodigheid’ in tegen de nota, die volgens Leefbaar Rotterdam (LR), SP, D66 en ChristenUnie-SGP te weinig concrete maatregelen bevat.

Kaya pleit onder meer voor de aanpak van discriminatie en de emancipatie van vrouwen. Ook zou het personeelsbestand van de gemeente een afspiegeling moeten zijn van het multiculturele Rotterdam, dat ruim 270.000 niet-westerse allochtonen (47 procent van de bevolking) telt. „De overbodigheid van deze nota maakt de motie overbodig”, bitste Kaya over het verwijt als zou de voormalige bedrijfsarts „een naïeve droom” najagen. Vooral de PvdA wierp zich op als redder van de belaagde wethouder. „Er is wel degelijk sprake van een fundamentele koerswijziging”, zei raadslid Peggy Wijntuin. „Dit college wil dat alle burgers zich thuis voelen in deze stad.”

Daarmee zette Wijntuin zich af tegen LR, dat in de vorige collegeperiode (2002-3006) de aanjager was van het als ‘hard’ en ‘contraproductief’ betitelde integratiebeleid. „U behandelt allochtonen als kansarme behoeftigen die alleen met subsidies de maatschappij in gehesen kunnen worden”, stelde oud-wethouder Marianne van den Anker van LR. Scherp was ook het commentaar van de ChristenUnie/SGP. „U praat over hoe u door de stad wandelt en tegen allerlei initiatieven aanloopt, waarvan u denkt: hé, wat leuk!” schertste Remco Oosterhoff. „Maar het is de bedoeling dat u zelf initieert.”